Research
Op-ed
Bende van Vier
De bende van vier?
George Shultz, William Perry, Henry Kissinger en Sam Nunn.
In de nucleaire wereld zijn ze sinds precies een jaar bekend door hun oproep om alle kernwapens te elimineren. Conservatieve iconen uit de buitenlandse politiek, die in hun politieke functies in het verleden het bestaansrecht van bij elkaar misschien wel twintigduizend Amerikaanse atoomwapens hebben verdedigd, maar tegenwoordig de alarmklok luiden. In de Wall Street Journal van 15 januari kregen ze alle ruimte om hun hart voor de tweede keer te luchten.
De wereldwijde verspreiding van atoomwapens en nucleaire kennis heeft nu het tipping point bereikt. De kans dat ze in verkeerde handen vallen is very real. Alle maatregelen die we tot dusverre namen om deze gevaren te keren schieten tekort. Wat in de koude oorlog nog een goed recept tegen oorlog was, nucleaire afschrikking, is uit de tijd in een wereld met tien kernmachten. Oude kernwapenverdragen die de atoomwedloop afremden lopen af, de presidenten van 2008 lijken nauwelijks geïnteresseerd in nieuwe. Veel raketten van Amerikanen en Russen staan nog steeds op scherp en kunnen per ongeluk op elkaar afgevuurd worden. "Lanceerprocedures die commandanten te weinig tijd geven om zorgvuldige en voorzichtige beslissingen te nemen zijn onnodig en gevaarlijk in de wereld van vandaag', waarschuwt het kwartet, en bovendien: "ontwikkelingen in cyberoorlogvoering scheppen nieuwe dreigingen met rampzalige gevolgen als command-and-control systemen van kernwapenstaten door kwaadaardige of vijandige hackers worden gekraakt". In meer dan 40 landen ligt gevoelig nucleair materiaal waar terroristen hun begerig oog op laten vallen, de beveiliging van de pakweg 25000 kernwapens zelf die her en der opgeslagen liggen moet 'dramatisch versneld' worden.
Waarom was de toch al revolutionaire oproep van een jaar geleden niet voldoende en gaat de bende van vier op herhaling? Wie de twee artikelen naast elkaar legt ziet scherpere formuleringen, maar heel dramatisch kun je de atoomontwikkelingen nu ook weer niet noemen. Iran heeft zijn kernwapen in de ijskast gezet, zo beweren de inlichtingendiensten, en sinds vorig jaar is met Noord-Korea een moeizame maar toch wel hoopgevende doorbraak bereikt. Twee pluspunten in elk geval. Maar daar kun je wel weer een paar akelige voorbeelden tegenover stellen. Gewapende Zuid-Afrikaanse rovers overvielen eind vorig jaar een nucleaire installatie in Pelindaba, wat maar weer aantoont hoe belangrijk het is dat die plekken goed beveiligd worden. In de VS zijn bewakers slapend aangetroffen bij een nucleaire installatie in Pensylvania. Straf en ontslag volgen meestal nog wel, maar als er splijtstof op de markt was gekomen had de wereld daar verder weinig aan gehad. Eind augustus vloog een B-52 bommenwerper anderhalf etmaal over de VS. Niemand wist dat het vliegtuig zes nucleaire kruisraketten aan de vleugels had hangen, even niet goed opgelet. Ze hadden niet vervoerd mogen worden, maar hun afwezigheid was niet eens opgemerkt.
Ander actueel voorbeeld: hoe veilig is het Pakistaanse kernarsenaal eigenlijk? Heel veilig, bezweert president Moesharav tussen de aanslagen door, niemand kan er bij. Maar daar zijn de deskundigen verdeeld over. Professor Graham Allison, beroemd door zijn analyse van de Cubaanse rakettencrisis (1962) die de wereld aan de rand van een kernoorlog bracht, brengt er een simpele maar elegante logica tegenin. Het Pakistaanse kernwapen is er om India van een verwoestende aanval af te schrikken. Als het waar zou zijn dat de Pakistaanse bom niet zonder toestemming van Moesharav ingezet zou kunnen worden, zou Pakistan dus weerloos zijn op het moment dat er een succesvolle fatale aanslag op Moesharav wordt gepleegd. Dat kàn niet waar zijn, aldus Allison, dus moeten er meer Pakistani zijn die de bom eventueel kunnen gebruiken. En dus is het arsenaal onveilig, want de politiek is in dat land zacht gezegd nogal onvoorspelbaar.
Genoeg reden tot ongerustheid dus, maar de belangrijkste reden voor de nieuwe waarschuwing van de bende van vier is dat ze onverwacht veel steun hebben gekregen voor hun eerste oproep. Niet uit de voorspelbare progressieve hoek, maar uit het establishment. Tot hun verrassing kwam de ene steunbetuiging na de andere binnen uit de hoek van vroegere nationale veiligheidsadviseurs en ministers. Lawrence Eagleburger, James Baker, Warren Christopher, Madeleine Albright, Colin Powell, Robert McNamara, Frank Carlucci, Zbig Brzezinski, Robert McFarlane, Tony Lake, Sandy Berger, noem maar op. Natuurlijk ontbreken er ook klinkende namen: James Schlesinger, Donald Rumsfeld, Brent Scowcroft en John Poindexter, maar liefst 70% van alle levende ministers van defensie, buitenlandse zaken en nationale veilgheidsadviseurs onderschrijft het pleidooi van de vier. Aan kop gaan de oude Secretaries of State: 88%.
En de derde reden heeft natuurlijk met de presidentsverkiezingen te maken. Erg duidelijk zijn de kandidaten op dit punt nog niet geweest, terwijl ze er in het Witte Huis onvermijdelijk mee te maken zullen krijgen. Het artikel van de bende van vier zal hen dwingen om kleur te bekennen: behoor ik tot de eliminators of niet?
Bronnen
- George P.Shultz, William J.Perry, Henry A.Kissinger and Sam Nunn, Toward a Nuclear Free World. Commentary in: Wall Street Journal, January 15, 2008, p.A13.
- Joseph Cirincione, Alexandra Bell, The Eliminators. Center for American Progress, January 17, 2008.
- George P.Shultz, William J.Perry, Henry A.Kissinger and Sam Nunn, A World Free of Nuclear Weapons. Op-ed in: The Wall Street Journal, January 4, 2007.