Research
Op-ed
Atomistan
Oorlogswatcher professor Anthony Cordesman, die het oor van Obama heeft, is onthutsend pessimistisch. 'We verliezen de oorlog in Afghanistan en Pakistan,' zo opende hij in februari zijn getuigenis voor het Huis van Afgevaardigden. Welke maatstaf je ook gebruikt - aanslagen, vuurcontacten, bermbommen, overvallen op bevoorradingskonvooien en hulpverleners, zelfmoordacties - 2008 was in Afghanistan gewelddadiger dan het jaar ervoor. In het zomernummer van The National Interest trekt hij die curve voor 2009 door. We hebben Afpak zwaar verwaarloosd, schrijft hij. Wie vijf keer zoveel geld en soldaten in Irak heeft gepompt als in Afghanistan, moet niet vreemd opkijken van de terugkeer van de taliban, die nu in de helft van Afghanistan en een steeds groter gebied van Pakistan vrij spel hebben. Verliezen in Afghanistan is een ramp voor de strijd tegen het internationale terrorisme. Maar verliezen in Pakistan is nog veel rampzaliger. Dat zou 'de jihadisten toegang kunnen geven tot wapens die een grote strategische bedreiging voor de regio, de VS en de wereld zouden vormen'.
Inderdaad, die Pakistaanse kernwapens. Volgens de Amerikaanse commandant David Petraeus hebben de taliban het land in een 'bestaanscrisis' gebracht. Tel daar de ongerustheid over de circa tachtig Pakistaanse kernwapens bij op. Clintons waarschuwing, twee weken geleden, kon je misschien nog dubbelzinnig noemen: 'Toppling Pakistan's government and capture of nuclear arms is unthinkable.' Bedoelde ze dat zo'n militante coup onmogelijk is, of dat de VS het niet zullen laten gebeuren? Duidelijker was Obama zelf op 29 april: de VS hebben een 'huge national security interest in making sure that Pakistan is stable and that you don't end up having a nuclear armed militant state'. Dat is niets minder dan een waarschuwing dat de president, die Amerika verder van alle oorlogen wil verlossen, er zelfs een extra militaire interventie voor over heeft. Er lijkt een artikel uit de Washington Post bevestigd (november 2007) waarin anonieme bronnen verzekerden dat dergelijke interventiedraaiboeken klaar lagen.
De komende weken zijn beslissend. Stafchef admiraal Michael Mullen zegt er niet van wakker te liggen en vindt dat Pakistan de afgelopen tijd erg zijn best heeft gedaan de veiligheid van zijn atoomvoorraad te verbeteren. Anderen zijn er niet zo gerust op. Oud-ambassadeur Robert Blackwill diende de VS in New Delhi en kent de Pakistaanse krijgsmacht als weinig anderen. Hij acht de huidige crisis 'in potentie de meest gevaarlijke internationale crisis sinds de Cubaanse rakettencrisis van 1962'.
Harvardhoogleraar, besluitvorminganalist en oud-minister Graham Allison, auteur van een fameus boek over diezelfde Cubacrisis, geeft weinig om de garanties van een Pakistaanse leider. Hij heeft voor zijn onderzoek drie maal met (de vorige president) Musharraf over de atoomwapens gesproken. Die gesprekken brachten hem tot de overtuiging dat ook anderen dan de Pakistaanse president de paddestoel kunnen ontketenen, al was het maar omdat India, of een Pakistaanse militant, een moordaanslag op de hoogste leider zou kunnen plegen. Dat sprak Musharraf niet tegen. Eind 2008 onthulde generaal Khalid Kidwai, hoofd van de kernwapens, inderdaad dat de tienkoppige Nucleaire Commandoraad 'hopelijk in consensus, maar desnoods met meerderheid van stemmen' over inzet van kernwapens kan besluiten. Conclusie: technisch kunnen ze in verkeerde handen vallen en worden misbruikt.
Hoe zou zo'n diefstal gepleegd kunnen worden? De atoomkoppen, de raketten, en de conventionele explosieven die nodig zijn voor het aanjagen van de kernexplosies liggen gescheiden en goed bewaakt opgeslagen. De Amerikaanse regering vreest een Mumbay-scenario: een Pakistaanse extremist pleegt een aanslag in India. India dreigt daarop met oorlog tegen Pakistan, dat zich gedwongen ziet zijn atoommacht te mobiliseren. De gescheiden componenten van het arsenaal komen in beweging om geassembleerd te worden. En worden onderweg een prooi van militanten.
En ondertussen gaat het goed in Uruzgan.