In de conclusie constateren de gastredacteuren een paradox. De Nederlandse overheid heeft moeite met het ontwikkelen van een visie op de 'grote lijnen' van het Europabeleid. Haagse betrokkenen zijn ondertussen prima in staat het voortouw te nemen binnen Europa. Toch sluit dit pragmatische activisme niet aan bij de behoefte van de burger aan een Europees verhaal, dat zijn opvattingen over Europa verbindt. Met de remedie die door diverse auteurs wordt gepresenteerd, namelijk een intensivering van het nationale Europadebat, is echter iets geks aan de hand. Immers, als Nederlandse politici aan één zaak lippendienst bewezen, was het het belang van meer nationaal Europadebat. Tegelijkertijd lijken zij in de uitvoering van dit ideaal de bal vooral terug te leggen bij de burger - terwijl veel van de suggesties die het politieke debat betreffen in de kiem zijn gesmoord. Een keuze voor politisering vereist, zo blijkt uit deze artikelen, eerst en vooral een politieke mentaliteitsverandering. In de weerbarstige praktijk van het Europabeleid lijkt die wensdroom vooralsnog een ver ideaal.
Het juninummer van het tijdschrift Bestuurskunde staat in het teken van het Europese ideaal in Nederland. Het themanummer, samengesteld door gastredacteuren Mendeltje van Keulen (senior research fellow bij CESP) en Esther Versluis (Universiteit Maastricht) bespreekt in een aantal artikelen de Europese ambities van de Nederlandse burgers en de Haagse politiek. De EU wordt geconfronteerd met een groot aantal mondiale en regionale uitdagingen. Met die actualiteit zijn de vraag naar het belang en de mogelijkheden van grensoverschrijdende samenwerking, en daarmee naar de gewenste vorm en inhoud van Europese samenwerking, onlosmakelijk verbonden. Het themanummer bevat bijdragen van onder andere Clingendael-fellows Jan Rood, Louise van Schaik, Rob Boudewijn en Mirte van den Berge.