De Nederlandse bevolking geeft er vooralsnog geen blijk van een ‘MEGA’-agenda in meerderheid te steunen. Er bestaat wel, net als bij MAGA-aanhangers, zorg over het voortbestaan van de Westerse beschaving: 54% denkt dat zij wordt bedreigd. Daarbij is voor de respondenten niet gespecificeerd wat de ‘Westerse beschaving’ precies behelst. Een uitsplitsing van deze stelling naar politieke voorkeur (Figuur 4) laat wel zien dat deze angst voornamelijk leeft bij aanhangers van de PVV (95%), FvD (90%), JA21 (90%), BBB (85%), en, in mindere mate, van de VVD (65%). Aanhangers van het CDA zijn verdeeld (46%) terwijl stemmers op D66 (29%) en GL-PvdA (15%) de dreiging het minst voelen.
Toch ziet lang niet elke Nederlander een MEGA-project als de ideale oplossing om het tij te keren. Een minderheid van 21% stelt dat Europa, een MEGA-beweging nodig heeft, die Europa ‘groots’ kan maken, zie Figuur 5, tweede staaf. Steun vanuit de Verenigde Staten voor een Europees hervormingsproject wordt door een grote meerderheid afgewezen (Figuur 5, derde staaf). 64% vindt het onwenselijk wanneer MAGA zou gaan optrekken met gelijkgezinde bewegingen in Europa, 18% verwelkomt de Amerikaanse initiatieven. Een grote meerderheid van 79% verwerpt bemoeienis vanuit Washington in de politiek van Europese landen (Figuur 5, onderste staaf).
Kortom: er bestaat een kleine, maar niet te verwaarlozen minderheid die een MAGA-geïnspireerd project in Europa zou steunen, en het een goede zaak acht wanneer de Verenigde Staten zouden helpen om dat te realiseren.
Binnen de MAGA-beweging, met al haar interne verschillen, bestaan er ten minste twee thema’s die verschillende stromingen gemeen hebben: de forse kritiek op migratie en de afkeer van wat in het publieke debat de progressieve ideologie wordt genoemd. Wat betreft het laatste valt te denken aan beleid dat diversiteit en inclusie, of het progressieve karakter van verschillende sleutelinstituten zoals universiteiten moet bevorderen.
Ongeveer een derde van Nederland keert zich tegen de progressieve ideologie zoals hierboven omschreven: 30% meent dat universiteiten op te progressieve leest zijn geschoeid, ongeveer 32% vindt dat de Nederlandse overheid moet ingrijpen om die ideologie terug te dringen; 40% stelt dat de progressieve ideologie in het nadeel werkt van westerse landen ten gunste van de rest van de wereld (Figuur 6). Tegelijkertijd meent 49% (zie Figuur 6, onderste staaf) dat overheid en bedrijfsleven baat hebben bij een actief diversiteitsbeleid, waarbij niet nader wordt uitgesplitst om welke type diversiteit het gaat (in de Verenigde Staten ligt dat percentage zelfs op 54%[9]).
Ten aanzien van migratie geeft de meerderheid van Nederland, zoals al vele jaren, de voorkeur aan een restrictief beleid: 63% vindt dat ‘grootschalige immigratie moet worden tegengegaan zodat Nederlanders zelf hogere lonen, meer huisvesting en/of betere toegang tot sociale voorzieningen zoals gezondheidszorg en uitkeringen kunnen krijgen’, terwijl 61% pushbacks bij de grens van illegale migranten steunt (Figuur 7).