Research

Op-ed

Anti-Europese retoriek is slechts een pose

15 Jun 2010 - 14:08
Uit het feit dat de Kamer instemde met 31 miljard steun voor de euro kan worden opgemaakt dat het met onze euroscepsis nogal meevalt.

Gezien de open economie is Nederland zich altijd bewust geweest van de voordelen van Europese eenwording. De integratie heeft ongeveer 15 procent aan ons bruto binnenlands product toegevoegd. Toch heerst een negatief beeld over Europa. Politici lijken de negatieve toon te versterken. De kritiek op de EU is harder geworden na Bolkestein, Fortuyn en het 'nee' tegen de grondwet. Politici, zoals Europarlementariër Van de Camp (CDA), praten over 'samenwerking' in plaats van integratie. PVV en SP willen de Nederlandse overdrachten verlagen. Kortom, de EU lijkt ongeliefd en gebrek aan 'solidariteit' lijken Europese idealen te overschaduwen.

Ook demissionair minister De Jager lijkt weinig affiniteit met de EU te hebben. Eerst stelt hij dat er geen geld naar Griekenland mag, dan dat er geen geld verloren gaat aan de Griekse crisis, en vervolgens dat hij de soevereiniteit van de Nederlandse begroting verdedigt. Met zijn grand standing liet hij weinig ruimte voor pragmatisme of Europese solidariteit. Echter, in recordsnelheden is bakzeil gehaald op deze punten. De Kamer stemde vrij geruisloos in met bijna 31 miljard (!) voor steun aan Griekenland en de euro.

Oftewel, de eurosceptische schijn bedriegt. Zulke bedragen zeg je niet zomaar toe. Hoe de schijn van Nederlandse euroscepsis te verklaren? In de eerste plaats is de EU een breed project rond interne markt, monetaire unie, fiscale unie, uitbreiding, et cetera. Logisch dat er grote debatten over zijn. De tijd is voorbij dat 'Europa' stond voor het creëren van onomstreden schaalfactoren (de interne markt). De discussies over de EU tonen dus dat Europa een 'normaal' politiek onderwerp is geworden. Kritiek staat niet gelijk aan euroscepsis.

Een tweede verklaring zou kunnen zijn dat politici kortzichtig zijn. De 'flexibiliteit' van De Jager is inderdaad opvallend en roept twijfel op of hij wel weet waar hij mee bezig is. Echter, goede lezing van zijn uitlatingen toont dat hij voorbij de kritische oneliners wel degelijk de nodige nuances uit.

Een derde verklaring raakt het optreden van de Tweede Kamer. De houding van Nederland in de Griekse casus toont dat ons parlement - net als dat in Duitsland - vraagt om een harde opstelling. Misschien dat dit De Jagers 'flexibiliteit' het best verklaart: harde oneliners voor de nationale bühne, maar ondertussen wel meegaan in Europese oplossingen. Het komt naïef en zwalkend over maar Nederland blokkeert zo geen Europese oplossingen.

Nu 'Europa' een normaal onderwerp is geworden in de politieke debatten moet er nog wel op gelet worden dat de Haagse debatten ook in een Europese context staan. Heel vaak gaat het goed maar het debat rond de euro leert dat anti-Europese oneliners onhandig zijn.