Research

Articles

Machteloos toekijken naar conflict in Kirgizië

22 Jun 2010 - 12:10
Is het toelaatbaar dat een land uitbrandt terwijl de internationale gemeenschap toekijkt? De tragedie die zich de afgelopen dagen heeft voltrokken in Kirgizië heeft wederom pijnlijk duidelijk gemaakt hoe machteloos de internationale gemeenschap staat tegenover geweldsuitbarstingen in fragiele staten.

Analyse

Het etnische geweld in het zuiden van de bergachtige republiek in Centraal-Azië heeft reeds honderden levens geëist, vooral van de etnische Oezbeekse minderheid, en hoewel de situatie enigszins is gekalmeerd kan deze elk moment weer oplaaien. Voor het herstellen van stabiliteit in de strategisch belangrijke regio zijn alle ogen gericht op Rusland, dat tijdens eerder etnisch geweld tussen Kirgiezen en Oezbeken in de nadagen van de Sovjet-Unie in 1990 nog de orde wist te herstellen met een grootschalige militaire interventie. Moskou stelt zich nu echter terughoudend op ten aanzien van een riskante en kostbare militaire missie in het woelige zuiden van Kirgizië. Toch is het zowel te eenvoudig als te gevaarlijk om de Kirgizische brandhaard als een spontane uitbarsting van oude etnische haat te zien die met een korte militaire missie te stoppen is. Het volgens VN-medewerkers bewust opgestookt geweld past binnen een bredere trend van het falen van het bestuur, wetteloosheid en economische ongelijkheid in Kirgizië. De tijdelijke regering geleid door Roza Otunbajeva is er na haar aantreden in april niet in geslaagd de effectieve controle over de zuidelijke machtsbasis van de afgezette president te herstellen: in mei bezetten Bakijev's aanhangers nog een aantal regeringsgebouwen in de regionale hoofdsteden Osj en Jalalabad. Het aanwakkeren van etnisch geweld past in een strategie om het zuiden instabiel te houden en te voorkomen dat de regering vanuit de hoofdstad Bisjkek zijn grip op het gebied kan consolideren. Dit zou namelijk ten koste zou gaan van de invloed en lucratieve inkomstenbronnen van een schimmig netwerk van politieke en criminele groeperingen, vermoedelijk aangevoerd door Bakijev's op macht beluste zoon Maxim. Overigens is het in het straatarme Kirgizië met wat geld en wodka niet moeilijk om een kwade menigte de straat op te krijgen. Toen er enkele schietpartijen werden gehouden waarbij zowel Kirgiezen als Oezbeken het idee kregen door de ander aangevallen te worden ging de lont in het kruitvat.

Frustratie

De omvangrijke Oezbeekse minderheid in het zuiden was een gemakkelijk doelwit voor de Kirgizische volkswoede. De Oezbeken profiteerden de afgelopen jaren weinig van de regering van Bakijev en hebben zich vooral achter de nieuwe interim-regering geschaard, hetgeen hen ook politieke vijanden van Bakijev's vooral etnisch Kirgizische aanhangers maakte. Klassenverschillen en het feit dat de etnische Oezbeken er over het algemeen economisch beter voor staan vormden ook een vruchtbare bodem voor frustratie onder de etnische Kirgiezen, die de afgelopen dagen de Oezbeekse bezittingen op grote schaal hebben geplunderd. Het geweld dat oorspronkelijk eerder politiek en economisch van aard was heeft zo een etnische dimensie gekregen en liep volledig uit de hand, waarbij ook de oorspronkelijke aanstichters de controle kwijtraakten. De geest is uit de fles, en de vraag is nu wie de orde kan herstellen. Voor welke internationale organisaties of landen kan er een rol zijn weggelegd? Naar organisaties claimt de Verenigde Naties (VN) een hoofdrol op het gebied van internationale veiligheid. Ondanks de problematiek van de Oezbeekse minderheid is Kirgizië echter vooralsnog een binnenlands conflict. Naar internationaal recht, het VN-Handvest, is een staat soeverein en is ingrijpen alleen gerechtvaardigd met toestemming van dat land. Zodoende ligt een militaire rol van de VN thans nog (niet) voor de hand. Bisjkek heeft wel aan Moskou militaire hulp verzocht maar inmiddels is die aanvraag weer ingetrokken. Maar omdat de Kirgizische autoriteiten zelf niet in staat lijken te zijn de orde te herstellen kijken we toch naar andere actoren die met militaire middelen de stabiliteit in - als Bisjkek daarom vraagt - en rondom Kirgizië - om te voorkomen dat de brandhaard overslaat naar de buren - kunnen bevorderen. Mogelijke machten met de militaire capaciteit om te interveniëren zijn Rusland, de Verenigde Staten (VS), Oezbekistan en wellicht China, dat vorig jaar zelf militair moest optreden om etnisch geweld in de aan Kirgizië grenzende provincie Xinjang te stoppen. De VS hebben nabij Bisjkek een vliegbasis in gebruik die van essentieel belang is voor de operaties in Afghanistan en beschikken over de transportvliegtuigen die noodzakelijk zijn voor een massale aanvoer van troepen. Zowel de VS als China hebben zich tot nu toe echter niet bereid getoond om zich in de binnenlandse Kirgizische aangelegenheden te mengen terwijl een Oezbeeks militair optreden tot verdere escalatie in de gehele regio zou kunnen leiden. In de praktijk is daardoor slechts Rusland mogelijk bereid om in te grijpen.

