Research

Articles

Afspraken over stabiele olieprijs lastig

15 Mar 2006 - 00:00
Diverse pogingen om tot stabiele prijsafspraken te komen tussen producenten en gebruikers zijn mislukt. En met rede.De vorige secretaris-generaal van de Opec, prof. dr Subroto, brak afgelopen najaar een lans voor overleg tussen olieproducerende en consumerende landen met het oog op stabilisatie van de olieprijzen. Daarmee haalde hij een oude koe uit de sloot. Hetzelfde bepleitten voormalig bondskanselier Helmut Schmidt en Manfred Lahnstein reeds in 1983. In ons land schaarde de toenmalige oppositieleider Den Uyl zich hetzelfde jaar achter een dergelijk voorstel. Zeven jaar later werd dit idee opnieuw gelanceerd tijdens de eerste, informele dialoog tussen producenten en consumenten, in november 1990 in Genève; dit maal door de vermaarde Egyptisch/Britse olieanalist Robert Mabro. Maar wederom kwam het er niet van.

Minstens vijf redenen verklaren waarom het tot op heden niet mogelijk blijkt om tot dergelijke afspraken te komen en waarom het in de toekomst ook niet zal lukken. In de eerste plaats maakt de olievraag maar slechts een beperkt deel, 40%, van de totale vraag naar energie uit. En van de wereldolieproductie komt slechts 40% uit de Opec-landen. Niet alleen ondervindt olie concurrentie van andere vormen van energie maar ook van de 'conservation barrel': de verzamelnaam voor maatregelen en technieken om olie te besparen. De prijs van vele daarvan is lager dan de huidige olleprijs van ruim $ 30 per vat. Zelfs als alle olieproducenten bij een afspraak over de stabilisering van de prijzen betrokken zouden kunnen worden, zou zo'n afspraak toch voortdurend onder druk staan van de alternatieven voor olie.

De tweede reden is de onmogelijkheid om tegelijkertijd prijzen en hoeveelheden te fixeren. Stellen we de hoeveelheid vast, dan zal onder overigens gelijke omstandigheden een door de markt vastgestelde prijs voor het evenwicht tussen vraag en aanbod dienen te zorgen.

Stellen we de prijs vast, dan zal dit evenwicht via een eveneens door de markt afgedwongen vermeerdering of vermindering van de geproduceerde hoeveelheid tot stand moeten komen. Maar productiebeheersing vormt gewoonlijk het zwakke punt in de Opec.

Het derde argument verwijst naar de belangentegenstellingen binnen het Opec-kamp tussen de 'high absorbers', met een grote bevolking en beperkte olievoorraden en de 'low absorbers', met een kleine bevolking en grote voorraden. De eerste categorie wil hogere prijzen dan de tweede. De tweede groep heeft belang bij een langdurige relatie met een economisch stabiel Westen vanwege beleggingen in de geïndustrialiseerde wereld. Er is geen reden om aan te nemen dat westerse deelneming. aan Opec-prijsoverleg het bereiken van overeenstemming tussen beide groepen Opec-landen zal vergemakkelijken.

Bovendien - en dit is het vierde argument - staan de belangen van de consumentenlanden nu eenmaal haaks op die van de producentenlanden. De eerste groep heeft belang bij een zo laag mogelijke prijs, de tweede bij een zo hoog mogelijke prijs.

Tenvijfde vormen.ookde westerse landen geen homogeen blok. Immers, onder hen zijn er evenzeer tegenstellingen tussen landen die wel en die niet over eigen energiebronnen beschikken. Het is dus zeer onwaarschijnlijk dat zij tot een eensgezind standpunt kunnen komen. Bovendien, als de westerse energie-exporteurs gaan pleiten voor stabilisering van energieprijzen, zal ook hun eigen energiebeleid niet buiten beschouwing kunnen blijven. Dat zal leiden tot verlies aan autonomie, wat zeer gevoelig ligt.

Als gevolg van de hoge groei in de wereldeconomie, bestaat er thans spanning tussen de groeiende vraag en de beperkte capaciteit in de productie. Gegeven de geringe prijselasticiteit van de vraag op korte termijn en de geringe ongebruikte reservecapaciteit van de Opec-landen, kan dit voor de komende tijd leiden tot een hoog en instabiel prijsniveau. De vooruitzichten op langere termijn zijn echter gunstiger. Volgens de Cambridge Energy Research Associates zijn er in de wereld nog voldoende olievoorraden beschikbaar die bij een prijsniveau van minder dan $ 15 per vat rendabel kunnen worden geëxploiteerd.