Research

Op-ed

Bombardement op Rotterdam echt geen terreurdaad?

08 Dec 2009 - 14:32
De veelgeprezen tv-serie De Oorlog begon met een beetje shock and awe. Op 24 oktober, daags voor de eerste uitzending, schreef eindredacteur Ad van Liempt in NRC Handelsblad dat het Duitse bombardement op Rotterdam aan het begin van de oorlog géén terreurbombardement was: 'Als de historische feiten je in de richting van een bepaalde gevolgtrekking sturen, dan moet je daar niet voor terugschrikken. Rotterdam werd actief verdedigd door het Nederlandse leger. Volgens het oorlogsrecht gaf dat de Duitsers het recht de stad te bombarderen.' Eigenlijk schrok ik dus wel van die opvatting. Moest ik mijn mening over Guernica nu ook herzien? Coventry? Dresden?

Ik kon mij niet voorstellen dat het verdedigen van een stad, slachtoffer van onuitgelokte agressie tegen een neutraal land, mocht worden uitgelegd als een licentie aan de agressor om tot een massabombardement over te gaan. De logic of consequence - dat je een aanvaller vooraf beleefd moet informeren dat je je bevolkingscentra niét gaat verdedigen opdat je erop kunt vertrouwen dat hij je met rust zal laten - ontging me ook. Dit leek op een perversie van het recht op zelfverdediging en kwam in de buurt van de plicht tot niet-verdediging jegens je burgers.

Mijn vader en moeder woonden in bij mijn oma in de Breitnerstraat in Rotterdam. Beiden werkten bij de keurige bank Mees op de Blaak en hadden die dag geluk. Meestal aten ze hun zakje boterhammen tussen de middag op kantoor. Het gerucht dat Duitse bommenwerpers de stad zouden bestoken, dreef hen op 14 mei naar huis. Een wijze gok, want direct na thuiskomst ging het luchtalarm. Het werd een lunch onder de trap, waar in de oude huizen een badkamer zat. De bovenburen waren naar beneden gerend en nestelden zich ook onder de trap met een grote pan dampende gehaktballen.

Toen brak de hel los, de gehaktballen vlogen door het souterrain, maar de trap en het sanitaire gietijzer hielden stand, want de Breitnerstraat viel net buiten het Duitse aanvalsplan. Huwelijk en nageslacht waren gered. Had mijn moeder toen misschien even het gevoel gehad het doelwit te zijn van een rechtmatige aanval? Slachtoffer te zijn van het handjevol Nederlandse soldaten dat de stommiteit had begaan om de grootste havenstad van Europa 'actief te verdedigen' bij de Maasbruggen, of van die twee aftandse luchtafweerkanonnen uit de Eerste Wereldoorlog? Ik heb het haar vorige week nog een keer gevraagd, ze is nu eenennegentig en ziet alles niet zo scherp meer, maar ze wees zonder nadenken op haar voorhoofd en vroeg of ik getikt was.

Voor de zekerheid vroeg ik het niet alleen aan mijn moeder, die een gewaardeerd en stipt secretaresse was en op een foutloze, maar door jawoord en voortplanting te vroeg afgebroken carrière bij Mees kan terugzien, maar ook aan een gereputeerd internationaal jurist en een historicus. 'Onverdedigbaar', was het oordeel van de jurist. Een grote beoordelingsfout van het internationale humanitaire recht, ook dat van 1940. Basisregel sinds de negentiende eeuw, en gecodificeerd in het Haagse oorlogsrecht van 1899 en 1907, is de plicht om onderscheid te maken tussen militaire en burgerdoelen. Het Volkenbondspact en het Kellogg-Briand Pact uit 1928 stipuleerden het verbod op het beginnen van een aanvalsoorlog en vanwege dit misdrijf tegen de vrede hebben Duitsers en Japanners na de oorlog dan ook terecht moeten staan.

De geraadpleegde historicus bestreed de disproportionaliteit van het bombardement op Rotterdam zeker niet, maar bleek genuanceerder. Rotterdam kán worden gezien als een tactisch bombardement, waarbij door vriend en vijand in die jaren veel grovere middelen werden ingezet dan tegenwoordig, maar ook wel als 'strategisch' bombardement om Nederland tot capitulatie te dwingen. Misschien werd het bombarderen van elkaars steden in die jaren zelfs als een gewoonterecht beschouwd, zegt hij.

Ik moet op mijn beurt bekennen redelijk ontsteld te zijn door de kloof tussen beide disciplines, voorzover door deze ministeekproef vertegenwoordigd. Ik moet ook toegeven dat het atoomtijdperk na de Tweede Wereldoorlog flink heeft gerammeld aan de deur van het recht. De VS en de Russen twistten over het bestaansrecht van raketschilden; de redenering achter hun geruzie was dat het gijzelen van elkaars steden met nucleaire raketten - het dreigen met duizendvoudige Rotterdammen - juist heel heilzaam voor de stabiliteit en vrede was. Maar rechtmatig? Het niet-beschermen van burgers werd toen eigenlijk dwangmatig. Nooit eenzijdig bombarderen, alleen 'over en weer' open steden, als een soort wederzijds zelfmoordcontract. Dubbelgetikt, begrijpt mijn moeder, daar zit iets in.