Achtertuin

Het Kremlin beschouwt de gehele voormalige Sovjet-Unie als zijn achtertuin, met bijzondere belangen en daarmee bevoegdheden voor Moskou. Het heeft ook een vliegbasis in Kirgizië en is leider van een NAVO-achtige militaire alliantie, de Collective Security Treaty Organisation (CSTO), waarin Wit-Rusland, Armenië en Centraal-Aziatische staten - waaronder Kirgizië - samenwerken. Maar Rusland wil niet in een situatie terechtkomen dat het partij moet kiezen tussen twee bevriende staten, Kirgizië en Oezbekistan, dan wel in een slepend binnenlands conflict waarbij het als onderdrukker te boek komt te staan. En de CSTO is primair een militair verbond tegen een externe vijand, vooral islamitisch-extremistisch terrorisme; niet om ingezet te worden tegen intern oproer. Anderzijds, als de Kirgizische onlusten escaleren en overslaan naar andere multi-etnische Centraal-Aziatische staten vormt dat een bedreiging voor die landen maar ook voor Rusland. Kirgizië en andere Centraal-Aziatische staten werken onder leiding van Rusland en China ook samen in de Shanghai Cooperation Organisation (SCO), een soort EU, met activiteiten op politiek, economisch en militair gebied. China is vooral economisch steeds actiever in Centraal-Azië, en is dus gebaat met een stabiele situatie in die regio. Maar Moskou zit niet te wachten op Chinees ingrijpen onder SCO-vlag in zijn achtertuin en de SCO praat veel - bijvoorbeeld over Afghanistan - maar doet bitter weinig.

Inmenging

Tenslotte Westerse organisaties: is daarvoor een rol weggelegd in het ver weg gelegen Kirgizië? De EU kent handelsbelangen in Centraal Azië en heeft een toegewijd beleid voor die regio. De NAVO werkt samen met Kirgizië in het Partnership for Peace programma. EU en NAVO beschikken beiden over snel inzetbare troepenmachten die binnen enkele etmalen ter plekke kunnen zijn. Maar zijn de westerse belangen in Centraal-Azië daartoe groot genoeg? En duldt Moskou zo'n inmenging in zijn invloedssfeer? Als er al extern militair ingrijpen in of rond Kirgizië plaatsvindt, is de meest waarschijnlijke optie dat dan de hoofdrol bij Rusland ligt die dat mogelijk onder CSTO-vlag gaat uitvoeren, waarbij Amerika met zijn luchtvloot een essentiële logistieke rol kan spelen. Anders dan gewoonlijk hebben de Russen en Amerikanen dit keer in Kirgizië gedeelde belangen die wel eens in een gezamenlijke aanpak zouden kunnen resulteren, mits daartoe voldoende politieke wil aanwezig is. Zolang er echter een licht ontvlambare situatie blijft voortbestaan die voortdurend wordt gevoed door falend bestuur, corruptie en economische malaise kan het geweld elk moment weer oplaaien. Een militaire interventie zonder een gecoördineerde poging om de kwaliteit van het bestuur in Kirgizië drastisch te verbeteren lijkt dan ook gedoemd tot falen.

Luitenant-kolonel dr. Marcel de Haas is ruslandkundige en veiligheidsexpert; drs. Bob Deen is gespecialiseerd in etnische confl icten en woonde van 2004-2005 in zuid-Kirgizië. Beiden zijn als onderzoeker verbonden aan het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael.