Research
Articles
ISAF-missie gaat niet werken zonder hulp van de buren
Inmiddels is de veiligheidssituatie in Afghanistan aanzienlijk verslechterd. De onveiligheid is niet langer beperkt tot het zuiden, maar heeft zich nu ook verspreid naar de rest van het land. Terwijl er in de periode 2001-2004 in totaal vijf zelfmoordaanslagen werden gepleegd, bedroeg het aantal dit jaar reeds 131. Deze onveilige situatie vormt een belangrijke rem op de wederopbouw van het land. Voor ontwikkeling is immers veiligheid nodig, zoals het officiële beleidsmantra luidt. Op de mondiale human development index - die criteria hanteert als economische ontwikkeling, onderwijs, gezondheidszorg et cetera - staat Afghanistan van de 178 landen met een 174e plaats bijna onderaan.
Corruptie
Voor de verslechterende situatie bestaat een interne en externe verklaring. Intern is het overheidsapparaat in Kabul zwak ontwikkeld en kampt met grote corruptie. Ongeveer vijftig procent van de ambtenaren is corrupt en heeft vaak banden met de opiumteelt en de georganiseerde misdaad. Het bestuur op lokaal niveau wordt geplaagd door voormalige warlords, corrupte autoriteiten en drugshandelaren. De opiumteelt is vergeleken met vorig jaar met zo'n 34 procent gestegen. De huidige opstand wordt voor zo'n veertig procent gefinancierd uit de opbrengst van de illegale opiumeconomie.
Van het politieapparaat, dat momenteel zo'n 71.000 man telt, is het merendeel corrupt en veel politiechefs zijn analfabeet. De legitimiteit van de regering in Kabul onder de bevolking is dan ook vrij gering. Een lichtpuntje vormt het Afghaanse Nationale Leger. Van de 70.000 beoogde militairen in 2010 zijn er momenteel 37.000 getraind en voor een deel ingezet bij gevechtsoperaties in het zuiden.
De International Security Assistance Force (ISAF) in Afghanistan kampt ook met tegenslagen. Voornaamste probleem voor ISAF vormt al enige tijd de vele burgerslachtoffers. Dit jaar vielen tot september onder de ongeveer 5200 Afghaanse slachtoffers zo'n 750 burgers te betreuren. Het aantal ISAF-troepen is ontoereikend voor het afdekken van een gebied zo groot als Afghanistan. Hierdoor worden de taliban vaak vanuit de lucht bestreden, waarbij soms tientallen onschuldige burgers om het leven komen. Ter vergelijking: gemeten naar het aantal ISAF-militairen per vierkante kilometer in Afghanistan zou de stabiliseringsmacht in Kosovo in plaats van 16.000 militairen slechts 370 militairen omvatten.
De NAVO komt bovendien minimaal 5000 militairen tekort, waaronder 80 Operational Mentor Liaison Teams (OMLT's). Deze teams trainen en begeleiden het Afghaanse Nationale Leger en dienen tevens als liaison tussen de Afghanen en ISAF bij gevechtsoperaties. De NAVO kampt ook met een gebrek aan materieel, zoals helikopters. Daarnaast heeft eenvierde van de NAVO-troepen - waaronder die van Duitsland, Italië en Spanje - voorbehouden (caveats) ten aanzien van de operationele inzet: ze zijn bijvoorbeeld niet inzetbaar in het zuiden, waar ze het meest nodig zijn.
Pashtuns
De belangrijkste externe verklaring voor de slechte situatie in Afghanistan is de zuidelijke buur Pakistan. De vijandelijkheden in het zuiden van Afghanistan vinden voor een belangrijk deel hun oorsprong in de voornamelijk door Pashtuns bewoonde grensgebieden van Pakistan. Een groot deel van de steun aan de taliban komt uit deze semi-autonome, wetteloze tribale regio, waar de bevolking etnisch nauw verbonden is met de Afghaanse Pashtuns. In deze regio bevinden zich vele Koran-scholen (madrassas) en trainingskampen van de taliban. Het Pakistaanse leger heeft zich de laatste jaren uit sommige van deze moeilijk onder controle te brengen grensgebieden teruggetrokken, vanwege de ruim 700 militairen die hier het leven lieten.
De regering van president Musharraf sprak eind 2005 met lokale stamleiders in Zuid-Waziristan af dat het Pakistaanse leger de wapens stil zou houden als de stamleiders hun medewerking aan aanslagen in Afghanistan zouden stoppen. Soortgelijke overeenkomsten zijn vorig jaar in Noord-Waziristan en dit jaar in Bajaur gesloten. Sindsdien zijn de aanvallen vanuit Pakistan in Afghanistan met 300 procent toegenomen.
Na de bestorming van de Rode Moskee in Islamabad, vorige maand, vielen militanten in Noord-Waziristan een eenheid van het Pakistaanse leger aan. Daarna laaide het geweld in dit wetteloze gebied weer op. Hoewel hiermee een eind kwam aan het tien maanden oude bestand is Musharraf volstrekt niet in staat het grensgebied onder controle te brengen.
Pakistan heeft bovendien zowel geopolitieke als binnenlandse redenen om Afghanistan te destabiliseren. Geopolitiek ziet de regering in Islamabad Afghanistan nog steeds als een land dat 'strategische diepte' kan verschaffen, waarin het zich kan terugtrekken in het geval van een oorlog met India. Daarnaast vreest Pakistan voor een onafhankelijke Afghaanse staat die aan India is gelieerd. Deze 'India-factor' bepaalt voor een belangrijk deel het Afghanistan-beleid van Pakistan.
Steun
Studies over nation-building and counterinsurgency concluderen dat het vrijwel onmogelijk is een ontwrichte samenleving weer veilig en stabiel te maken zonder de steun van buurlanden. Daarnaast is het vereist dat een eind wordt gemaakt aan de activiteiten van opstandelingen die steun van buitenaf krijgen en over nabijgelegen uitvalsbases beschikken.
Het is dan ook de vraag of de NAVO haar missie in Afghanistan wel tot een goed einde kan brengen zonder regionale spelers bij de dynamiek van Afghanistan te betrekken. Regionale actoren, zoals Pakistan en India, maar ook Iran, dienen ervan overtuigd te worden dat ze hun steun aan het Afghaanse vredesproces moeten verlenen. Alleen door deze landen bij het vredesproces te betrekken, bestaat er kans op een stabiel Afghanistan.