News

Seminar verslag: Wie krijgt het voor het zeggen in de EU?
31 Mar 2014 - 16:58

Het veranderende Brusselse strijdtoneel: Wie krijgt het voor het zeggen in de EU?

Op donderdag 27 maart organiseerde Instituut Clingendael, op initiatief van het Ministerie van Economische Zaken, een seminar over het veranderende Brusselse strijdtoneel. Rijksambtenaren en andere geïnteresseerden discussieerden met sleutelfiguren en experts over de institutionele verhoudingen binnen de Europese Unie sinds het Verdrag van Lissabon, en de mogelijke nieuwe koers die wordt ingeslagen na de aanstaande Europese Parlementsverkiezingen van mei 2014. Welke gevolgen heeft de eurocrisis gehad op de communautaire methode? En welke instituties zijn de winnaars of verliezers geweest van Lissabon? Wat heeft dit te betekenen voor de besluitvorming binnen de EU? En wat betekent dit voor Nederland en zijn positie in Europa?

“This time it’s different, of niet?”

De middag van discussie en debat werd geopend door Jan Rood van Instituut Clingendael (tekst). Hij lichtte twee punten van markering op het huidige Europese speelveld toe: het Verdrag van Lissabon en de Eurocrisis. “Wie heeft het anno 2014 nog voor het zeggen binnen de EU, binnen Brussel?” Om antwoord te geven op deze prangende vraag nodigde hij Adriaan Schout, Europa-expert van Instituut Clingendael, uit om een openingsspeech te verzorgen.

Adriaan Schout schetste drie schilderijen van stadsgezichten die Brussel zouden kunnen uitbeelden. Het enige schilderij dat past bij het Brussel van vandaag, is een surrealistisch schilderij van René Magritte, waarin niets is wat het lijkt. “This time it’s different, of niet?”, is de vraag die beter bij de aankomende verkiezingen past. Wat hetzelfde is gebleven, zijn de problemen waar we tien jaar geleden ook al mee worstelden: werkloosheid, democratie, transparantie, economische coördinatie, subsidiariteit, en de betrokkenheid van de burger. Maar veranderd zijn de doelen die we hadden, efficiency en democratie, en de hoop die we hadden. De hoop en het optimisme zijn geschaad na de eurocrisis en de mislukte hervormingen in veel van de EU-lidstaten. Schout schetste bewust geen rooskleurig beeld, “want er is genoeg om bezorgd over te zijn”. De discussie moet niet gaan over wat we wél willen in de EU, maar vooral over wat voor een Europa we niet willen hebben.[[{"type":"media","view_mode":"media_preview","fid":"3934","attributes":{"alt":"","class":"media-image","height":"180","width":"180"}}]]

Vervolgens nodigde Jan Rood drie panelleden, Hans van Baalen, Europarlementariër en lijstrekker voor de VVD, Pieter de Gooijer, Permanent Vertegenwoordiger van Nederland bij de EU, en Rosalinde van der Vlies, plaatsvervangend Kabinetschef van Eurocommissaris Potočnik, uit om met elkaar in de debat te gaan.  

“Kan het een beetje minder?”

Is de Europese Commissie de grote verliezer van Lissabon? Van der Vlies vindt van niet. “Europa? Dat zijn we allemaal”. Daarom spreekt zij niet in termen van winnaars of verliezers. En al erkent ze dat de Commissie formeel aan bevoegdheden heeft ingeleverd, en de Raad en het Parlement aan invloed hebben gewonnen, blijft het samenspel tussen de instituties van het grootste belang. De Gooijer ziet grote vooruitgang sinds Lissabon, het heeft Europa sterker gemaakt. Buiten Europa vraagt niemand zich meer af “wie moet ik bellen als ik de EU wil spreken?” – dat weet men inmiddels wel: van Rompuy. Van Baalen maakt zich zorgen over het imago van het Europese Parlement. Als Rutte, Timmermans, of Merkel wat zeggen, dan snapt de burger dat wel, maar het Europees Parlement is een onbekende instelling. Volgens Van Baalen buigt het Parlement zich over teveel terreinen, “kan het een beetje minder?” Het Parlement heeft veel bevoegdheden, maar daar moet het minder gebruik van maken. Ook levert hij ongezouten kritiek op Barroso, die het Parlement om initiatiefvoorstellen liet vragen aan de Commissie, “dat moet hij nooit doen”. Waar we naar toe moeten is stap voor stap minder Europa op onbelangrijke terreinen, en meer Europa op belangrijke terreinen. Dr. Schout kan zich niet vinden in Van Baalen’s kritiek op Barroso. Hij heeft zijn taken goed uitgevoerd. Hij zette veel verschillende gezichten op, maar was slim in zijn timing en zorgde voor eendracht binnen de Commissie. Van Baalen: “Eigenlijk zeg je dus, Barroso is een kundig technocraat”.

