Research
Articles
Grootste uitdaging ligt in eigen land
Publieksdiplomatie België investeert met vertraging in dialoog met buitenlandse publieke opinie
De federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken staat voor een enorme diplomatieke uitdaging: investeren in de dialoog met de buitenlandse publieke opinie om het imago en de reputatie van België te versterken. Buitenlandse Zaken geeft daar -ten onrechte- weinig ruchtbaarheid aan. Onder het motto beter laat dan nooit moet de Belgische overheid zich realiseren dat de grootste uitdaging niet over de grens ligt maar in eigen land.
België werkt al langer dan vandaag aan zijn buitenlandse imago, maar de betrekkingen met het niet-officiële buitenland krijgen sinds kort meer aandacht. Enkele maanden geleden kreeg Buitenlandse Zaken er een kleine cel publieke diplomatie bij. Daarmee gaf België een impuls aan een beleidsterrein waarop de buurlanden al geruime tijd actief zijn.
Publieksdiplomatie is geen diplomatiek digestief, maar bittere noodzaak. De betrekkingen met het buitenland beperken zich al lang niet meer tot contacten met de overheid. Begrip en steun van de buitenlandse publieke opinie zijn van groot belang voor het buitenlandse beleid, de langetermijndoelstellingen en de percepties van België in Europa en daarbuiten.
Complex
Men zou kunnen speculeren waarom België zich zo laat op het beleidsterrein van de publieksdiplomatie begeeft. Van Ierland tot Turkije en van Finland tot Spanje is het al jarenlang brandend actueel. Londen, Parijs en Berlijn zijn er niet minder druk mee bezig dan Boekarest, Sofia en Zagreb. Buiten Europa is de situatie niet anders. Hebben de aarzelingen in Brussel te maken met het wat traditionele karakter van de diplomatieke dienst, de besluitvorming bij Buitenlandse Zaken, of het feit dat België een behoorlijk complex land is, dat over de grens moeilijk uit te leggen is?
Terwijl het buitenland al jarenlang in debat is over 'public diplomacy', kijkt de federale overheidsdienst de kat uit de boom. Alle redenen zijn er om het roer nu om te gooien. Maar dat België met vertraging initiatieven neemt op het gebied van public diplomacy heeft ook zijn voordelen. Het kan leren van de praktijk van andere landen, vooral de wat kleinere of landen met een federaal bestel. De missie, de draag- en reikwijdte en de legitimeringmiddelen van de Belgische publieksdiplomatie lijken meer op die van Noorwegen en Canada dan op die van grote mogendheden. Zo kan België weliswaar lessen trekken uit de Amerikaanse public diplomacy, maar Brussel speelt in de landencompetitie van de 21ste eeuw natuurlijk in een andere divisie.
De Belgische publieksdiplomatie zal met andere landen moeten wedijveren. Buitenlandse Zaken zal duidelijk moeten uitdragen met welke de niches en specialismen België internationaal voor de dag wil komen, of het nu gaat om de expertise over Centraal-Afrika, het rotsvaste geloof in multilateralisme, of -ondanks kritiek en cynisme in eigen land- het propageren van het Belgische federale model. Het ligt misschien niet voor de hand aan dat laatste te denken, maar het is waarschijnlijk niet alleen Irak dat daar graag een voorbeeld aan neemt.
Binnenlandse dimensie
De federale overheidsdienst dient vooral in eigen land naar buiten te treden met zijn publieksdiplomatie. Van essentieel belang is dat de geselecteerde thema's gedragen worden door de Belgische samenleving. Publieksdiplomatie kan pas succesvol zijn als de binnenlandse publieke opinie de internationale beleidsopties van België kent.
Het beste bewijs vinden we in Canada. Via 'domestic outreach'-programma's en met behulp van het internet betrekt de Canadese overheid niet-gouvernementele organisaties, bedrijven, onderwijsinstellingen, lokale overheden en culturele organisaties bij het buitenlandse beleid. Het volstaat niet een doelpubliek te bepalen in functie van de gekozen thema's en missie. De federale overheid moet van het prille begin oog hebben voor het 'thuisluik' van de eigen diplomatie.
België moet het niet hebben van dure imagocampagnes zoals die van de Verenigde Staten of grote nation branding-initiatieven, waar trouwens al veel landen zijn op teruggekomen. Die dichten niet de kloof tussen de gewenste identiteit en de perceptie in binnen- en buitenland. 'Small is beautiful' en publieksdiplomatie zonder dialoog heeft geen bestaansrecht. Kleinschalige projecten die kunnen rekenen op steun van het publiek doen het beter dan topdowncommunicatie. Samenwerking met niet-gouvernementele actoren is een voorwaarde voor succes. Voor de overheid is de samenwerking met niet-gouvernementele spelers echter niet zonder hoofdbrekens: veel organisaties zijn gehecht aan hun onafhankelijkheid van de overheid.
Belgische kantjes
Een ingewikkeld land als België vraagt om een complexe publieksdiplomatie. Cruciaal zijn de netwerkactiviteiten tussen statelijke en niet-statelijke spelers in binnen- en buitenland. In dat verband moet rekening worden gehouden met de bevoegdheidsverdeling tussen de federale staat en de gemeenschappen en gewesten. Die laatste kunnen vertegenwoordigers benoemen in het buitenland en hen instructies geven voor wat de gemeenschap- en gewestbevoegdheden betreft.
Het wordt dus een hele opgave de (on)bewust gehanteerde vormen van interne en externe communicatie van alle publieksdiplomatieke actoren in België op elkaar af te stemmen. De uitdaging van de Belgische publieksdiplomatie ligt dus niet in de eerste plaats bij de percepties in het buitenland. Daar zou de complexiteit van België zelfs een sterke kaart kunnen zijn. Nee, de grootste uitdaging voor de communicatie met het niet-officiële buitenland ligt thuis. Dat geldt voor alle landen, maar in België kost het zoveel minder moeite om dat te zien.