De EU en de VS staan voor een dilemma. Wie blijven ze steunen tijdens de revolte? De verkozen regering van Moslimbroeder-president Morsi, de 17 miljoen opposanten of het leger dat een staatsgreep pleegt?
Rik Coolsaet (Universiteit Gent) en Atef Hamdy (Clingendael) aan het woord.
Zowel VS-president Barack Obama als de Hoge Vertegenwoordiger van de EU voor Buitenlands en Veiligheidsbeleid, Catherine Ashton, keken gisteren langs de zijlijn naar de razendsnel evoluerende gebeurtenissen in Caïro. Behalve de betrokken partijen tot terughoudendheid en geweldloosheid aanmanen konden ze ook niet veel meer doen. De Europese en Amerikaanse diplomatie zit in een 'Catch 22'-situatie. "Als men nu voluit kiest voor een van de betrokkenen is het risico te groot dat men verkeerd gokt en dat men nadien de prijs moet betalen", zegt professor internationale relaties Rik Coolsaet (UGent). "Zowel de EU als de VS kunnen niets anders doen dan uiterst omzichtig te werk te gaan, omdat ze geen greep hebben op wat er gebeurt. Ze hebben geen instrumenten om de gebeurtenissen te sturen. Alles is afhankelijk van de wijze waarop de lokale machtsverhoudingen in de komende uren en dagen zich zullen kristalliseren. Het allereerste belang voor de internationale gemeenschap is dat de stabiliteit bewaard blijft." VS-president Obama zit in het lastigste parket. De de facto staatsgreep, die in het slechtste geval kan uitmonden in een militair optreden dat tot meer bloedvergieten op straat leidt, kan zich tegen Washington keren. De VS steunt het Egyptische leger immers jaarlijks met 1,3 miljard dollar. Maar dat deze militaire steun nog een middel zou zijn waarmee men vandaag de politieke koers in Egypte kan afdwingen weerlegt Coolsaet. "De VS heeft nog een bevoorrechte informatiepositie door zijn samenwerking met het Egyptische leger, maar als puntje bij paaltje komt werkt deze hefboom niet meer. De Egyptenaren kunnen op een dag ook beslissen ergens elders wapens te gaan kopen. Sinds eind 2010 is de Arabische Lente voor het Westen eigenlijk een les in bescheidenheid. Invloed op de gebeurtenissen kun je niet langer kopen." Atef Hamdy, Nederlands-Egyptisch onderzoeker aan het Clingendael Instituut voor Internationale Betrekkingen, beaamt. "De geest is uit de fles. De oude tijd met een sterke man van het Westen, zoals Moebarak, komt niet meer terug." Hamdy wijst op de dubbele rol die het Egyptische leger nu speelt. "Onder Moebarak werden ze door de bevolking over één kam geschoren met de dictatuur. Nu profileren ze zich als hoeder van hun vaderland. Ze praatten zowel met de opposanten als met leidende Moslimbroeders. Er is een nieuwe elite van jonge, hoogopgeleide, generaals die pragmatisch denkt." Bewijs is hoe ze hun de facto staatsgreep meteen verpakken in een routeplan voor democratische transitie, die moet eindigen in nieuwe verkiezingen.
Kruispunt van mogelijkheden
Coolsaet wijst op het blijvende aandeel dat de Moslimbroeders in de Egyptische politiek zullen hebben - ondanks de huidige revolte, en met of zonder Morsi als leider. "We staan op een kruispunt van mogelijkheden. Hoe je het draait of keert, de Moslimbroederschap blijft bij elke afslag een machtige machine. Als Morsi nu vastklampt aan de macht wacht Egypte mogelijk een lange periode van instabiliteit. Maar ook bij nieuwe verkiezingen blijven de Moslimbroeders een belangrijke factor, wellicht met andere leiders - er is een jongere fractie die kijkt naar de Turkse AKP-partij als model. De politieke oppositie daarentegen blijft relatief zwak. Ze was op dit ogenblik slechts verenigd over één punt: Morsi moet weg. Ideologisch is ze diep verdeeld over een breed front van progressieve intellectuelen tot salafisten. Het buitenland mag niet hopen dat figuren als Mohammed El Baradei of Amr Moussa nu het roer zullen overnemen, want zij hebben onvoldoende een draagvlak bij de bevolking." Net zoals de voorbije jaren zal het Westen uiteindelijk door de Egyptische straat gedwongen worden tot Realpolitik. "De fragmentatie van de Tahrir-beweging stimuleerde de VS en de EU vorig jaar om zich alsnog neer te leggen bij islamisten aan de macht, vanuit de gedachte 'beter een stabiele vijand dan een gefragmenteerde vriend'", zegt Hamdy. "Ook nu heeft men in de eerste plaats opnieuw nood aan een georganiseerde politieke elite met wie zaken kunnen worden gedaan. Stabiliteit is nu prioritair. Dan kan worden gezocht naar de win-winsituatie met de nieuwe machtscentra die vorm krijgen." Of de nieuwe machtscentra democratisch zullen zijn na de huidige coup, blijft voorlopig een open vraag. Toch zijn beide analysten optimistisch. Hamdy: "Ondanks deze terugslag zit Egypte in een democratische ontwikkelingsfase. De politieke elite kon zijn geschillen niet aan tafel oplossen en dus kwam iedereen op straat om zich te uiten. Er demonstreerden 17 miljoen mensen, méér dan de Belgische en Nederlandse bevolking samen, met vooralsnog relatief weinig geweld." Coolsaet: "We willen als EU en VS misschien te veel op korte termijn. Je weet wanneer een revolutie begint, je weet nooit wanneer ze eindigt. Het blijft ontzettend moeilijk om van buitenuit iets te veranderen. Denk aan de Belgische Revolutie in 1830. Het duurde liefst negen jaar vooraleer we intern stabiliseerden en internationaal werden aanvaard. Onze eisen zijn eigenlijk onrealistisch hoog." Dat neemt volgens Hamdy niet weg dat het westen zijn tijd nu niet nuttig kan besteden. "De EU en de VS kunnen de huidige ontwikkeling gebruiken om in de spiegel te kijken. Ze moeten stoppen met het problematiseren van Egypte. Men moet nadenken welke strategische samenwerking ze willen uitbouwen met een land dat cruciale politieke en culturele invloed heeft in de Arabische wereld, zorgt voor stabiliteit met Israël, het Suezkanaal controleert en een enorm economisch potentieel heeft met 90 miljoen mensen - waarvan er 75 procent jonger dan dertig zijn. Het alternatief is dat Egypte kiest voor andere partners, zoals China of Iran bij wie Morsi bijvoorbeeld al op bezoek ging, of in het slechtste geval desintegreert en al zijn buurlanden ook in gevaar brengt. Maar, het belangrijkste besef moet zijn dat we de omwenteling moeten aanvaarden zoals ze op ons afkomt. Egypte zal zich uiteindelijk alleen maar ontwikkelen met een bevolking die zich herkent in een regering die haar vertegenwoordigt."