Research
Barroso's (overbodige) Staat van de Unie
Twee jaar geleden moest Barroso zijn herverkiezing veiligstellen. Barroso heeft hard moeten lobbyen voor de steun van het EP. Het EP kiest, op voordracht van de Europese Raad, de voorzitter van de Europese Commissie. Barroso's herverkiezing liep zeer moeizaam. Om het EP voor zich te winnen heeft Barroso vergaande toezeggingen gedaan die de positie van het EP zeer versterkt hebben. Naast het vragen van goedkeuring voor zijn inhoudelijke agenda en het toezeggen van regelmatig overleg met het EP, heeft Barroso ook de traditie van de 'Staat van de Unie' aangeboden.
De invoering van de 'Staat van de Unie' past in het streven om van de Europese Unie een 'normaal' politiek systeem te maken met een parlement, een regering en een regeringsverklaring. Op zich is er niets mis met een jaarlijks debat op Europees niveau over hoofdlijnen. In 'Brussel' wordt nu eenmaal politiek bedreven en dan is het nuttig af en toe de lijnen uit te zetten en te toetsen. Die mogelijkheid is er al elk najaar bij de aanbieding van het werkprogramma van de Commissie.
De 'Staat van de Unie' versterkt echter niet de legitimiteit van de Europese Commissie. De invoering van de 'Staat van de Unie' creëert het beeld van een politieke Commissie die te vergelijken is met een nationale regering terwijl de Commissie vooral een ambtelijk orgaan is. De kracht van de Commissie schuilt in haar onafhankelijkheid. Haar legitimiteit is vooral gebaseerd op feitenkennis, informatie over noodzaak tot nieuw beleid en inzicht in haalbaarheid.
Deze onafhankelijke rol betekent dat zij voorstellen kan doen die soms politiek erg gewaagd. Het EP wil bijvoorbeeld een hoger EU budget maar de Commissie is zich bewust van het zuinige tijdsgewricht en de noodzaak om voorzichtig met geld om te gaan. Het politiseren van de Europese Commissie maakt haar optreden minder geloofwaardig. Ook het voorstel van Nederland om het stabiliteitspact bij een onafhankelijke Commissaris neer te leggen verhoudt zich niet tot een Commissie die instructies krijgt van het EP om wel of niet in te grijpen in lidstaten.
Daarbij, deze 'Staat van de Unie' genereert amper politiek debat en is daarmee grotendeels overbodig. Vorig jaar leidde Barroso's eerste 'Staat van de Unie' vooral tot discussies over of Europarlementariërs verplicht aanwezig moesten zijn en of Van Rompuy niet als eerste had moeten praten. Inhoudelijk heeft het geen stof doen opwaaien.
De EU ontwikkelt zich sowieso richting een meer politieke unie omdat de eurocrisis en de samenwerking bijvoorbeeld rond het beheer van de buitengrenzen daarom vragen. In de spagaat tussen noodzakelijke versterking van de EU en publieke onvrede over Europa moet onnodig symbolisme vermeden worden.
Barroso presenteert in het najaar zijn werkprogramma. Dat is bij uitstek het document waarin hij kan laten zien wat hij belangrijk vindt voor de Europese Unie. Dit werkplan is concreet en gaat over beleidsvoorstellen die burgers en bedrijfsleven raken. Dit is het beleidsniveau waarop de Commissie sterk is.