Research

Op-ed

Relatie NAVO-EU: een 'frozen conflict'?

20 Aug 2007 - 10:54
Het Engelse tijdschrift The Economist bepleitte recentelijk in een artikel enigszins schertsend een 'arbeidsverdeling' op veiligheidsgebied, waarbij internationale organisaties in een crisis op basis van hun expertise zouden bijdragen aan de aanpak van de crisis. De Verenigde Naties zou de legitimiteit moeten verschaffen, de NAVO zou het meubilair vernielen en de Europese Unie zou een trip naar de meest nabijgelegen IKEA-vestiging organiseren voor de noodzakelijke wederopbouw.

Transatlantische relatie

De gedachte dat de relatie tussen de NAVO en EU gebaseerd kan zijn op een militair-civiele arbeidsverdeling, met de NAVO die alleen de militaire taken uitvoert en de ELI uitsluitend de civiele rollen, is echter weinig reëel. Hoewel binnen de EU de ideeën over politiek en militair Europa niet synchroon lopen, wijzen de beschikbare 13 battle-groups erop dat de ambities verder gaan dan wederopbouw. Politiek hechten landen als bet Verenigd Koninkrijk en Nederland echter zeer aan de transatlantische relatie, terwijl landen als Frankrijk en België meer continentaal gericht zijn en voor Europa een onafhankelijke - los van de Verenigde Staten - rol opeisen. Zo toonde Frankrijk zich zeer enthousiast over de Europese Veiligheid Strategie toen deze in de Europese Raad in december 2003 werd aangenomen. Met deze strategie kon Europa volgens de Fransen immers een tegenwicht tegen de Verenigde Staten gaan vormen. Het Verenigde Koninkrijk benadrukte daarentegen de passage in de strategie die bet belang van de transatlantische relatie onderstreept.

Samenwerking

De samenwerking tussen de NAVO en de EU beperkt zich vooral tot declaratoire uitspraken. Beide organisaties tekenden in december 2002 een verklaring waarin zij stelden dat hun beider toekomst gebaseerd zou zijn op 'effectieve wederzijdse consultatie, dialoog, samenwerking en transparantie'. Daarnaast werd op 8 maart 2003 besloten tot bet oprichten van de EU-NATO Capability Group. Hoewel 21 leden van de EU ook lid zijn van de NAVO, blijkt in de praktijk de samenwerking tussen de EU en de NAVO toch stroef te verlopen en is er soms zelfs sprake van competitie. Een medewerker van de secretaris-generaal van de NAVO noemde de relatie van de Alliantie met de EU dan ook gekscherend een 'frozen conflict'. Een voorbeeld van deze moeizame relatie was het verzoek van de president van de Afrikaanse Unie (AU), Alpha Oumar Konore, twee jaar geleden om luchttransport te leveren aan de vredesbewarende missie van de AU in Soedan. Zowel de NAVO als de EU antwoordden positief Toch waren beide organisaties niet in staat overeenstemming te bereiken over een gemeenschappelijk commandocentrum. De EU stelde het European Airlift Centre bij Eindhoven voor, terwijl de NAVO met SHAPE kwam. Uiteindelijk werden twee afzonderlijke centra opgericht in de verwachting dat de AU als coördinator zou optreden.

Berlijn-plus

Belangrijkste wapenfeit op bet gebied van samenwerking tussen de NAVO en EU blijft vooralsnog het in 2003 gesloten Berlijn-plus arrangement, welke de EU de mogelijkheid geeft gebruik te maken van NAVO-middelen, zoals bijvoorbeeld het geval is bij de door de EU geleide stabiliseringsmacht in Bosnië. Berlijn-plus is uitgevonden om geen operationele planningscapaciteit en commandostructuren te hoeven te creëren in de EU, omdat deze al in NAVO beschikbaar zijn.

