Research

Articles

Claus was uit bijzonder hout gesneden

15 Mar 2006 - 00:00
Prins Claus heeft in elk geval het denken over ontwikkelingssamenwerking gestimuleerd, een discussie losgemaakt over de voor leden van het koningshuis knellende ministeriële verantwoordelijkheid en bijgedragen aan verbetering van de relatie tussen Nederland en Duitsland. Maar bovenal was hij voor de Nederlanders al snel 'een van ons'.

Het overlijden van prins Claus heeft veel reacties opgeroepen. Overheersend is de toon van mededogen met een man die zijn levensvervulling ingeperkt zag door zijn functie als prins-gemaal. Een ziektebeeld van 20 jaar versterkte dit mededogen.

Hierbij voegt zich de vraag wat zijn betekenis is geweest voor Nederland. De overtuiging bestaat dat hij iets, zo niet veel, voor ons land heeft betekend. Wat een contrast met 1965 toen de trouwkoets in rookwolken verdween. Antimonarchisten en politiek actieven die bevreesd waren voor het Duitse gevaar en anti-NAVO waren - Duitse generaals met een oorlogsverleden voerden het bevel over NAVO-onderdelen - keerden zich tegen het huwelijk van de Nederlandse kroonprinses met een Duitse diplomaat.

Zij waren de spraakmakende gemeenschap onder de niet meer dan 10 procent van de Nederlandse bevolking die tegen het huwelijk was. Volgens een NIPO-enquête uit 1965 was 81 procent van de Nederlanders vóór het huwelijk en had 9 procent geen mening. Claus van Amsberg was dus niet zó slecht aan zijn verblijf in Nederland begonnen als nu wordt gesuggereerd.

Prins Claus heeft betekenis voor Nederland en wel op een wijze die hij zelf nooit heeft kunnen voorzien. Drie aandachtsgebieden dringen zich naar de voorgrond: ontwikkelingssamenwerking, de positie van de monarchie en de verhouding tussen Nederland en Duitsland.

In de necrologieën van prins Claus wijst men op zijn invloed op het ontwikkelingsbeleid. De vraag kan worden opgeworpen of prins Claus in de gedachtevorming over ontwikkelingssamenwerking volger of voorloper was. Wel was hij meer dan uitstekend op de hoogte van wat er op dit terrein leefde. Zijn belang lag toch vooral in de instelling van de zogenaamde Commissie Claus die de bewustwording over ontwikkelingssamenwerking in Nederland moest bevorderen. De Commissie Claus werd bekend als NCO en is nu als NCDO (De Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling).

Op 2 december 1970 stelde hij als eerste voorzitter van de Commissie Claus dat ontwikkelingssamenwerking moest ophouden een zaak te zijn van instanties, maar een taak diende te worden voor de hele samenleving. Bijzonder jammer was dat hij enkele jaren later vanwege een omstreden subsidie aan het Angola Komitee het veld moest ruimen. Zijn woorden zijn door het werk van zijn Commissie waargemaakt: in Nederland is een sterke bewustwording gegroeid over het belang van ontwikkelingssamenwerking. Met het Prins Claus Fonds dat bij zijn 70ste verjaardag op 6 september 1996 werd ingesteld kon hij in zekere zin de draad weer oppakken door Nederland te laten zien hoe veel kunstenaars en andere cultuurdragers in de ontwikkelingslanden in hun mars hebben.

Algemeen bekend is dat prins Claus grote moeite had met de beperkingen die hij als lid van het Koninklijk Huis kreeg opgelegd. Hoezeer deze beperkingen een last waren, blijkt wel uit de raadgevingen die nu aan het Huis worden gericht ten opzichte van de positie en ontplooiingsmogelijkheden van prinses Máxima. Wat antimonarchisten met hun rookbom in 1965 niet konden bewerkstelligen, raakte mede door prins Claus in beweging: de monarchie werd in Nederland onderwerp van discussie. De controlerende kracht van de koningin en de druk van de ministeriële verantwoordelijkheid ontnamen de maatschappelijke speelruimte voor prins Claus. Iedereen nam dit waar en prins Claus maakte er ook geen geheim van. Dat maakte hem voor het publiek tot slachtoffer en tegen zijn bedoeling in raakte het mede aan de populariteit van het koningshuis, in het bijzonder van de koningin.

De meest gestelde vraag vanuit de media was in hoeverre prins Claus invloed had op de verhouding tussen Nederland en Duitsland. Achtergrond van deze vraag vormden de zorglijke uitkomsten van drie onderzoeken naar het beeld van Duitsland en Duitsers onder Nederlandse jongeren die het Instituut Clingendael in de jaren 90 had uitgevoerd. Claus worstelde met het probleem van de beeldvorming over Duitsland en Duitsers, zoals bleek uit een interview op 8 januari 1998 bij de Duitse televisiezender ZDF. In het programma Köpfchen mit Krone relativeerde hij enerzijds de anti-Duitse houding van de jeugd: "Ik hoop, en ben er bijna van overtuigd, dat de peilingen niet de waarheid weergeven.'' Anderzijds zette hij zich af tegen het eeuwige verhaal over de door de Duitsers gestolen fiets. "Zoiets als een nationaal epos'', noemde hij dat. Prins Claus maakte met zijn optreden veel indruk op de Nederlandse bevolking en hij heeft daarmee op een indirecte manier invloed uitgeoefend op het beeld van Duitsland in Nederland. Toch is deze invloed beperkt, onder meer doordat velen prins Claus als een van ons gingen zien.

Prins Claus was een bijzondere persoonlijkheid met aanwijsbare invloed op enkele maatschappelijke gebieden in Nederland. Het is voor een man in zijn positie in een systeem dat de handel en wandel van zijn leden zo sterk controleert bijna een wonder dat hij nog zo veel heeft bereikt. Je moet dan wel uit een bijzonder hout gesneden zijn geweest. Duits hout.