Research

Op-ed

De euro verliest hoe dan ook in Frankrijk

07 May 2012 - 09:59
Of het nou Hollande wordt of Sarkozy, Frankrijk wil de Duitse politiek van de harde munt doorbreken. Nederland moet blijven inzetten op de lijn Merkel.De laatste maanden lijkt de euro in een rustiger vaarwater. De Franse verkiezingen van morgen onderstrepen echter de broosheid van deze rust. In de geschiedenis van de euro en maatregelen om die te stabiliseren, heeft Frankrijk een cruciale rol gespeeld. Voor Frankrijk was de euro een instrument om de Duitse politiek van de harde munt te doorbreken. De nieuwe Franse president zal deze strijd niet kunnen veranderen. Nederland moet dus onverminderd blijven inzetten op de lijn van Merkel.

Nadat in 1971 de dollar niet meer als centrale valuta gold, besloten Europese lidstaten hun handel te vergemakkelijken door hun wisselkoersen aan elkaar te koppelen. Zij creeerden een virtuele rekeneenheid (de ECU) die bestond uit een gemiddelde wisselkoers. Lidstaten mochten slechts ongeveer 2 procent van deze wisselkoers afwijken. Landen met begrotingstekorten, en dus met inflatie, moesten via kapitaaltransacties hun koersen op peil proberen te houden. Met de nodige regelmaat moest de Franse centrale bank goud verkopen om de wisselkoers te ondersteunen. Frankrijk had als Odysseus de handen aan de mast van de Deutsche Mark gebonden en dat was allesbehalve goedkoop.

De Fransen wilden dan ook graag af van de Duitse dominantie en van de eenzijdige aanpassingen. Met de euro hoopten zij daarvoor het middel te hebben. Het was Mitterrand die de euro concreet wilde maken door een deadline voor de invoering te stellen. Voor Nederland is de euro een middel om kosten te verlagen. Frankrijk ziet het als instrument om invloed op het Duitse monetaire beleid te hebben.

Echter, de Europese Centrale Bank (ECB) mag landen niet te hulp schieten en het groei- en stabiliteitspact staat begrotingstekorten niet toe.

Deze zuinigheid heeft Frankrijk nog niet onder de knie en dat zal ook na de verkiezingen moeilijk lukken. Sarkozy presenteert zich als energieke hervormer en Hollande hoopt evenzeer stabiliteit uit te stralen, maar beiden zullen grote moeite hebben met werkelijke hervormingen. Intussen pleiten zowel Hollande als Sarkozy voor een politiekere invulling van de ECB. Hollande heeft ook al gedreigd het nieuwe fiscale verdrag niet te ondertekenen en kan dus de aangescherpte euro-regels direct ondermijnen. Sarkozy was in woorden wel een groot medestander van Merkel, maar in werkelijkheid heeft hij de begroting in Frankrijk laten oplopen.

Er zijn optimisten die wijzen op de beperkte ruimte die de financiële markten zullen bieden aan Frankrijk. Met een staatsschuld van ongeveer 85 procent van het bnp is het sterk afhankelijk van leningen. Als het vertrouwen wordt geschaad, lopen de rentes op. De optimisten verwachten dat Hollande of Sarkozy direct duidelijkheid zal verschaffen over de hervormingen. Daarbij zou er grote veranderingsgezindheid zijn. Volgens de eurobarometer vindt 87 procent van de Fransen economische hervormingen hard nodig (in Nederland is dat 82 procent).

Echter, de zorgen zijn er niet minder om. Echte hervormingen waren tot nu toe onvoldoende. Het gat in de Franse begroting bedraagt 5,5 procent en de begrotingsplannen van beide kandidaten zijn nog grotendeels oningevuld. Tevens worden bekende trucs van stal gehaald om bijvoorbeeld de groei rooskleurig in te schatten - Hollande gaat uit van 2,5 procent groei. De werkweek is nog steeds 35 uur en de arbeidsproductiviteit daalt, terwijl het betalingsbalanstekort groeit. Arbeidsmarkthervormingen en verlagen van arbeidskosten zijn dus cruciaal. Helaas is tijdens de verkiezingen weinig gezegd over loonsverlaging en hebben vakbonden een weinig coöperatief imago. Het verleden toont dat drastische hervormingen bijzonder moeilijk zijn.

Na de verkiezingen zijn twee scenario's mogelijk. Het Noord-Europese scenario is dat Frankrijk zich ontpopt als een hervormingsland dat werkt aan het concurrerend maken van de economie - anders dan via grootse bestedingsplannen. Beide willen dat. Het alternatieve Zuid-Europese scenario is dat markten oplopende schulden niet meer financieren en dat de ECB moet bijspringen om de rente draagbaar te houden. Het is nog maar de vraag of beide dat scenario kunnen afhouden.

Berlusconi kon nog worden weggezet als een clown die zijn houdbaarheidsdatum had overschreden. Zowel Sarkozy als Hollande zal een enorme tour de force moeten uithalen om niet als Berlusconi te eindigen door veel te beloven maar weinig te leveren.

De EU kan zich de Franse tekorten en de onrust die dat geeft niet permitteren. Net als Nederland heeft Frankrijk hervormingsplannen moeten inleveren. De Europese Commissie, Duitsland en Nederland zullen zich hard moeten blijven opstellen bij de beoordeling van deze plannen. De kans op slachtoffers is groot. Samen met Spaanse, Portugese en andere bezuinigingsfrustraties zal de roep om flexibiliteit en de politieke druk op de Commissie, Duitsland en Nederland groter worden.

De Commissie kan haar vertrouwen in Zuid-Europa verliezen als het te streng is, of in Noord-Europa als het te zwak is. Elk gesjoemel met de regels door de Commissie om het Frankrijk makkelijker maken, zal het aanzien van de versterkte Europese regels schaden. Andere landen zullen eenzelfde behandeling vragen. Ongeacht wie wint, Frankrijk blijft een bedreiging voor de euro, en Nederland moet goed zijn koers bepalen.