Research
Op-ed
Dat moslims radicaliseren ligt niet aan Nederland. Hen vertroetelen helpt dus niet tegen de djihad
Hoe moeten we deze groep aanpakken? Minister Verdonk, de opdrachtgever van de studie, zou dat ook wel willen weten, lijkt me. Helaas geeft de studie er geen antwoord op. Sterker, op basis van de studie valt helemaal geen beleid te maken. Een zwakte van de studie is dat het verschijnsel van de salafistische djihad vanuit Nederlands perspectief wordt beoordeeld. Er worden veel woorden gewijd aan de sociaal-economische achterstand van Marokkanen, de onverenigbaarheid van de westerse levenswijze met die van hen, hun onvermogen om aan het politieke leven deel te nemen, en hun psychologische achtergronden. De groep deelt gevoelens van vervreemding en ontworteling, ervaart een existentiële twijfel, wordt door zijn omgeving niet begrepen en is solidair met zijn broeders in Irak en Tsjetsjenië.
Door het Nederlandse perspectief wekt de studie de suggestie dat het wegnemen van die gevoelens en achterstanden bijdraagt aan de beteugeling van het gevaar. Dat is helaas niet zo. De zwakte van de studie is het ontbreken van de internationale context. Overal in de wereld zien we hetzelfde beeld van jonge moslims die radicaliseren. Kennelijk voltrekt dit proces zich los van de lokale context. Blijkbaar is sprake van breed gedragen onvrede binnen de oemma, de internationale moslimgemeenschap. Dit zegt meer over de groep zelf dan over het land waarin ze wonen. Immers, de sociaal-economische context van moslims in Marokko of Indonesië is anders dan die in Nederland, en toch radicaliseren ze ook daar.
Het salafistische gedachtegoed doet mij sterk denken aan dat van de communisten dat eind 19de eeuw werd ontwikkeld. De communisten streden tegen het kapitalistische systeem. Het doel was de communistische heilsstaat, waarvoor sommigen, zoals Lenin en Trotski, wilden vechten. Hun agenda was een politieke. Bij de salafisten is het niet veel anders. Zij vechten tegen de westerse suprematie. Hun equivalent van de mondiale klassenstrijd is de mondiale strijd tussen gelovigen en ongelovigen. Hun doel is een kalifaat, een religieuze heilsstaat. Zo bezien is het salafisme een politieke ideologie, overgoten met een religieuze saus. En sommigen, zoals Osama bin Laden en Mohammed B., zijn bereid daarvoor te vechten.
Erkenning dat salafisten een politieke agenda hebben, moet uitgangspunt zijn voor het beleid. Niet het wel en wee van moslims in Nederland. Welk beleid effectief is, is nog maar de vraag. Communisten en kapitalisten konden zich niet verzoenen. Dat geldt helaas ook voor de salafisten en het Westen.