Zaak ’Bolle Jos’ toont onze zwakte in West-Afrika
Deze opinie van Kars de Bruijne werd eerder gepubliceerd in de Telegraaf op 13 februari 2025.
Dat het niet lukte ’Bolle Jos’ naar ons land te krijgen toen de voortvluchtige drugsbaron was opgedoken in Sierra Leone, tekent de gebrekkige invloed van ons land in West-Afrika. "Soms zal een van de heilige huisjes van ontwikkelingsbeleid – hulp zonder condities – om moeten om concessies af te dwingen."
Nederlands grootste drugscrimineel, ’Bolle Jos’, was in Sierra Leone. Maar Nederland had weinig kaarten in handen om hem hier te krijgen. Geen uitleveringsverdrag, vrijwel geen informatie-uitwisseling en geen diplomatieke vertegenwoordiging om druk te zetten.
Dat is geen uitzondering in West-Afrika. De Nederlandse opsporingscapaciteit in de regio is nog zwak, ondanks recente investeringen. Dat is problematisch omdat Nederlandse criminelen een steeds grotere rol spelen in de bloeiende drugshandel daar.
Het probleem is dat het Nederlandse buitenlandbeleid in West-Afrika grotendeels wordt gefinancierd uit ontwikkelingsgeld. Evaluaties wijzen al jaren op te veel idealisme en te weinig realiteitszin. Terecht vraagt de Kamer al meer dan een jaar om de Nederlandse belangen centraal te stellen in het ontwikkelingsbeleid.
Rode loper uitgerold voor drugshandel in West-Afrika
Dat is hard nodig. Er zijn jarenlang kansen blijven liggen om Nederlandse drugscriminelen vroegtijdig te verstoren. Bijvoorbeeld door wel te investeren in havens en wegen in West-Afrika zonder voldoende aandacht te hebben voor de rode loper die zich daarmee uitrolt voor drugshandel. Of door aan te dringen op verkiezingen, zonder oog te hebben voor het feit dat Afrikaanse politici aan hun geld moeten komen voor de campagne. Juist dan knopen criminelen relaties aan met politici – dat is al jaren bekend.
Beter buitenlandbeleid is dus nodig om Nederlandse drugscriminaliteit vroegtijdig te ontregelen. Hoe moet dat beleid eruit zien?
Ontwikkelingshulp verzilvert Nederlandse belangen in West-Afrika
Laten we ten eerste accepteren dat ontwikkelingshulp vaak de enige manier is om Nederlandse belangen te verzilveren. Ontwikkelingshulp is een vorm van soft power. Turkije, China, Qatar, Rusland en de Emiraten gebruiken scholings-, gezondheidszorg- en infrastructuurprojecten om nationale en zakelijke belangen beter te behartigen. Nederland staat er vaak bij en kijkt ernaar, maar kan niet langer achterblijven.
Ten tweede door veel slimmer en politieker te opereren. Net als in Nederland bestaan Afrikaanse regimes uit coalities van verschillende groepen met tegengestelde belangen. Maar heel vaak zijn die groepen verborgen en is niet helder met wie wel en met wie niet is samen te werken. De zaak ’Bolle Jos’ laat zien hoe belangrijk het is dat je dat wel weet. Oppositiebronnen hielpen om het nieuws naar buiten te brengen, maar ook groepen in de regering lekten beelden. Dat waren mogelijke partners geweest.
Laten we ten derde ook meer transactioneel gaan handelen. Zo had Nederland Sierra Leone de toegang tot de Rotterdamse haven (tijdelijk) kunnen ontzeggen. In nieuwe zaken zal dat betekenen dat een van de heilige huisjes van ontwikkelingsbeleid – hulp zonder condities – om zal moeten. Soms zal Nederland ontwikkelingshulp moet gebruiken om concessies af te dwingen.
Onze criminelen brengen dood en verderf
Minder naïviteit en meer realisme hebben ook een ongemakkelijke kant. Het zijn namelijk ónze criminelen die in het buitenland dood en verderf brengen en ónze drugs die daar op de markt komt. De stereotypering dat de dreiging voor Nederland van buiten komt is gemakkelijk en klopt niet. De ongemakkelijke waarheid is dat Nederland zélf de dreiging is.
Op termijn dreigt dus druk van andere landen om exportcontroles, vraag om financiële concessies in ruil voor het opheffen van bescherming van Nederlandse criminelen en zelfs sancties. Als een van de grootste investeerders in Afrika moeten we ons daar op voorbereiden, en wel nu.