Research
Op-ed
2006 was het jaar waarin het milieu in raakte en supermacht Amerika van zijn voetstuk tuimelde
Interessant is dat de nieuwe milieugoeroes zich van statistieken bedienen die weinig ruimte voor discussie laten. Van die tactiek bediende zich ook Clintons voormalige vice-president Al Gore. Hij tracht met zijn film 'An Unconvenient Truth' een bijdrage te leveren aan het onschadelijk maken van wat hij een tikkende tijdbom noemt. Zowel Gore als Clinton deed Nederland aan, en stimuleerden mogelijk een aantal topondernemers, onder wie Shell-voorman Rein Willems. Zij schreven een brief waarin van een nieuwe regering wordt gevraagd meer aandacht aan het milieu te geven.
De traditionele milieulobby kijkt met scheve ogen naar deze ontwikkeling, wat bleek uit de zuinige reacties op de brief van de industriëlen. Milieudefensie noemde de brief een mooie oproep, maar vindt het dubbelhartig dat Shell enerzijds oproept tot een schoner milieu, om datzelfde milieu vervolgens te vervuilen via lekkende oliepijpleidingen. Milieudefensie zou de reacties met open armen moeten ontvangen omdat wereldleiders en topindustriëlen meer voor elkaar krijgen dan zij. Milieu is in, en dat is toch wat zij wilden?
De tweede reden waarom 2006 een belangrijk jaar is, is dat de geopolitieke veranderingen in de wereld voor iedereen duidelijk zijn geworden. Amerika is in Irak onderuit gegaan. Oktober en november zijn beslissende maanden geweest: het Amerikaanse publiek en leidende politici keerden zich massaal tegen het beleid van president George W. Bush. Dit leverde bij de tussentijdse verkiezingen een Democratische overwinning in het Congres op.
Als de steun thuis erodeert, is een oorlog die ver buiten de landgrenzen wordt gevoerd een verloren zaak, zo leert de geschiedenis. Amerika ging als supermacht Irak in, en komt er als supermacht in verval uit. Een supermacht die steeds minder de internationale betrekkingen naar zijn hand kan zetten en daardoor de belangen van het Westen steeds minder kan verdedigen.
Dit machtsverval is zorgwekkend omdat de Europese Unie er maar niet in slaagt de interne crisis te boven te komen. En dat terwijl een land als China in 2006 er voor het eerst geen geheim meer van maakt en sleutelrol op het wereldtoneel te willen spelen.
De constatering dat China een wereldmacht is en zich daarnaar moet gedragen stond centraal in een tv-documentaire die onlangs in China werd uitgezonden.
Wat mij betreft hoort deze geopolitieke ontwikkeling hoog op de agenda voor 2007 te staan. Want hierin ligt de sleutel voor nieuwe trans-Atlantische samenwerking, een nieuw elan voor de Europese Unie en een oplossing voor het wereldomvattende milieuvraagstuk.
China's economische groei betekent een aanslag op het milieu van ongekende proporties. Zo wordt volop geïnvesteerd in kolencentrales, waarvan er bijna dagelijks één bij komt. Om politieke en sociale instabiliteit te vermijden gaat voor Peking economische groei boven duurzaamheid en leefbaarheid.
Deze Chinese milieudreiging eist internationale samenwerking waarbij Amerikanen, Europeanen en Chinezen de handen ineen moeten slaan. Lukt dan niet, dan worden de apocalyptische voorspellingen van Clinton en Gore realiteit.