Barroso zal dit jaar hard werken aan diepere integratie. Zich wel bewust van de weerstanden onder de bevolking vindt hij dan ook dat Europeanen verdere federalisering moeten accepteren. Zijn pleidooi voor verdiepte integratie kan makkelijk leiden tot verdere Europese vervreemding, meent Adriaan Schout.
De Voorzitter van de Europese Commissie, Jose Manuel Barroso, schetste in zijn Staat van de Unie voor het Europese Parlement de contouren van de Europese ontwikkelingen waar hij en zijn mensen ons het komende jaar mee gaan confronteren. Hij windt er geen doekjes om: Europese integratie moet verder gaan, en niet zo'n beetje ook. De burger moet anders gaan denken en federalisering accepteren.
Hij bepleit een politieke unie waarin lidstaten vergaande zeggenschap afstaan, compleet met een grotere rol voor het Europees Parlement en doet voorstellen om te komen tot Europese politieke partijen. Barroso maakt de opmaat naar het uitbouwen van de Commissie tot een soort minister van financiën die de staatshuishoudingen van lidstaten controleert. Hoogstwaarschijnlijk geeft dit ook de teneur weer van de 'bouwstenen' voor verdiepte integratie waar Voorzitter van de Europese Raad Herman van Rompuy komende weken mee gaat komen. Van Rompuy zal vermoedelijk ook een Europese minister van economische zaken voorstellen. Als er Europese ministers komen dan moet, in hun ogen, ook het Europese parlement versterkt worden. Hiermee lijkt een referendum over een nieuw Europees verdrag onvermijdelijk.
De taak waar de Europese Commissie voorstaat is niet makkelijk. De bankencrisis vereist beter toezicht en mechanismes om omvallende banken op te vangen. Overheden moeten gedisciplineerd worden en oplossingen zijn nodig voor landen waar de schulden te hoog zijn. Dit noopt tot verdere Europese integratie. De vraag is alleen of het ook tot federalisering moet leiden zoals Barroso betoogt.
Barroso is zo verstandig om ook uitdrukkingen als subsidiariteit en gedeelde soevereiniteit te gebruiken maar hij werkt deze niet uit en dan rest vooral de federalistische toon. Een gemiste kans want juist subsidiariteit kan een sleutel bieden tot draagvlak.
Gezien de ambities benadrukt Barroso de noodzaak van maatschappelijke discussies over verdiepte integratie. Met de weerstand tegen een federale Europese unie is zijn zoektocht naar de discussie met de burgers cruciaal. Dat debat zal hij zonder twijfel krijgen!
Hier een paar tips voor onze commissievoorzitter. Ten eerste, zet pro-Europese krachten niet tegenover 'populisten en nationalisten'. 'Federalisme of niets' is niet waar het debat over moet gaan. De verkiezingen toonden aan dat Europese integratie hier een normaal onderdeel van het politieke debat is geworden - een debat dat deze alles-of-niets frontlijn doorstak. Het zwart-wit denken van de PVV heeft het afgelegd tegen normale politieke vragen over wel of geen steun meer aan Griekenland, een wat linksere of een wat rechtsere bezuinigingskoers in de EU en of zeggenschap zoveel mogelijk nationaal gehouden moet worden (VVD) of dat mee gegaan moet worden in federalisering (D66). Het is moeilijk aan te geven wat niet meer pro-Europees is en riskant om te stellen dat tegenstanders populisten of nationalisten zijn.
Ten tweede, we kunnen ons verheugen in de enigszins 'pro-Europese' Hollandse verkiezingsuitslag. Echter, het draagvlak voor verdere integratie onder de Europese bevolkingen kan niet overschat worden. Rajoy in Spanje probeert Europese zeggenschap buiten de deur te houden, in Duitsland groeit het EU-sceptische sentiment, Frankrijk is traditioneel kritisch over verdere centralisatie, en het voor Nederland belangrijke Verenigd Koninkrijk zal de EU nog meer de rug toe keren als het F-woord op de agenda komt. Ook de verkiezingsuitslag in Nederland, met de groei van de VVD, betekent dat er wel steun is voor meer samenwerking maar niet voor elke vorm van diepere integratie. Totaal verschillende landen met onvergelijkbare problemen zullen zich afzetten tegen federalisering.
Ten derde, voordat gesproken wordt over verdiepte integratie ('meer Brussel') mag niet voorbijgegaan worden aan het feit dat veel van de euro-problemen ontstaan zijn omdat nogal wat nationale overheden in de eurozone onderontwikkeld zijn. De euro is alleen houdbaar als landen voldoende bestuurscapaciteiten hebben. Lidstaten hebben zich echter nooit met elkaars openbaar bestuur willen bemoeien. Geen land wil van Brussel of andere lidstaten horen hoe het zijn bestuur moet inrichten. Toch hebben lidstaten onafhankelijke en betrouwbare statistische bureaus en CPB-achtige instellingen nodig, moet de belastinginning functioneren, zijn dereguleringsbureaus en toezicht op administratieve lasten essentieel, moet sociaal overleg lopen en rechtsstatelijkheid gegarandeerd zijn, enz. Wil een land functioneren dan zijn sociaal-economische instellingen en onafhankelijke toezichthouders onontbeerlijk, inclusief transparante lagere overheden en betrouwbare politieke partijen.
Dit betekent dat er wel degelijk Europese agenda's nodig zijn. Subsidiariteit dwingt ons, met de huidige problemen, allereerst na te denken over het functioneren van lidstaten. Daarnaast zijn vooral concrete wetgevingsvoorstellen nodig bijvoorbeeld om bankentoezicht te regelen. Dit is misschien minder sexy voor federalisten dan hoogdravende institutionele debatten over Europese ministers en Europese partijen maar het leidt tenminste tot oplossingen en daarmee tot draagvlak.
Het hameren op verdiepte integratie creëert een boemerangeffect. Federale ministers die waken over economie en financiën in lidstaten zullen wantrouwen jegens 'Brussel' vergroten omdat zij lidstaten steeds terecht moeten wijzen als die zelf hun economieën niet kunnen hervormen. Zonder goed nationaal bestuur is diepere integratie onmogelijk en blijft de euro altijd in gevaar. Overigens is de kans klein dat verdragswijzingen de referenda overleven.
Terecht roept Barroso op tot een debat over verdiepte integratie. Hopelijk wordt geluisterd naar de mensen die het niet eens zijn met de ingeslagen weg.