Research

Articles

Referendum over Europa: Voor of toch niet tegen

15 Mar 2006 - 00:00
Het Europees referendum lijkt er te komen. De Nederlandse burger mag zich uitspreken over de Europese grondwet. Maar valt er eigenlijk wel wat te kiezen?Op de weg naar de eenwording van Europa is een aantal mijlpalen aan te wijzen. Zulke mijlpalen staan bij een keuzemoment: vooruit of achteruit; stilstand of vooruitgang. Voor veel lidstaten was toetreding tot de Europese Unie zo'n beslissend moment.

Maar die mijlpaal ligt voor Nederland als 'founding father' van de EEG al zo ver achter ons, dat onze mondige burgers Europa inmiddels als een 'fait accompli' beschouwen.

De invoering van de euro was nog zo'n mijlpaal. Veel Nederlanders hadden over het verlies van de gulden graag hun (kritische) mening willen geven in een nationaal euro-referendum. De politiek was destijds echter nog niet klaar voor een volksraadpleging en vreesde een 'opstand der Florijnen'.

Nu vergaderen de lidstaten van de EU, oude bekenden en nieuwe lidstaten tezamen, over een Europese Grondwet, waarin de rechten en plichten van burgers én de organisatie van de Unie zijn vastgelegd. Los van de uitkomst van deze onderhandelingen hebben de fracties in de Tweede Kamer al besloten dat de Europese grondwet aan de burger zal worden voorgelegd. Drie maal is scheepsrecht, moeten de partijen hebben gedacht.

Niemand in Brussel twijfelt aan de noodzaak van een nieuw stuk waarin de regels van de Unie worden herschreven. De diverse verdragen vormen een lappendeken van bevoegdheden, instellingen en procedures waarin veel politici de weg kwijtraken, laat staan dat een gewone burger weet waar Europa zich mee bezighoudt. De basis voor een herziening is gelegd door de 'Europese Conventie', een vergadering van vertegenwoordigers van de nationale parlementen, het Europees Parlement en van de regeringen. De resultaten zijn in een handzame pocket met 133 pagina's uitgebracht als een basistekst of 'Grondwet'. Die blijkt overigens relatief toegankelijk, althans: leesbaarder dan zeg, de tekst van het Verdrag van Nice. Momenteel buigen de ministers en staatshoofden - niet gehinderd door kritische parlementariërs en lastige Europese instellingen - zich over het concept. Dat zij het moeizame compromis zullen openbreken, met name als het gaat om de organisatie van de besluitvorming, staat nu al vast. Het eindproduct, een nog lijviger tekst dan nu, wil de Tweede Kamer aan de Nederlandse kiezers voor gaan leggen. Het referendum zou moeten samenvallen met de verkiezing van het Europees Parlement, begin juni. De verwachting is dat een referendum meer kiezers naar de stembus lokt dan bij de vorige Europese verkiezingen, toen slechts 29,9 procent van de mensen de moeite nam om te stemmen. Het referendum heeft zo twee voordelen. Ten eerste voelen meer mensen zich door het debat over het referendum meer betrokken bij het thema Europa. Dit blijkt al uit de talloze ingezonden brieven en artikelen die in de afgelopen weken in kranten en tijdschriften aan het referendum zijn gewijd. Tegelijk wordt het opkomstcijfer bij de Euroverkiezingen kunstmatig verhoogd, zonder dat het Europees Parlement daar zelf iets voor hoeft te doen. De overheid heeft tot juni volgend jaar echter nog wel wat uit te leggen. Want als de kiezer heeft gesproken, krijgt die dan ook het laatste woord? In Nederland bestaat formeel tenslotte alleen het raadplegend referendum, dat parlement of regering adviseert over het te voeren beleid. De politieke partijen mompelen schoorvoetend dat zij zich de uitkomst van het referendum zullen aantrekken, maar huiveren intussen over de immense consequenties van het gevreesde 'nee'. Belangrijker nog dan de symboliek van een referendum, waar voorstanders op tamboereren, is immers de vraag wat nou precies de consequenties van de keuze van de kiezer zijn. Als een meerderheid van de Nederlanders 'ja' stemt, zal het parlement ratificeren en gaat Nederland als lidstaat met de Europese Grondwet akkoord. Maar wanneer de Nederlandse burgers in meerderheid tegen stemmen, is het nog maar de vraag of de volksvertegenwoordigers dit voorbeeld zullen durven volgen. De consequenties zijn namelijk hoe dan ook ingrijpend.

Voor de aanname van een nieuwe Grondwet in Europa is unanimiteit vereist. Als de Nederlandse regering de Grondwet verwerpt, is dat stuk daarmee dus in zijn geheel van tafel. Er zijn dan drie mogelijkheden. Ofwel Nederland zegt zijn lidmaatschap van de EU op, wat gezien de economische en politieke vervlechting van ons land met de andere lidstaten feitelijk onvoorstelbaar is.

Ten tweede: de Grondwet wordt aangepast aan de Nederlandse wensen. Het moeizame compromis moet dan worden opengebroken en er zullen uitzonderingsbepalingen worden gecreëerd. Dit is waar Haagse politici op hopen, maar tegelijk gebiedt de eerlijkheid hen erbij te zeggen dat Nederlandse derogaties maar zeer beperkt door andere landen worden geaccepteerd. Bovendien zijn dat soort Nederlandse wensen, zoals die over de macht van het Europees Parlement en de Europese President, überhaupt onmogelijk. De derde mogelijkheid is die van het 'Ierse voorbeeld'. De Ierse kiezers verwierpen het Verdrag van Nice, waarna hen een jaar later de kwestie simpelweg opnieuw werd voorgelegd. Op de subtiel geherformuleerde vraag zocht en kreeg het Ierse kabinet wel een meerderheid. Eenzelfde arrogante tactiek van 'doorduwen en slikken' zou wel eens in Nederland kunnen worden toegepast.

Een referendum is een prachtig instrument. Het werkt echter onder één voorwaarde: dat er wat te kiezen is. Veel kiezers zullen een referendum over de Grondwet aangrijpen voor een uitspraak over Europa of de Nederlandse politiek. Immers: meer of minder samenwerking, gulden of euro - dat zijn heldere keuzes. Voor of tegen 133 pagina's tekst is geen keuze. Als de overheid onvoldoende sturing houdt op het debat, of de burger (zoals in teveel Euro-propaganda) het gevoel geeft dat hij wordt betutteld en gekleineerd, zullen Euro-demagogen er terecht en gretig met de buit vandoor gaan. 'Wilt u dat Brussel de macht grijpt?' 'Wilt u dat Nederlandse waarden en normen vervagen in een Europese superstaat?' 'Stem tegen - stem Nee!' Het is een schrikbeeld voor hen die geloven in het belang van Europese samenwerking. En het onderstreept de absolute noodzaak van duidelijke, onpartijdige en eerlijke voorlichting. Alle politieke partijen zullen zich bovendien voor het eerst onomwonden moeten uitspreken over de voor- en nadelen van een Europese beslissing. Dat alleen al is een mijlpaal in het Nederlandse Europa-debat.