Research
Articles
Europa moet meer zijn dan hulpje Amerika
Het is nu toch wel duidelijk dat Europa en de VS een totaal andere kijk hebben op de vraag wat urgente problemen in de wereld zijn, met welke oplossingen en instrumenten deze problemen moeten worden opgelost, en met wie en volgens welke regels. Intussen is Europa voor de VS strategisch irrelevant geworden. De regering-Bush vaart doelbewust een onafhankelijke koers. De VS zijn niet meer in Europa geïnteresseerd en zien er geen probleem in om Europese belangen te schaden. Washington gedraagt zich als een pas gescheiden vrijgezel die in zijn pas verworven vrijheid naar willekeur gelegenheidspartners zoekt voor een kortstondig samenzijn. Europese criticasters zijn daarbij slechts tot last.
De transatlantische scheiding der geesten bleek al uit de cowboy-uitspraken van Bush waarin hij zijn wereldbeeld blootlegde. Ondanks de schijn van wederzijdse betrokkenheid en samenwerking werd Europa bovendien geschoffeerd toen de VS de facto lieten merken dat de Navo en Europese landen irrelevant waren. Niet alleen had Europa weinig te bieden, maar de VS wilden Afghanistan alleen 'doen' zodat de strijd niet zou worden verlamd door coalitieproblemen zoals enkele jaren geleden in Kosovo tijdens 'Allied Force'. Aanstootgevend en zorgwekkend is eveneens dat de inzet van kernwapens niet langer door het Pentagon wordt uitgesloten. Nu blijkt bovendien dat gevangenen uit Afghanistan zelfs opzettelijk zijn overgebracht naar landen waar marteling wél wordt toegestaan, zodat op deze dubieuze wijze meer informatie kan worden verkregen door de CIA. Dit kwam bovenop eerdere onenigheid over onder meer het Kyoto-verdrag, het ABM-verdrag en het instellen van een Internationaal Strafhof.
Europa kan goed leven met een Amerikaanse supermacht die zorgvuldig, afgemeten maar toch kordaat gebruik maakt van zijn overmacht. Dit onder het oude motto dat Amerikaans leiderschap wellicht nodig is om internationale stabiliteit te garanderen en instituties en normen te cultiveren. Maar de vraag is nu of de VS deze stabiliserende rol nog wel op zich wensen te nemen? Wanneer het Pentagon werkelijk overwegen zou om tactische kernwapens in te zetten in de strijd tegen terroristen, ondergraaft dit het fundament van het non-proliferatieverdrag (NPT), waardoor de verspreiding van massavernietigingswapens juist wordt aangemoedigd. Wanneer Irak werkelijk militair wordt aangepakt, dan gebeurt dit zonder expliciete goedkeuring van de Veiligheidsraad van de VN, waardoor een basis in het internationale recht zou ontbreken. Natuurlijk zouden ook Europeanen het verdwijnen van Saddam Hoessein alleen maar toejuichen, maar niet tegen elke prijs.
Maar Europa heeft deze Amerikaanse houding ook enigszins aan zichzelf te danken. Europa heeft immers getalmd in het verhogen van de defensie-uitgaven, het verbeteren van de militaire capaciteiten en het nemen van meer internationale verantwoordelijkheden. De huidige militaire middelen zijn zelfs ontoereikend om de zeer beperkte 'Petersbergtaken' (waaronder crisisbeheersing en humanitaire en reddingsoperaties) van de EU uit te voeren.
Europa heeft ook nog veel te doen om een coherent buitenlands- en veiligheidsbeleid in het leven te roepen. Europese leiders zijn weliswaar verenigd in hun gemeenschappelijke frustratie over het feit dat Amerika niet te stoppen is, maar ze bieden geen gemeenschappelijk Europees alternatief voor het Amerikaanse beleid. Bovendien zijn de lidstaten nog verdeeld over de toekomst van de EU en wordt momenteel in de Europese Conventie breed bediscussieerd wat de rol en toekomst van Europa en haar instituties nu eigenlijk zou moeten zijn. Omdat Europa eigenlijk niet weet wat het zelf wil, kiezen Europese landen in de on enigheden met de VS als het erop aankomt steeds weer eieren voor hun geld. Waarom zouden de VS dan van houding veranderen?
Onder deze omstandigheden is Europa gedwongen om snel een eigen rol te gaan bepalen als speler in de internationale veiligheidspolitiek. Alleen met een eigen gemeenschappelijke politiek kan Europa op de VS nog enigszins invloed uitoefenen. De EU heeft daarom een duidelijke, gemeenschappelijke strategie nodig ten aanzien van Amerika, in navolging van Europees beleid voor Rusland, Oekraïne en het Middellandse-Zeegebied. Er moet een collectief Europees beleid worden uitgedacht die met het Amerikaanse wereldbeeld de gezonde concurrentie kan aangaan. Europa heeft geen alternatief: het is of zélf nadenken en doen, of zich schikken in de rol van Amerikaans hulpje, danwel van een roepende in de woestijn. Ook een speciale Europees-Amerikaanse top moet er snel komen om verdere schade aan de transatlantische betrekkingen te beperken. Maar haast is geboden, want in een wereld met een losbandig Amerika en een gefragmenteerd Europa is het minder prettig toeven.