Research

Articles

Defensieplannen Bush te technisch én te duur

15 Mar 2006 - 00:00
President Bush heeft vrijdag in Annapolis verkondigd dat de toepassing van revolutionaire technologie centraal staat in de vernieuwing van de Amerikaanse defensie. Verwonderlijk is dit niet want tijdens een verkiezingstoespraak vorig jaar zei hij al: 'Vandaag de dag is onze krijgsmacht meer georganiseerd voor Koude Oorlogs-dreigingen dan voor de dreigingen van een nieuwe eeuw; meer voor operaties uit het industriële tijdperk dan voor gevechten in het informatietijdperk.'

De ideeën van de nieuwe president zijn voornamelijk gebaseerd op die van de 79-jarige Andrew Marshall, die al sinds de regering-Nixon aan het hoofd staat van een denktank van het Pentagon, het ministerie van defensie. Marshall staat bekend als een controversieel denker. Tijdens de regering-Clinton had hij een laag profiel. Minister van defensie, Aspin, sprak nooit met hem en minister Cohen trachtte hem via een bezuinigingsoperatie het Pentagon uit te werken. Minister van defensie Rumsfeld heeft Marshall echter de leiding gegeven over zo'n twintig studiegroepen die moeten adviseren over een nieuw defensiebeleid.

Dat de herziening van het defensiebeleid langer duurt dan was voorzien, bleek uit de toespraak vanBush, die volstond met de 'buzz words' van Marshall, zoals 'mobiliteit', 'grotere snelheid en precisie' en 'innovatief denken'. Inmiddels tekenen zich door 'lekken' en interviews met Rumsfeld de contouren van het nieuwe defensiebeleid af.

Op het gebied van nucleaire wapens wil de president het afschrikkingsdenken uit de Koude Oorlog verlaten en meer het accent op verdediging leggen. Bush heeft weinig vertrouwen in wapenbeheersingsovereenkomsten en wil forse eenzijdige reducties in het Amerikaanse kernwapenarsenaal doorvoeren. 'Kroonjuweel' van het nieuwe defensiebeleid is het antiraketschild tegen ballistische raketten uit 'boevenstaten'.

Rumsfeld heeft recent aandacht gevraagd voor bescherming van Amerikaanse satellieten in de ruimte. In een nog voor zijn aantreden als minister verschenen rapport, waarschuwde hij al voor een 'Pearl Harbour in de ruimte'.

Wat de omvang van de Amerikaanse krijgsmacht betreft, zal deze niet langer gebaseerd zijn op het tegelijk kunnen voeren van twee regionale oorlogen, bijvoorbeeld op het Koreaanse schiereiland en in de Perzische Golf. Dit opent de weg tot verdere reducties in de parate sterkte van 1,4 miljoen militairen.

Naarmate China machtiger wordt en Rusland minder machtig, zal de Stille Oceaan het meest waarschijnlijke gebied van Amerikaanse militaire operaties worden. Een vertrouwelijk rapport van het Pentagon bepleit de ontwikkeling van nieuwe langeafstandswapens om tegenwicht te bieden aan de groeiende militaire macht van China. Het rapport concludeert dat Amerikaanse bases in dit gebied steeds kwetsbaarder worden naarmate China en andere potentiële tegenstanders meer nauwkeurige raketten ontwikkelen. De Amerikaanse krijgsmacht moet dan ook minder afhankelijk worden van overzeese militaire bases en meer nadruk leggen op gevechten vanaf afstand.

Naar verwachting zal het aantal Amerikaanse militairen in Europa verder gereduceerd worden. Van de 310.000 Amerikaanse militairen die tijdens de Koude Oorlog in Europa waren gestationeerd, zijn er nog 110.000 over. Hiervan is als erfenis uit de Koude Oorlog meer dan de helft in Duitsland gestationeerd. De Amerikaanse Navo-opperbevelhebber in Europa, generaal Ralston, heeft onlangs voor de Senaat bepleit de Amerikaanse militaire presentie in Europa in Zuidoost-Europa te concentreren. De Amerikaanse militairen in Europa zijn 'double hatted'. Behalve voor Navo-optreden zijn ze ook bestemd voor eventuele Amerikaanse operaties in Afrika en de Kaukasus.

Naast twijfel over de technologische haalbaarheid zijn er nog twee kanttekeningen te plaatsen bij de ambitieuze defensieplannen. Het grote vertrouwen in technologie roept de vraag op of de VS zich niet te veel voorbereiden op een hightech oorlog en te weinig op de conflicten die ze niet kunnen vermijden. In 1999 waren 25 van de 27 conflicten waarin elk meer dan duizend doden vielen intrastatelijk. Technologie speelt in dit soort conflicten vaak een ondergeschikte rol.

Zo trachtte de Amerikaanse krijgsmacht in oktober 1993 in de jacht op Aideed de verbindingen van deze Somalische krijgsheer te storen. Aideed frustreerde deze pogingen door zijn verbindingen via drums te onderhouden. Bovendien wisten zijn krijgslieden met eenvoudige schoudervuurwapens geavanceerde Amerikaanse helikopters boven de havenstad Mogadishu naar beneden te halen.

De VS lijken zich alleen nog in conflicten te willen begeven waarbij technologie de doorslag geeft en er geen slachtoffers aan eigen zijde vallen. Rumsfeld heeft dan ook weinig op met vredesoperaties, die tegenwoordig een belangrijke taak voor westerse krijgsmachten vormen. Vorige week heeft hij te kennen gegeven de Amerikaanse troepen uit Bosnië te willen terugtrekken. Al eerder riep hij op tot beëindiging van de Amerikaanse deelname aan de vredesmacht in de Sinaï.

Een tweede kanttekening betreft het prijskaartje dat aan het nieuwe defensiebeleid hangt. De vijf miljard dollar verhoging van het defensiebudget die Bush voor de komende tien jaar in zijn verkiezingsprogramma in het vooruitzicht stelde, is volstrekt ontoereikend. Het defensiebudget van 310,5 miljard dollar voor 2002 moet met 35 miljard dollar omhoog. En de werkelijke kosten van de hervormingen en van het antiraketschild zullen pas in de begroting voor 2003 tot uiting komen. De regering-Bush kan rekenen op forse tegenwind. Het begrotingsoverschot gaat al voor een groot deel naar aflossing van de staatsschuld en de belastingverlaging. Bovendien zal de nieuwe Democratische meerderheid in de Senaat meer prioriteit geven aan gezondheidszorg en onderwijs.

Kortom, het is technologisch én financieel bijzonder twijfelachtig of Bush jr de geschiedenis zal ingaan als 'Master of the Universe'.