Research

Europe and the EU

Articles

Is de Europese Grondwet dood?

30 Jan 2006 - 08:05
Met zijn uitspraak dat de Europese grondwet in Nederland 'dood is', heeft minister Bot geen vrienden gemaakt in Europa. De uitspraak kwam tijdens het bezoek aan Nederland van de Oostenrijkse minister van buitenlandse zaken, Ursula Plassnik. Zij bezocht Den Haag in het kader van de zogeheten Europese reflectieperiode. Ook zij was ongetwijfeld 'not amused'. Oostenrijk heeft als EU-voorzitter immers de ondankbare taak om in juni van dit jaar conclusies te formuleren over hoe verder te gaan met het grondwettelijk verdrag. En waar zij zonder twijfel hoopte op enige Nederlandse toeschietelijkheid, wachtte haar een ijskoude Haagse douche.

Nu had de minister moeten zeggen dat voor deze regering de Europese grondwet dood is. Dat is het officiële kabinetsstandpunt sinds het échec van het referendum. Daarmee de mogelijkheid openlatend dat in 2007 een nieuw kabinet wel het ongewisse avontuur van een tweede volksraadpleging zal aangaan. Een niet onbelangrijke nuancering, dus; ook al, omdat de minister met zijn ongelukkige formulering de indruk wekte voortgang van het ratificatieproces in andere landen als niet zinvol te beschouwen.

Dat deze uitspraak buiten de eigen landsgrenzen tot een scherpe reactie heeft geleid is veelzeggend. Waarbij minstens zo opvallend is, dat binnen Nederland geen enkele rimpeling viel waar te nemen. In het zicht van gemeenteraadsverkiezingen en met slechte peilingen voor de zittende ploeg heeft niemand, en zeker niet de regeringspartijen, behoefte aan debat over de grondwet. Daartegenover staat de reactie van buiten, die op zijn minst duidt op een hoge mate van frustratie en irritatie over de Nederlandse opstelling. De redenering daarbij is eenvoudig dat waar dertien van de lidstaten de grondwet hebben geratificeerd, het toch niet zo kan zijn dat een minderheid van twee de rest de wet voorschrijft.

Bovendien, waar Frankrijk en Nederland de huidige problemen hebben veroorzaakt, is het volgens de andere lidstaten toch aan die twee landen om met een oplossing te komen. En dan klinkt de Haagse mededeling dat de grondwet 'dood' is wel magertjes. Daarbij wordt de Nederlandse geloofwaardigheid ook niet geholpen doordat bij uitstek in Nederland van de beloofde reflectie inzake Europa weinig terecht is gekomen. Ook op dat vlak is het de dood in de pot.

Maar heeft de minister dan ongelijk? Is de grondwet dan niet dood, niet alleen in Nederland maar in de Unie als geheel? Het antwoord daarop, dat ook in Haagse kringen valt te beluisteren, is dat zelfs in het optimistische scenario van een in tweede instantie Frans en Nederlands ja, de grondwet zal sterven in het Verenigd Koninkrijk en mogelijk andere lidstaten. Kortom, een scenario dat het voor Nederland aantrekkelijk maakt op uitstel aan te sturen in de hoop dat anderen het doodvonnis bekrachtigen. Anders gezegd, deze grondwet lijkt inderdaad dood te zijn.

Maar daarmee is de kous niet af. Integendeel, als de voortekenen niet bedriegen, lijkt het debat over hoe verder te gaan na deze grondwet nu pas echt begonnen te zijn. Ten eerste is daar de Duitse regering onder Angela Merkel die voor zichzelf als taak ziet om in 2007 tijdens het Duitse EU-voorzitterschap de trein weer op snelheid te krijgen. Ook Franse politici mengen zich in het debat, mede met het oog op de presidentsverkiezingen van 2007. Het Europees Parlement heeft de draad eveneens opgepakt met een reeks van initiatieven. Uitgangspunt bij dit alles is het huidige grondwettelijke verdrag, maar inzet is de vraag hoe dit verdrag zo aan te passen dat het na 2009 wel wordt aanvaard. Anders gezegd, de grondwet is dood, leve de nieuwe 'grondwet'!

Voor Nederland staat hierbij veel op het spel: positie, geloofwaardigheid, én herstel van draagvlak voor Europa. Juist dan is het verontrustend dat Den Haag niet verder komt dan de vaststelling dat de grondwet dood is. Daarmee versterkt men het eigen isolement door nodeloos andere landen van zich te vervreemden en plaatst men zich bij afwezigheid van eigen ideeën buiten de discussie. En dat op een moment dat gelijk krijgen zoveel belangrijker is dan gelijk hebben.