Research

Europe and the EU

Articles

Referendum over Europa is vlees noch vis Europese Grondwet

10 Feb 2005 - 11:05
Het aankomend referendum over de Europese Grondwet is een farce. De animo in om naar de stembus te gaan zal niet groot zijn als de uitslag niet bindend is.De Eerste Kamer stemde op 25 januari schoorvoetend in met het raadgevend referendum over de Europese Grondwet. Een uniek initatief, dat echter door partijpolitieke strubbelingen is verworden tot een typisch poldercompromis, met alle risico's van dien.

Het meest opmerkelijke aspect van het komende Europa-referendum is de status. Het voordeel van een bindend referendum, zoals in negen andere lidstaten, is dat het electoraat eerder tot stemmen geneigd zal zijn. In Nederland is echter gekozen voor een adviserende volksraadpleging -hoewel onder meer de PvdA al heeft aangekondigd de uitslag als bindend te aanvaarden. In een representatieve democratie, zo is de redenering, mag de burger ervan uitgaan dat zijn democratische wil door de Kamer afdoende behartigd wordt.

Maar welke consequenties verbindt het 'representatieve' parlement aan een civiel 'nee' als de opkomst lager dan 50 procent ligt? Kan ons land dan worden geboekstaafd als de 'trouwe bondgenoot' die een noodzakelijke stap in het Europese integratieproces torpedeerde?

Wil de kiezer een weloverwogen keuze kunnen maken, dan dient hij te weten waarover hij gaat kiezen. Het ontbreekt de campagne echter aan tijd, middelen en objectiviteit. Uit peilingen van de Europese Commissie afgelopen jaar bleek dat eenderde van de respondenten nog nooit van de Europese Grondwet had gehoord. Uit een recentere peiling van de Rijksvoorlichtingsdienst bleek dat de verwachte opkomst rond de 50 procent zal liggen, waarbij voor- en tegenstanders elkaar in evenwicht houden.

Er is dus werk aan de winkel voor de campagne. Maar eerst moet nog een referendumcommissie worden benoemd. De commissie van vijf onpartijdige leden moet ervoor zorgen dat alle stemgerechtigden een bondige en heldere samenvatting van de Grondwet in handen krijgen. Dit zal het nodige partijpolitieke vuurwerk opleveren -de uitleg zal in SP-hoek geheel anders klinken dan in CDA-huize. De regering heeft zich bovendien reeds als allerminst neutraal gepositioneerd. Bij monde van minister De Graaf (D66) heeft het kabinet reeds aangekondigd 'voluit te gaan voor een free-publicity campagne'. Mocht dit niet afdoende zijn dan zal niet worden geaarzeld extra reclamezendtijd te kopen op radio en tv.

Het nee-kamp bestaat uit een wonderlijke coalitie van ChristenUnie, LPF, de SGP, de SP, anti-globalisten en de radicaal linkse SAP. Hierbinnen heeft zich een bont palet van tegenstanders afgetekend, met een kakofonie van argumenten. Geert Wilders riep op tot een tegenstem om Turkije buiten de EU te houden, een punt dat in het geheel niet ter discussie staat. Jan Marijnissen c.s. hebben grote moeite met het vermeende neoliberale economische karakter van de Grondwet. Hilbrand Nawijn verzekerde dat hij alles zal doen om een Europese superstaat te voorkomen.

De voorstanders in de Tweede Kamer hebben het dus zwaarder dan de tegenstanders. Hoe de inhoud van de Grondwet in hapklare en aantrekkelijke brokken op te dissen? Op institutionele zaken als gekwalificeerde meerderheidsbesluitvorming of het subsidiariteitsprincipe bijt zelfs de meest doorgewinterde eurofiel zijn tanden stuk. Gezien de opkomstcijfers bij de laatste Europese verkiezingen lijken burgers niet te malen om het vooruitzicht van een democratischer Europees Parlement.

Een belangrijker factor is de wapenspreuk van Balkenende's regering: Europa, best belangrijk. Dezelfde politici, met name van CDA- en VVD-huize, die herhaaldelijk hebben benadrukt dat Nederland (zoveel mogelijk) invloed moet houden op zoveel mogelijk (nationale) zaken, ontpoppen zich nu plotsklaps als fervente pro-Europeanen. Hoe het electoraat deze tweeslachtige boodschap gaat beoordelen valt niet te voorzien, maar geloofwaardig lijkt zij niet.

Deze overwegingen in aanmerking genomen is het voorliggende referendumplan helaas vlees noch vis. Een uitslag die niet bindend is -maar toch misschien ook wel- en een door partijpolitieke strubbelingen extreem korte voorbereidingstijd, lijken van dit unieke initiatief een farce te maken. Uiteindelijk zal het referendum daarom gaan over sentimenten over Turkse toetreding, de dure euro en de Europese superstaat. Een maatschappijbreed Europadebat is buitengewoon nodig en wenselijk -mits gedegen voorbereid en onder heldere voorwaarden.