Research

Articles

Europa moet zichzelf niet onderschatten

15 Mar 2006 - 00:00
De EU kan stabiliserende elementen verschaffen die de Amerikaanse 'gereedschapskist' goed aanvullen, meent Alfred van Staden.Om de betrokkenheid van de Europese burgers bij de zaak van de Europese eenwording als zodanig te vergroten, moet de geduchte economische macht van de Europese Unie beslist worden omgezet in overeenkomstige politieke invloed. Er zijn bovendien redenen om aan te nemen dat vele landen, bijvoorbeeld in Latijns Amerika, van de EU verwachten dat zij zich doet gelden naar rato van haar economische gewicht. Met de volgende uitbreidingsronde krijgt de EU nog eens een derde van het Europese continent erbij. Zij zal dan grenzen aan arme landen die haar hulp nodig hebben om hun stabiliteit en welvaart te vergroten.

Als de EU haar verheven idealen op het gebied van conflictpreventie, vredestichting, uitroeiing van armoede en bescherming van mensenrechten trouw wil blijven, en daarnaast ter wille van het maatschappelijk evenwicht de mondialisering onder controle wil houden, heeft zij geen alternatief: zij zal haar strategische horizon moeten verbreden naar niet-Europese crisisgebieden, en moeten aanvaarden dat zij medeverantwoordelijk is voor de strijd tegen gevaren die de wereldwijde veiligheid bedreigen. Merkwaardig genoeg bestaat er in Europa slechts een flauw besef dat catastrofaal terrorisme een gevaar is dat ook de essentiële veiligheidsbelangen van Europa kan treffen.

Tegelijkertijd heeft de nieuwe gemeenschappelijke Europese strategie "tegen proliferatie van massavernietigingswapens", die uitdrukkelijk inhoudt dat geweld kan worden gebruikt tegen landen die ondanks diplomatieke druk toch massavernietigingswapens ontwikkelen, de Europese landen meer op één lijn gebracht met de Verenigde Staten. Bovendien hebben de Europese ministers van Buitenlandse Zaken begin deze maand besloten buiten de NAVO om een strijdmacht in te zetten in Congo ten behoeve van operatie 'Artemis', wat kan worden beschouwd als een duidelijke erkenning van de EU dat zij ook in regio's buiten Europa verantwoordelijk is voor handhaving of herstel van de stabiliteit. Zeker, in deze bepaalde operatie wordt slechts een beperkt aantal troepen ingezet, want de EU beschikt niet over grote expeditiemachten met verfijnde wapens. Maar enkel het feit dat de EU binnenkort 25 lidstaten zal omvatten, met 450 miljoen inwoners, die ongeveer een kwart van de wereldeconomie vertegenwoordigen en dus het grootste handelsblok van de wereld vormen, betekent eigenlijk al dat de Unie op mondiaal niveau meetelt.

Het is om de grote staat van dienst van de EU op het gebied van de internationale handel, de buitenlandse hulp en de vredeshandhaving dat Andrew Moravscik Europa "de stille supermacht" heeft genoemd. Zijn stelling dat de Europeanen in feite al net zoveel over vrede en oorlog te zeggen hebben als de VS, lijkt iets te hoog gegrepen om iedereen te kunnen overtuigen. Maar het is waar, dat bij elkaar genomen, het Europese aandeel in de wereldwijde ontwikkelingshulp meer dan zeventig procent bedraagt - ongeveer vier maal zoveel als dat van de VS. Evenzo is het gezamenlijke aandeel van de huidige en toekomstige EU-lidstaten in vredesoperaties ongeveer tien maal zo groot als de Amerikaanse bijdrage. De Europeanen begrijpen ook heel goed dat buitenlandse hulp - zowel gericht op herstel op korte termijn als op structurele ontwikkeling - en permanente vredeshandhaving onmisbare instrumenten zijn om internationale en binnenlandse vredesregelingen te ondersteunen. Daar komt bij dat de radicale uitbreiding van de EU met de landen van Midden- en Oost-Europa, die de samenhang en de capaciteit van de Unie om in actie te komen zou kunnen aantasten, kan worden verwelkomd als een ongekende poging om de oorzaken van oorlogen weg te nemen in een werelddeel waar conflicten vroeger als endemisch golden.

De mogelijkheden van de EU om een effectieve rol te spelen op het internationale podium zijn nog lang niet uitgeput. De capaciteit van de Unie om extern op te treden kan effectiever worden gemaakt door alle beleidsterreinen met een internationaal aspect - van buitenlandse hulp, migratie, en handel in landbouwproducten tot de traditionele diplomatie - te combineren. Ze moet meer bereid zijn om enerzijds de toekenning van handelsprivileges en hulp, en anderzijds economische strafmaatregelen en de inhouding van privileges, in te zetten om de Europese diplomatieke inspanningen meer gewicht te geven. Hopelijk zal de instelling van een Europese minister van Buitenlandse Zaken, een 'opperheer' die zowel verantwoordelijk is voor de gemeenschap als voor de intergouvernementele componenten van de buitenlandse betrekkingen van de EU, ertoe bijdragen dat er tussen de bestaande beleidsinstrumenten meer synergie ontstaat.

Evenzo kan, zolang er nog niet één gezamenlijk, voor alle lidstaten bindend Europees buitenlands beleid is, het vermogen om handelend op te treden ook worden verbeterd door een effectievere coördinatie van het gemeenschappelijk beleid op Europees niveau met externe activiteiten van afzonderlijke lidstaten. Hoewel de Europese veiligheidsdoctrine een koers uitzet die bedoeld is om de Unie meer militair gewicht te geven tegenover partijen die ongevoelig zijn voor civiele middelen, zal de Unie naar verwachting toch vooral gericht blijven op 'zachte veiligheid'.

Maar ik ben het eens met degenen die menen dat de oriëntatie van de EU op 'zachte veiligheid' en die van de VS op 'harde veiligheid' elkaar eerder aanvullen dan uitsluiten. Noch de EU noch de VS zijn in staat op eigen houtje de complete levenscyclus van conflicten aan te pakken: conflicten te voorkomen en, waar dat niet mogelijk is, te bestrijden, te beëindigen en de nasleep in goede banen te leiden. Als tegenhanger van de VS kan de EU stabiliserende instrumenten verschaffen die de Amerikaanse gereedschapskist goed aanvullen.