Een van de obstakels voor betere samenwerking tussen de NAVO en EU vormen Turkije (aan NAVO-zijde) en Cyprus (aan EU-zijde). Turkije erkent de republiek Cyprus niet, die in 2004 lid werd van de EU. Ankara betoogt dat Nicosia niet aan tafel mag zitten wanneer over gezamenlijke EU-NAVO missies wordt gesproken. Turkije wil uiteraard zoveel mogelijk in EU-NAVO kader bespreken, maar dan zonder aanwezigheid van Cyprus, maar Turkije interpreteert dit zo ruim dat ook andere onderwerpen (bijv. Midden-Oosten, Afrika) uitsluitend in EU-NAVO verband bespreekbaar zijn zonder aanwezigheid van Cyprus, wat uiteraard onaanvaardbaar is voor Cyprus.

Cyprus wil niets in EU-NAVO kader bespreken, tenzij Cyprus er zelf bij zit. Cyprus (en Malta) zijn onder het Berlijn-plus arrangement uitgesloten van EU-NAVO overleg over Berlijn-plus operaties en in de EU-NAVO Capaciteiten Groep. Cyprus blokkeert op zijn beurt bet Turkse streven om een geassocieerd lid van bet Europees Defensie Agentschap te worden.

Civiele capaciteiten

De ervaringen op de Balkan en Afghanistan hebben aangetoond dat moderne oorlogen zelden gewonnen kunnen worden door militaire strijdkrachten alleen. De EU en de lidstaten beschikken naast battle-groups vooral over belangrijke civiele capaciteiten die gebruikt kunnen worden voor stabiliserings- en reconstructie-operaties. Zo beschikt de EU over een pool van 5.000 civiel politiepersoneel. Voor het versterken van de rechtsstaat beschikt de EU over bijna 300 aanklagers, rechters en gevangenispersoneel Om het civiel bestuur te versterken heeft de EU een pool van experts opgericht, die cruciale bestuurstaken kunnen uitvoeren in een post-conflict situatie of in een 'failed state' De EU heeft voor bescherming van de bevolking twee tot drie snel inzetbare teams van experts opgericht, die ingezet kunnen worden in situaties waar door natuurrampen of conflicten de burgerbevolking gevaar loopt. Tenslotte heeft de EU in 2004 een Europese Gendarmerie eenheid opgericht, bestaande uit militaire politie die in risicovolle situaties in vredesoperaties kan worden ingezet. Toch kostte het weer veel wikken en wegen, voordat de EU onlangs besloot 195 civiele adviseurs, mentoren en trainers naar Afghanistan te sturen, om bet hogere politiekader in dit land te ondersteunen. De NAVO ondersteunt deze EU missie (EUPOL Afghanistan) met communicatie en informatiesystemen, weg- en luchttransport, medische voorzieningen, legering en voeding, 'force protection', etc. Het blijft echter een van de spaarzame voorbeelden van een goede samenwerking tussen de NAVO en de EU.

Complementariteit

Het wordt langzamerhand tijd, dat er een eind komt aan de rivaliteit tussen de NAVO en EU. De defensie- en veiligheidscapaciteiten van beide organisaties zijn onmisbaar, en het is onacceptabel dat beide organisaties elkaar niet optimaal helpen. Er is een duidelijke behoefte aan een open dialoog tussen de twee organisaties en er zouden inspanningen gepleegd moeten worden om een relatie op te bouwen op basis van complementariteit. Er moet een meer alomvattende en gecoördineerde benadering komen, waarbij iedere institutie zijn meest relevante capaciteiten voor een missie levert. De NAVO en EU hebben immers ieder belang in bet opbouwen van een wederzijds voor beide voordelig partnerschap.

Alle pogingen om tot een betere samenwerking tussen de NAVO en EU te komen zullen echter stranden wanneer het wederzijds wantrouwen niet verdwijnt. Het Irak-conflict en de Amerikaanse behandeling van terroristen hebben de relatie tussen beide organisaties geen goed gedaan. Maar uiteindelijk moet toch iedereen erkennen dat de EU en de NAVO sterker zijn wanneer ze samenwerken, dan wanneer ze afzonderlijk handelen!