De Toekomst van Europa

De paneldiscussie werd vervolgd met een debat over de toekomst van de EU en het initiatiefrecht van de Commissie. Van der Vlies stelde stellig dat de Commissie niet in een ivoren toren zit, en dat zij in haar voorstellen rekening houdt met de realiteit en in samenspel met het Parlement en de Raad beslist. Ook De Gooijer, Schout en Van Baalen staan achter de Commissie en haar initiatiefrecht: “De hele interne markt was nooit tot stand gekomen zonder Commissie met Delors en zijn visie. Hef de Commissie niet op. Niet doen.”

En wat als de panelleden zelf een nieuw verdrag mochten schrijven, vraagt Jan Rood. Dan, zo stelt Schout voor, moet er een proces komen waarin wordt gekeken of lidstaten wel voldoen aan de essentiële eisen om hun sociaaleconomische beleid toe te passen, dit gaat nog te vaak mis. Van Baalen wil dit juist niet, “dat veroorzaakt ellende”, en vind dat we het moeten doen met het huidige Verdrag en het systeem dat we hebben. Ook De Gooijer vindt dat we moeten werken met wat we hebben, en als men al iets wil veranderen: “kleiner, kleiner, kleiner, eenvoudiger, eenvoudiger, eenvoudiger”. Van der Vlies kan zich hierin vinden.

Een kritische opmerking uit de zaal waaruit blijkt dat de burger in het hele plaatje niet aan de orde komt, leidt de discussie in de richting van communicatie met de burger. De Gooijer stelt dat het debat in de Tweede Kamer hierin moet veranderen, het moet niet gaan over meer of minder Europa. “Als je voor de Tweede Kamer verkiezingen opgaat dan ga je ook niet stemmen of je voor of tegen Nederland bent”. Van der Vlies vindt ook dat de communicatie vanuit de Tweede Kamer beter moet. Tweede Kamerleden geven als excuus vaak “ja, maar het moet van Brussel. Maar als je lid bent van een club, dan ja niet een paar dagen later zeggen ‘het moest’”. Van Baalen stelt resoluut: ga stemmen. “Als je het er niet mee eens bent, ga de politiek in”.

Lagerhuis

Na een korte pauze opende Pieter Cleppe (volledige speech) van de denktank Open Europe het tweede deel van de middag met een gesproken column. Hierin beschouwde hij in welke mate de Europese verkiezingen invloed zullen hebben in de Europese besluitvorming. Hij keek naar vier landen: Nederland met zijn eurosceptische SP en PVV, Engeland met haar in or out referendum, Frankrijk met haar hang naar soevereiniteit en ook Duitsland, namens wie Merkel zei dat er bevoegdheden terug moesten naar de lidstaten. Uiteindelijk bleek zijn visie te zijn dat de mainstream partijen goed stand zullen houden in de aankomende Europa-verkiezingen, en dat daarmee de bevolking aan boord zal worden gehouden bij het Europese beleid.

Na het column van Cleppe leidde Suzan Nollen, plaatsvervangend hoofd van de Clingendael Academy, het Lagerhuisdebat voor alle aanwezigen. Een levendige discussie ontstond tussen voor- en tegenstanders van de twee stellingen die betrekking hadden op de toekomst van Europa. Moeten we een efficiëntere Commissie wensen, al verliezen wij dan een Nederlandse Commissaris? Ja, aldus de meerderheid. Moeten we nog streven naar een ever closing Union, of is Europa eigenlijk wel af? Nee zegt de grote meerderheid, Europa is niet af – we moeten verder. En op de vraag of de nationale Parlementen versterkt moeten worden, konden de aanwezigen geen eensgezinde mening vormen.

De middag werd afgesloten met een borrel, waar bleek dat de discussie over Europa nog lang niet beëindigd was.

[[{"type":"media","view_mode":"media_preview","fid":"3932","attributes":{"alt":"","class":"media-image","height":"180","width":"180"}}]]      [[{"type":"media","view_mode":"media_preview","fid":"3933","attributes":{"alt":"","class":"media-image","height":"180","width":"180"}}]]