Research
Reports and papers
De verplichte uitwisseling van Griekse en Turkse bevolkingsgroepen in de jaren ?20 : Lessen voor vandaag en morgen
Voor de oplossing van gewelddadige conflicten rond etnische minderheden, zoals deze zich het afgelopen decennium op de Balkan hebben voorgedaan, zijn verschillende oplossingen gesuggereerd. Te noemen vallen multi-etnische regeringen, het pacificatiemodel, federatieve verbanden, en vormen van autonomie of onafhankelijkheid. Een mogelijkheid waar erg weinig over is gepraat, is een verplichte uitwisseling van bevolkingsgroepen. De 20e eeuw heeft één voorbeeld opgeleverd waarbij een dergelijke uitruil met wederzijdse toestemming van de betrokken regeringen en tegelijk met bemoeienis van de internationale gemeenschap tot stand kwam: de Turks-Griekse afspraken van 1923, zoals neergelegd in de Conventie van Lausanne.
J.W. van der Meulen, verbonden aan de afdeling onderzoek van het Instituut Clingendael, schetst de omstandigheden waaronder deze afspraken tot stand kwamen, wie het initiatief namen, welke vorm de overeenkomst kreeg, wat de inbreng was van de buitenwereld en welke consequenties de massale verplaatsingen van mensen hadden voor de betrokken landen. In het bijzonder Griekenland, dat geconfronteerd werd met een instroom van 1,2 miljoen immigranten (een kwart van de toenmalige bevolking), stond voor een taak die het zonder internationale steun niet had kunnen uitvoeren.
Het Grieks-Turkse voorbeeld illustreert dat gedwongen verplaatsingen slechts onder extreme omstandigheden realiseerbaar zijn. In dit geval bestond de voorgeschiedenis uit de Turkse verdrijvingen van Grieken kort voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog, de mislukte Griekse militaire campagne in Anatolië en het bloedbad van Smyrna, in 1922. De studie besluit met de constatering dat de buitenwereld zich na 1991 vooral met de Balkan heeft ingelaten om etnische zuiveringen te voorkomen. Mede hierom zullen de weerstanden tegen verplichte uitwisselingen zeer aanzienlijk zijn.