Alleen samenwerking kan nucleair terrorisme keren
Zowel de Verenigde Staten als Europa worden geconfronteerd met hetzelfde grote gevaar: terroristen met massavernietigingswapens. Wat lang behoorde tot het domein van tv-thrillers bezorgt nu strategische planners in het Westen hoofdbrekens.
De vraag is hoe de meest gevreesde wapens uit extremistisch islamitische handen kunnen worden gehouden. Het zal niemand verbazen dat de VS en de Europese Unie daarover van inzicht verschillen. Washington is zeer sceptisch dat bestaande verdragen en controlerende organisaties voldoende doortastend en effectief zijn. Zo bekritiseren Amerikaanse beleidsmakers het non-proliferatieverdrag (tegen verspreiding van kernwapens - red.) omdat dit aan deelnemende landen niet alleen toegang geeft tot vreedzame nucleaire technologie, maar tevens de mogelijkheid biedt om na een opzegtermijn van drie maanden simpelweg het verdrag te verlaten. Vooral Iran is volgens de VS een groot gevaar aangezien het regime in Teheran nucleaire technologie importeert, banden met terroristische organisaties onderhoudt en een extremistische islamitische ideologie onderschrijft. Controlerende organisaties als het Internationale Atoomagentschap hebben volgens Washington geen toegang tot Irans geheime nucleaire programma's en zijn daarom tandeloze tijgers die wel kunnen grommen maar niet kunnen bijten.
De regering-Bush zet daarom in op een 'pro-actieve' benadering waarbij het gebruik van militair geweld niet wordt uitgesloten. De VS wijzen op de ommezwaai van Libië van afgelopen december toen Gaddafi besloot zijn nucleaire programma stop te zetten. Zonder de oorlog tegen Irak zou Libië dit nooit hebben gedaan, zo veronderstelt Washington. Ook overwegen de VS om nieuwe tactische kernwapens te ontwikkelen die ondergrondse faciliteiten van zowel 'schurkenstaten' als terroristen kunnen vernietigen. Binnen de Amerikaanse veiligheidsstrategie krijgen nucleaire wapens daardoor weer een 'bruikbare' rol toebedeeld. Maar het taboe op het inzetten van nucleaire wapens zou daarmee eveneens geruisloos worden opgeheven. En wanneer dit gebeurt, is het hek van de dam.
De Europese landen zien daarom weinig in deze Amerikaanse benadering. EU-lidstaten hebben in het algemeen niet alleen meer vertrouwen in de multilaterale aanpak, maar vrezen bovendien dat de Amerikaanse dreiging met preventieve militaire acties de verspreiding van massavernietigingswapens wel eens zou kunnen aanmoedigen. De EU heeft vorig jaar voor het eerst in haar institutioneel bestaan een duidelijke Europese non-proliferatiestrategie geformuleerd. Daarin wordt een beleid van 'effectief multilateralisme' gepredikt: verdragen moeten waterdicht worden gemaakt en de controlerende instanties moeten vergaande inspectiebevoegdheden krijgen. Alleen als het écht niet anders kan mag militair geweld overwogen worden, maar dan wel keurig met een mandaat van de Verenigde Naties.
Confrontatiekoers
Ogenschijnlijk lijken de VS en Europa weer eens op een confrontatiekoers te liggen. Maar achter de schermen is de transatlantische samenwerking gelukkig gewoon doorgegaan. De VS zijn er zich terdege van bewust dat ze Europa - en met name de EU - hard nodig hebben om gezamenlijk de dreiging van proliferatie te neutraliseren. De NAVO begint ook eindelijk een rol te spelen nu het een speciaal centrum voor non-proliferatie heeft opgezet.
De VS zijn niet van plan om rustig af te wachten tot de eerste bioterreuraanslag plaatsvindt, en hebben daarom een nieuw Proliferation Security Initiative (PSI) gelanceerd. Binnen dit PSI worden bijvoorbeeld schepen gecontroleerd die in verband worden gebracht met proliferatie. Europa werkt hier actief met de Amerikanen samen, evenals Australië en Japan. Een ander project is het Container Security Initiative (CSI) waarbij containers al in zogenoemde 'megahavens' zoals Rotterdam worden onderzocht op verdachte inhoud. Aangezien negentig procent van de internationale goederenstroom wordt vervoerd per container en de helft van de invoer in de VS per schip arriveert, is dit CSI voor Amerika en Europa van cruciaal belang.
Ook bij moeilijke gevallen als Iran is transatlantische samenwerking doorslaggevend. De EU heeft duidelijk gemaakt dat het strikte voorwaarden stelt aan nauwere handelsbetrekkingen met Iran, terwijl Washington steeds dreigt Teheran voor de VN-Veiligheidsraad te slepen wanneer het weigert complete openheid te verschaffen over zijn nucleaire projecten. Eigenlijk spelen Europa en de VS hier een subtiel spel waarbij de een de verdachte paait en de ander hem intimideert. Dit proces heeft ook bij het geval-Libië goed gewerkt, want behalve de Amerikaanse druk heeft ook de Europese diplomatie en de aantrekkingskracht van de EU-markt een grote rol gespeeld.
Of dit genoeg zal zijn om een 'catastrofaal terrorisme' te verijdelen blijft natuurlijk onzeker. Terroristen zullen met name 'vuile bommen' inzetten waarbij radioactief materiaal en simpele technologie al voldoende zijn. Maar zonder nauwe samenwerking tussen Europa en de VS kan dit rampenscenario niet meer worden voorkomen. Des te meer reden om de transatlantische ruzies over Irak zo snel mogelijk achter ons te laten en ons te richten op de strategische uitdagingen die werkelijk van belang zijn.