De EU speelt haar economische macht in Azië nog te slecht uit
Met de opkomst van Azië moet Europa niet alleen economisch maar ook politiek eensgezind zijn, stellen Maaike Okano-Heijmans en Frans-Paul van der Putten.
Zoals Europa het eigen statensysteem van internationale betrekkingen exporteerde naar de rest van de wereld, zo veranderen 'nieuwe markten' - Aziatische landen voorop - nu het internationale systeem. De economische betrekkingen worden daardoor in toenemende mate een potentieel instrument bij het streven naar buitenlands-politieke doelen. Als Europa een invloedrijke, speler wil blijven in de internationale orde, zal het duidelijke politiek-strategische keuzes moeten maken.
Nu Aziatische landen opkomen als invloedrijke spelers op wereldniveau (Economie, 27 juni), veranderen de spelregels voor internationale betrekkingen in het voordeel van grote landen met een sterke staat. Kenmerkend voor veel landen in Azië is namelijk dat de overheid bereid is zich vergaand te mengen in de internationale economische betrekkingen om politieke doelen te bereiken.
Neem China, het land dat de laatste jaren de meeste groei - en daarmee aandacht - genereert. De economische invloed van de Chinese staat heeft een wereldwijd bereik. Dit manifesteert zich op diverse terreinen, zoals in internationale handel en op financieel gebied. Zowel ontwikkelingslanden als hoogontwikkelde economieën profiteren graag van de groei van China, of het nu gaat om markttoegang, goedkope arbeid, de import van Chinese producten, of Chinese investeringen en kapitaal. Op al deze terreinen is het Chinese overheidsbeleid van zeer groot belang.
China's buitenlandse economische betrekkingen hebben niet als primair doel buitenlandse politieke invloed te verwerven. Behoud van economische groei en legitimiteit van de Communistische Partij vormen de kern van het nationale belang in de ogen van de Chinese politieke leiders. Wanneer de. Chinese regering het nodig acht, maakt het goed gebruik van zijn economische invloed voor politieke doelen. Voorbeelden hiervan zijn het streven Taiwan internationaal te isoleren en om internationale steun voor de Dalai Lama of voor binnenlandse dissidenten te ondermijnen.
Formeel gezien is respect voor nationale soevereiniteit één van de voornaamste pilaren van China's buitenlandse beleid. In de praktijk echter, gaat Peking hier flexibel mee om. Het doel om 'binnenlandse' belangen te beschermen, zoals in relatie tot Tibet en Taiwan, resulteert vaak in pogin- gen zich te mengen in zaken die deel uitmaken van de soevereiniteit van andere landen. China gebruikte zijn economische invloed om de Soedanese regering ertoe te zetten om een VN-veiligheidsmissie in Darfur toe te staan.
De relatief grote invloed van de staat in de economie en het gebruik van economische diplomatie hebben Aziatische landen met elkaar gemeen, ook al is deze in sommige landen formeel (China, Vietnam, Singapore) en in andere juist minder formeel (Japan, Zuid-Korea, Indonesië). Het is dan ook een illusie om te denken dat het gebruik van economische middelen voor politieke doeleinden zal verminderen, zelfs als individuele landen zich van staats- naar vrije-marktkapitalisme ontwikkelen, of van autoritair naar democratisch.
Europese regeringen gebruiken ook economische middelen voor politieke doelen, bijvoorbeeld door middel van handel, ontwikkelingssamenwerking of sancties. Maar de nadruk ligt op het gebruik van hun invloed in internationale organisaties. Daarnaast zijn de mogelijkheden van westerse overheden beperkter, doordat de staat zich minder dan in Aziatische landen mengt in de binnenlandse economie.
'Als grootste handelspartner van China en (één van) de grootste handelspartners van verschillende andere Aziatische landen, zou de Europese Unie moeten kunnen profiteren van het feit dat economische middelen belangrijker worden in de internationale politiek. De voornaamste stap die EU-landen daarvoor zouden moeten zetten is het afstemmen van politiek en economisch beleid op Unieniveau. Dit betekent niet een oproep tot protectionisme.
Waar het om gaat is dat de Europese landen duidelijke keuzes maken over waar hun prioriteiten liggen, bijvoorbeeld over thema's als welvaart, veiligheid, milieu, mensenrechten en ontwikkelingssamenwerking. In het huidige Chinabeleid van de EU is de relatie tussen economische en politieke doelen sterk uit balans. De Europese Commissie heeft een betrekkelijk krachtig mandaat in zake economische betrekkingen, terwijl de lidstaten hun politieke relatie met China vooral afzonderlijk regelen.
De EU loopt daardoor de kans mis om haar grote economische potentieel in te zetten voor haar externe politieke belangen. Het is in het belang van alle Europese burgers dat de nieuwe Europese Commissie die in november geïnstalleerd wordt een sterker mandaat krijgt om het spel beter te spelen.
Dit is een verkorte versie van een hoofdstuk in de zomereditie van Christen Democratische Verkenningen.