Research
Articles
Defensie VS zal Europa niet onberoerd laten
Terwijl in Europa de defensie-uitgaven gelijk blijven, overbieden de beide presidentskandidaten elkaar bij het invullen van wensenlijstjes voor een verdere uitbreiding van het Amerikaanse militaire potentieel.
Deze kracht is ongeëvenaard. Meer dan driehonderd miljard dollar wordt aan defensie gespendeerd. Dat is even veel als het totaal van de defensie-begrotingen van de op de Verenigde Staten na tien grootste militaire mogendheden in de hele wereld.
Gecorrigeerd naar inflatie bedraagt de huidige Amerikaanse defensiebegroting ongeveer 95 procent van de jaarlijkse defensie-uitgaven in het midden van de jaren tachtig. De Amerikaanse superioriteit komt meer dan ooit naar voren in hun lucht- en zeestrijdkrachten. Van alle militaire vliegtuigen wereldwijd behoort één derde toe aan de Amerikaanse krijgsmacht, de totale tonnage van de Amerikaanse oorlogsschepen is, even groot als het totaal van de rest van de wereld. Maar meer nog dan deze aantallen springt de kwalitatieve voorsprong van de Verenigde Staten op alle denkbare terreinen in het oog.
Toch schroomt de Republikeinse presidentskandidaat niet om de Amerikaanse strijdkrachten als een hollowforce, een lege huls, af te schilderen. Overbelast door de, naar de mening van Bush, vaak onnodige inzet ver van het Amerikaanse vaderland, geplaagd door gebrek aan geld voor oefeningen en nieuw materieel, gefrustreerd door onderbetaling en slechte voorzieningen, zouden de Amerikaanse strijdkrachten zich in een neerwaartse spiraal bevinden. De Republikeinen willen dan ook het mes zetten in de Amerikaanse deelname aan de vredesmachten op de Balkan en zich veel meer toeleggen op rechtstreekse dreigingen voor de Verenigde Staten. Een uitgebreid, gelaagd verdedigingssysteem tegen ballistische raketten moet de kwetsbaarheid van het Amerikaanse grondgebied drastisch verminderen. Bij de invoering van zo'n systeem spelen de opvattingen van de Europese bondgenoten en Rusland een ondergeschikte rol. Ook aan de Verenigde Naties laten de Republikeinen zich weinig gelegen liggen. Zo zullen, wat Bush betreft, Amerikaanse troepen nooit onder VN-commando in vredesoperaties worden ingezet.
Gore bepleit een sterkere samenwerking met de Verenigde Naties, Rusland en de Amerikaanse bondgenoten in Europa en Azië. Bush kiest voor een eigen Amerikaanse koers. Waar Bush op nucleair gebied en bij de invoering van een afweersysteem tegen ballistische raketten aanstuurt op eenzijdige Amerikaanse stappen, legt Gore veel meer de nadruk op wapenbeheersingsafspraken, het nakomen van internationale verplichtingen en overleg met de bondgenoten. Voor de twee presidentskandidaten wordt de invoering van een antiraketschild de lakmoesproef. Als de huidige Amerikaanse regering erin slaagt om met Noord-Korea bindende en controleerbare afspraken te maken over de stopzetting van het Noord-Koreaanse programma voor de ontwikkeling van ballistische raketten, vervalt de urgentie van de invoering van een afweersysteem. Dit is een mogelijkheid waarmee Gore in tegenstelling tot Bush ongetwijfeld rekening houdt.
De militaire leiders in het Pentagon spinnen duidelijk garen bij de tegen elkaar opbiedende kandidaten. Het voltallige comité van chefs van staven heeft onlangs aan het Congres duidelijk gemaakt dat voor de uitvoering van de huidige defensieplannen jaarlijks zo'n vijftig miljard dollar meer dan nu in de begroting voorzien nodig is. Daar is niet veel overdrijving bij, omdat het onderzoeksbureau van het Congres inmiddels ook heeft vastgesteld dat de defensiebegroting jaarlijks met zo'n bedrag moet stijgen.
Met zulke gigantische verhogingen krijgt de militaire status van de Verenigde Staten megalomane trekken. De helft van de jaarlijkse defensie-uitgaven van alle landen in de wereld bij elkaar staat dan op het conto van de Verenigde Staten. Zover gaan Gore en Bush niet. Gore wil de defensie-uitgaven jaarlijks met tien miljard dollar verhogen, bij Bush staat de teller op vijf miljard dollar per jaar, de tientallen miljarden van een uitgebreid antiraketsysteem niet meegerekend. Houdt de nieuwe president zich aan zijn verkiezingsbelofte, dan ontkomt hij niet aan pijnlijke keuzes bij de modernisering van de Amerikaanse krijgsmacht.
Veel van de huidige bewapening en wapensystemen is aangeschaft onder president Reagan en is aan vervanging toe. Een van de grootste slokops is de invoering van drie verschillende soorten gevechtsvliegtuigen, waarmee een kwart van het voor de komende dertig jaar voorziene aanschafbudget gemoeid is.
Zolang plannen en beschikbare budgetten niet in evenwicht zijn, zal met een scheef oog naar de bondgenoten worden gekeken, zeker naar de Europese landen. Toenemende Amerikaanse aandrang om een deel van de extra financiële lasten voor Europese rekening te laten komen, ligt voor de hand. Wordt Al Gore de nieuwe president dan zal terzake de nodige druk op de Europese bondgenoten worden opgevoerd. Bij president George Bush zal dat gepaard gaan met een eenzijdige invoering van een met Europese bedenkingen omgeven antiraketsysteem en een eenzijdige terugtrekking uit vredesmachten, waaraan de Europese landen nu al het leeuwendeel leveren. Aan de verkiezing van Gore hangt in ieder geval een prijskaartje, bij winst voor Bush komt daar nog een forse portie politieke meningsverschillen bij. Zo krijgen op het oog kleine verschillen in de Amerikaanse verkiezingsstrijd toch een grote betekenis voor de Europese landen.