Al dat gedonder met data door Plasterk en Hennis bedreigt ook de positie van Rutte
12 Feb 2014 - 11:58
Bron: Matt Nicklas / Flickr
Aan de 64 vragen die de Tweede Kamer aan de ministers Plasterk en Hennis-Plasschaert stelde, vielen drie dingen op.
1: Dat het Comité Verenigde Inlichtingendiensten Nederland (CVIN) er geen enkele keer in voorkwam.
2: Dat het woord ‘Aanwijzingsbesluit’ er geen enkele keer in viel. 3. Dat de vragen niet waren gesteld aan Mark Rutte. Ook in de antwoorden op die vragen, afgelopen maandagmiddag, ontbraken deze drie. Ronald Plasterk en Jeanine Hennis moesten het zelf opknappen.
Pièce de résistance van de verdedigingslinie is dat zij zelf verantwoordelijk zijn, de verschillen tussen hen worden weggepoetst: ze hebben nu ‘officieel’ samen tot 20 november geloofd in de mogelijkheid dat de NSA gesprekken had verzameld in Nederland. Blijkbaar werd die mogelijkheid gevoed door (foute) berichtgeving in Le Monde (!), wat voor Plasterk weer reden was tot onvoorzichtig (en nu betreurd) optreden in de media. Op 22 november hebben ze besloten de Kamer niet in te lichten, omdat ze staatsveiligheid belangrijker vonden.
Dat roept de vraag op waarom het informeren van de Kamer dat Nederland zélf metadata aan de NSA verstrekt, een gevaar voor de staatsveiligheid zou betekenen. Internationaal samenwerken staat immers gewoon in de wet. Je zou haast gaan denken dat het opbiechten van het feit dat de regering meer op informatie van Le Monde dan van de eigen diensten heeft vertrouwd, het bedoelde gevaar voor die staatsveiligheid beter benoemt.
Maar is de commissie-Stiekem, nooduitgang van de democratie, op 22 november dan niet ingelicht? Daar zeggen de antwoorden niets over. Had, nu achteraf, best gezegd kunnen worden. Maar door er niets over te zeggen legt de regering deze commissie (van fractievoorzitters uit de Tweede Kamer) ook het zwijgen op: ze mogen immers zelf niets zeggen, dus ook niet of zij tenminste nog wel, maar de rest van de Kamer niet is ingelicht.
'Straks denkt de Tweede Kamer nog dat ik mij nauwelijks met jullie inlichtingendiensten bemoei'
Voor dit alles worden dus Hennis en Plasterk verantwoordelijk gesteld. Maar hoe zit het met Rutte? Het CVIN is het comité dat de uitvoering van de werkzaamheden van de AIVD en de MIVD coördineert. De baas is de secretaris-generaal van het ministerie van Algemene Zaken, de hoogste ambtenaar van Rutte. Het CVIN is het ambtelijk voorportaal van een ministeriële onderraad genoemd, de Raad voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Daarin komen de top van de MIVD en AIVD en de ministers van de meest betrokken ministeries weer bij elkaar, onder voorzitterschap van premier Rutte. Deze RIV produceert het Aanwijzingsbesluit waarin wordt vastgesteld welke inlichtingendienst wat gaat doen. Het CVIN doet het meeste werk, maar er is geen twijfel mogelijk wie de coördinerend minister is: de premier.
Dat Rutte vorige week woensdag Hennis en Plasterk bij zich in het Torentje ontbood, geeft te denken. Ik kan me voorstellen dat dat over méér dan vaderlijke bezorgdheid over een communicatieprobleempje ging. Zijn eigen positie bijvoorbeeld. Als coördinerend minister en voorzitter van de Raad voor Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten behoort hij niet slechts op de hoogte zijn van het werkprogramma van de MIVD en AIVD, maar stelt hij dat zelfs vast. Ik kan me dus voorstellen dat hij gezegd heeft: ‘Ronald en Jeanine, kunnen wij voortaan met één mond spreken? Als Ronald beweert dat wij zelf gegevens uit de ether plukken en die aan de Amerikanen geven, en Jeanine beweert van niet, dan sta ook ik als coördinator in mijn hemd.
Straks denkt de Tweede Kamer nog dat ik mij nauwelijks met jullie inlichtingendiensten bemoei, en dat dat Aanwijzingsbesluit aan mijn aandacht is ontsnapt. Ik kan me nu geen gedonder in de veiligheidshoek veroorloven. Over een maand komt de halve wereldtop hier voor de Nuclear Security Summit in Den Haag. Een half jaar geleden heeft Ivo de projectleider van die NSS, Tom Driessen, al moeten afvoeren omdat hij niet door een veiligheidsscreening van Ronalds AIVD kwam. Moet ik Obama straks uitleggen dat het hoofd van de AIVD de feiten niet op een rij heeft, mijn geheime diensten niet van elkaar weten wat ze uitspoken en ik als coördinerend premier ook van niks wist? Dus als ik terug ben uit Sotsji moeten jullie eruit zijn: verzin maar een meta-oplossing voor al dat gedonder met die data.’