Research
Europese kiezers stemmen met de vuist en met de voeten
De voorspellingen waren somber, het resultaat nog slechter dan verwacht. De historisch lage opkomst van 43% droeg nog verder bij aan de vrije val van de Europese socialisten. Waar zij in de regering zitten (in Nederland, maar ook in het VK) worden ze gezien als medeverantwoordelijk voor de malaise. Maar ook vanuit de oppositie zijn de arbeiderspartijen niet in staat gebleken tegenwicht te bieden tegen regerend centrumrechts, nu deze de socialistische stokpaardjes (overheidssteun! staatsbedrijven!) effectief hebben overgenomen. Het meest opmerkelijk was de uitslag in Duitsland, als economische motor van Europa toch het hardst geraakt door de crisis. Waar de SPD het slechtste resultaat in de naoorlogse geschiedenis moet verwerken, kan Angela Merkel de verkiezingen in september vol goede moed tegemoet zien.
De Europese kiezers hebben in onzekere tijden hun toevlucht gezocht bij partijen die, tégen de economische storm in, een stevig en helder geluid hebben laten horen. Aan de ene kant van het spectrum zorgde dit in heel Europa voor winst van de 'tegenpartijen'. De trend die donderdag in Nederland werd ingezet met de winst voor de PVV, zette zich door met successen voor de Oostenrijkse FPÖ, de Deense Volkspartij en ook voor nieuwkomers als de Zweedse piratenpartij en het Hongaarse Jobbik. Opvallend in dit kader is het verlies van het Vlaams Belang en het Franse Front National. Wellicht is het tekenend voor de korte politieke houdbaarheid van de anti-partijen, die in de jaren negentig het establishment hoofdbrekens bezorgden. Tegelijkertijd werd de moed om stevige taal te bezigen ook aan de pro-Europese kant van het politieke spectrum beloond, met winst voor de Groenen, het Franse Europe Ecolo en, in eigen land, D66.
De vraag is wat deze uitslag zegt over de Europese politiek. De afgelopen week waren we immers getuige van 27 nationale verkiezingen, in plaats van 1 Europese stembusstrijd. Ondanks de pogingen van het Europees Parlement zelf, om de kiezer met alle moderne reclamemiddelen te verleiden tot heuse Europese keuze, bestendigt zich de trend van 're-nationalisering' van de Europese politiek. Net zoals in de afgelopen decennia misbruikten kiezers het Europese stembiljet voor een opiniepeiling over de stand van het land.
De verkiezingscampagne werd in alle Europese lidstaten overheerst door binnenlandse thema's en debatten. En ook pogingen om echte, pan-Europese partijen te lanceren, zoals de Neweuropeans, waren niet succesvol in de jacht op parlementszetels. Zelfs de aanvoerder van het Ierse nee-kamp, zakenman Decan Ganley, is met zijn Libertas niet zeker van een Straatsburgse zetel.
Voor één man is de uitslag goed nieuws: Commissievoorzitter Barroso. Zag het er een paar maanden geleden nog slecht uit voor de Portugees, die fletsheid en passiviteit werd verweten, in het huidige partijpolitieke landschap lijkt zijn herverkiezing zo goed als zeker. Tenzij de socialisten hun boodschap van Europese politiek niet alleen met de mond belijden, en alsnog met een tegenkandidaat komen, zoals de liberalen eerder al Graham Watson naar voren schoven. Een dergelijke, politieke strijd tussen personen zou de nieuwswaarde van de Europese politiek in komkommertijd wat glans kunnen geven. Onverwacht spannende Europapolitiek misschien ook alsnog in Ierland, dat dit najaar weer naar de stembus gaat om voor de tweede keer te uit te spreken over het Verdrag van Lissabon. Hoewel de opiniepeilingen de afgelopen weken op meer publieke steun duiden, zal de klap voor de impopulaire regeringsleider Cowen heeft gehad in dit referendum zeker doorklinken.
Toch is het maar de vraag wat de uitslag verandert aan de machtsbalans in het Europees parlement, waar alles immers draait om coalities en meerderheden. In die dagelijkse parlementaire praktijk zal het hoe dan ook moeilijker worden progressieve meerderheden te vinden voor die thema's waarin de liberalen en de socialisten zich elkaar in eerdere perioden vonden op thema's als emancipatiezaken en milieu. Maar de grote uitdaging ligt vooral bij de nieuwe conservatieve en Eurosceptische partijen: om samen een vuist te vormen tegen de traditionele dominantie van het christendemocratische en socialistische blok. De crux daarbij is dat zij in Brussel alleen een factor van belang zullen kunnen zijn, als ze er in slagen hun weerzin tegen de 'oude' Europese politiek te overbruggen en het spel effectief mee te spelen. Ook Wilders' PVV, die heeft aangekondigd onafhankelijk te blijven, zal in de Brusselse praktijk onvermijdelijk leren dat de Europese parlementaire mores draaien om steun en coalities.
Hoe dan ook bevindt het Europees Parlement zich voor de komende vijf jaar in de paradoxale situatie dat de Europese volksvertegenwoordiging op het toppunt van zijn macht is wat betreft democratische bevoegdheden, maar door politieke versnippering en gebrek aan publiek draagvlak zwakker is dan ooit.