Research

Articles

Oorlogen worden in steden beslist

15 Mar 2006 - 00:00
Ethische dilemma's en militaire problemen van een stadsguerrilla

De toekomst van de oorlogvoering ligt waarschijnlijk in de straten, riolen, kantoorgebouwen en industriële complexen, en in de congestie van huizen en hutten die de verpauperde steden van de wereld vormen, vindt Kees Homan.

Een deel van de huidige strijd in Irak doet denken aan de oefening 'Millenium Challenge', die de Amerikaanse krijgsmacht vorig najaar hield. Deze oefening simuleerde een militaire confrontatie tussen de Verenigde Staten en een 'boevenstaat'. De gepensioneerde mariniersgeneraal Van Riper, veroorzaakte als leider van de boevenstaat veel slachtoffers onder de Amerikanen, door gebruik te maken van dezelfde guerrilla -en zelfmoordtactieken die we in Irak zien. De spelleiding zette de oefening stop en verweet Van Riper het spel niet mee te spelen, waarop deze zich terugtrok uit de oefening. Hoewel dit voorval veel aandacht kreeg in de Amerikaanse pers, kwamen de guerrilla en zelfmoordacties in Irak toch onverwachts. Zo verklaarde de Amerikaanse generaal Wallace in Irak, dat "de vijand tegen wie we vechten een andere is dan die we in onze 'war games' bestreden''.

Naast een technologische asymetrie is in deze oorlog ook sprake van een culturele asymmetrie. De westerse cultuur wordt getekend door waarden als verdraagzaamheid, respect voor mensenrechten en democratie waaraan Irak niet een even grote waarde toekent en die zijn weerslag heeft in hun wijze van oorlogvoeren. Uniek in deze oorlog is het feit dat tegelijkertijd zowel sprake is van een conventionele als van een guerrilla-oorlog, terwijl de militairen van de coalitie tevens voedsel, water, gezondheidszorg en bescherming aan Iraakse burgers bieden.

Inmiddels kwam de Amerikaanse minister van Defensie Rumsfeld onder vuur te liggen. Het lijkt erop dat hij te veel op de stoel van de militairen is gaan zitten. De gepensioneerde generaal Schwarzkopf, die de leiding had over de vorige Golfoorlog, verklaarde al in januari jl., dat hij "nerveus'' werd van de intensieve wijze waarmee Rumsfeld zich met de planning van de militaire operatie in Irak bemoeide. Rumsfeld wordt al vergeleken met zijn voorganger McNamara, die tijdens de Vietnamoorlog het etiket 'micro-manager' kreeg opgeplakt, omdat hij zich uitvoerig met de uitvoering van de militaire operaties bezighield.

Rumsfeld schijnt onder meer het advies van generaal Franks in de wind te hebben geslagen, om te wachten met de aanval tot de 4e infanteriedivisie via Koeweit inzetbaar zou zijn. Het is inmiddels duidelijk dat Saddam Hussein het ontbreken van een noordelijk front dankbaar heeft aangegrepen om een paar divisies uit het noorden van Bagdad te verplaatsen ter versterking van de zuidelijke verdediging van de hoofdstad.

Hoewel de Amerikanen in de conventionele oorlogvoering volstrekt superieur zijn aan de Irakezen en inmiddels voor de poorten van Bagdad staan, heeft de technologie nog geen adequaat antwoord op guerrilla-acties van de Iraakse krijgsmacht. Conflicten zoals in Vietnam, Somalië en Tsjetsjenië hebben al eerder aangetoond dat het nog steeds noodzakelijk kan zijn de primitieve gevechten uit het agrarische tijdperk te voeren. De Irakezen hebben bovendien uit de vorige Golfoorlog de les getrokken het open terrein zoveel mogelijk te vermijden. Zij opereren nu voornamelijk in steden, stedelijke gebieden, bossen, palmplantages etc., waar het voor de Amerikaanse en Britse eenheden moeilijker is te manoeuvreren. Bovendien kunnen ze de Irakezen hierdoor niet reeds op lange afstand onder schot krijgen. De Amerikanen en Britten zijn nu gedwongen de Irakezen tot dichtbij te naderen waardoor die de gelegenheid krijgen terug te vechten.

Een belangrijke les van de gevechten rondom de zuidelijke steden in Irak en de waarschijnlijk komende strijd in Bagdad is, dat in de oorlogvoering veel meer aandacht moet worden besteed aan gevechten in stedelijke gebieden ('urban warfighting'). Dit mede wegens de trend naar verstedelijking in de wereld. Het aantal stedelingen zal in Zuid-Amerika van meer dan 43 procent in 1950 tot meer dan 90 procent in 2010 stijgen, in Afrika in dezelfde periode van ongeveer 14 procent tot meer dan 53 procent en in Azië van ruim 16 procent tot meer dan 50 procent.

De toekomst van de oorlogvoering ligt waarschijnlijk dan ook voor een belangrijk deel in de straten, riolen, kantoorgebouwen en industriële complexen, en in de congestie van huizen, hutten en tenten die de verpauperde steden van onze wereld vormen. 'Urban warfighting' in grote steden wordt zo het postmoderne equivalent van de guerrilla-oorlogvoering in de woestijn, jungles en bergen. Ondanks alle moderne technologie blijft de bereidheid het 'traditionele' nabijgevecht aan te gaan daarom een basisvereiste voor iedere militair.

Von Clausewitz heeft oorlog gedefinieerd als een daad van geweld teneinde de tegenstander te dwingen onze wil te doen. Wat ook sinds de verschijning van zijn boek Vom Kriege de invloed van sociale en technologische veranderingen op de oorlogvoering mag zijn, de essentie van oorlog blijft dezelfde. Von Clausewitz vergeleek in dit verband oorlogvoering met een kameleon die de kleur van zijn omgeving aanneemt. Met andere woorden: terwijl het lijkt alsof oorlogvoering verandert en we er soms eufemistische etiketten opplakken zoals crisisbeheersing, peace-enforcing en 'afdwinging van resolutie 1441', blijft het, net als de kameleon, welke kleur het ook aanneemt, nog steeds hetzelfde dier.