Uit de survey blijkt dat sommige aspecten van de MAGA-ideologie weerklank vinden bij de Nederlandse bevolking. Een aantal belangrijke ideeën waarover consensus bestaat tussen de verschillende MAGA-stromingen wordt gedeeld door meerderheden, of substantiële minderheden. Een krappe meerderheid is de mening toegedaan dat de Westerse beschaving wordt bedreigd (waarbij moet worden aangetekend dat de definitie van ‘Westerse beschaving’ aan de respondenten zelf is gelaten). Een substantiële minderheid toont zich kritisch ten aanzien van migratie en elementen van het progressieve gedachtegoed.
Tegelijkertijd wijst een grote meerderheid van Nederland een op MAGA-leest geschoeide ‘Make Europe Great Again’-project af. Er bestaat bovendien geen meerderheidssteun voor initiatieven vanuit de MAGA-coalitie om gelijkgezinde bewegingen in Nederland te steunen, of om zich te bemoeien met de politiek van Europese landen. Dat neemt niet weg dat er substantiële minderheden van rond de 15-20% bestaan die wél steun geven aan genoemde punten.
Het gedachtegoed van de verschillende stromingen binnen MAGA kan op partiële steun rekenen. Zo blijkt dat het tech-libertarisme, christelijk nationalisme en anti-institutionalisme over het algemeen weinig populair zijn bij de gemiddelde Nederlander. Ook hier geldt dat de minderheden die instemmen met dit gedachtegoed substantieel zijn, met cijfers tussen de 15 en 25%. Meer steun is er voor de ideeën van het economisch populisme.
De verschillende ideologische componenten van het invloedssfeer-interventionisme worden wisselend beoordeeld. Substantiële delen van de bevolking onderschrijven het idee dat Nederland een speciale verantwoordelijkheid heeft om onvrije regimes te bestrijden, terwijl er tegelijkertijd grote steun bestaat voor het principe dat beschavingen hun waarden niet aan elkaar zouden moeten opdringen. Deze paradox is interessant om te verkennen in een vervolgonderzoek.
Zorgwekkend is de relatief grote ontvankelijkheid voor ideeën die worden geassocieerd met alt-right. Hoewel het idee dat in een maatschappij het ‘recht van de sterkste’ zou moeten gelden door grote meerderheden worden afgewezen, zijn er wel grote minderheden voor andere ideeën die centraal staan in deze stroming. Dit gegeven betekent niet dat de respondenten ook overtuigde aanhangers zijn van de alt-right ideologie, maar wel dat deze met een effectieve strategie mogelijk vruchtbare grond zou kunnen vinden in een behoorlijk deel van Nederland.
Een interessante groep die zich weinig ontvankelijk toont voor het MAGA-gedachtegoed wordt gevormd door jonge vrouwen tussen de 18 en 34 jaar. Zij tonen opvallend weinig enthousiasme voor de ideeën die uit (de entourage van) het huidige Witte Huis komen, of voor de diepere maatschappelijke gevoelens die daaraan ten grondslag liggen. Opmerkelijk is dat jonge mannen tussen de 18 en 34 niet ontvankelijker lijken te zijn voor het MAGA-gedachtegoed dan andere leeftijdsgroepen en vrouwen (met uitzondering van jonge vrouwen).
De analyse onderstreept het belang om de ontvankelijkheid voor autoritair gedachtegoed binnen de Nederlandse bevolking op een genuanceerde manier te duiden. Zo blijkt dat Nederlanders in overgrote meerderheid een aantal kernfundamenten van de democratische rechtsstaat in principe onderschrijven: men steunt de scheiding der machten en verwerpt het idee van het recht van de sterkste. Een dictatoriale regering wordt eveneens door een overgrote meerderheid afgewezen.
Daarnaast zijn er ook trends zichtbaar die vanuit het oogpunt van de democratische rechtsstaat reden zijn tot zorg. Zo’n 16% van de Nederlandse bevolking zou het snappen wanneer patriotten met geweld het politiek systeem proberen te veranderen. Ongeveer een vijfde wil een sterke leider die de ruimte krijgt om parlement en verkiezingsuitslagen te negeren. Een even groot deel toont zich kritisch ten aanzien van de invloed van de rechterlijke macht in de samenleving.
Concluderend levert het survey-onderzoek een gemengd beeld op. Voor een aantal breed gedeelde ideeën binnen MAGA bestaat substantiële steun. Voor Amerikaanse bemoeienis met de Europese politiek is ze duidelijk minder, en voor de ideeën van de verschillende stromingen loopt de steun uiteen. De resultaten geven aanleiding om een aantal maatschappelijk relevante vervolgvragen te stellen, zoals: wat zijn de slagingskansen van een grote beïnvloedingscampagne vanuit het Witte Huis in een land dat Amerikaanse bemoeienis grotendeels afwijst? Biedt de 15-25% die zich kan vinden in de verschillende ideeën van de MAGA-ideologie voldoende kritische massa voor de Verenigde Staten om de koers van de Nederlandse politiek en samenleving succesvol te beïnvloeden? Gezien de in de National Security Strategy omschreven ambities van het Witte Huis om zich actief met de Europese politiek te bemoeien, is het noodzakelijk op deze vragen nader te reflecteren.

In Deel 3 van het drieluik over MAGA wordt ingegaan op de vraag in hoeverre en op welke wijze deze beweging tot op heden al een uitdaging vormt voor de Nederlandse nationale veiligheid zoals gedefinieerd in de Nederlandse Veiligheidsstrategie.