Research

Op-ed

De fuik

15 Sep 2008 - 11:50
Wie gelooft dat het kabinet Balkenende serieus meent dat het besluit over de opvolger van de F-16 pas in 2010 zal vallen? Misschien alleen staatssecretaris Jack de Vries. De gedoodverfde kandidaat, de Joint Strike Fighter, wordt steeds duurder, de Ame­ri­kaan­se Re­ken­ka­mer blijft waarschuwen en ook de Nederlandse Rekenkamer sloeg in 2006 al alarm omdat een rekening van vijftien miljard euro toch wat veel van het goede leek.

Bovendien had het college zware kritiek op de voorlichting van Defensie aan de Tweede Kamer. Laten we daarom vast een fragment publiceren uit het verslag van de Parlementaire Enquête­commissie Onderzoek inzake de Besluitvorming aanschaf Joint Strike Fighter, ingesteld in 2014. Het betreft een passage waarin de Directeur Algemene Beleidszaken van het ministerie van Defensie is ondervraagd over twee nota's die hij in 2000 schreef aan zijn minister en de top van het ministerie.

Voorzitter: 'Goedemorgen mijnheer De Winter! U schreef in januari 2000 dat de beslissing over de aanschaf van de JSF al in kannen en kruiken was. Toen Nederland dat jaar zogenaamde Engineering Manufacturing and Development inging, was er volgens u geen weg terug, u schreef uw meerderen op 28 januari 2000 letterlijk:

Meedoen aan de EMD-fase betekent echter de aanschaf van de JSF: niemand betwist dit. Er is geen weg terug, omdat de grote investeringen in de EMD-fase alleen kunnen worden terugverdiend als Nederland de JSF in voldoende aantallen aanschaft. Toch suggereert het ontwerpbasisdocument handelingsvrijheid. (...) Dit is verhullend. De Klu heeft (...) haar keuze al gemaakt. Zij heeft voor de jaren 2000-2009 twee miljard gulden in de plannen gereserveerd voor de ontwikkeling en de produktie van de JSF en de projectplannen op deelneming aan de EMD-fase toegesneden. Van een serieuze afweging door de Klu van alternatieven voor de JSF zal dan ook geen sprake zijn.

Ook koesterde u grote bezwaren tegen de wijze waarop de Koninklijke Luchtmacht de informatiestroom naar de Kamer regisseerde. U schreef op 6 juli 2000 aan de minister:

Het is zeer onbevredigend dat, keer op keer als een stuk over de opvolging van de F-16 naar de Kamer moet, de Luchtmacht dit opstelt en de DGM [Directeur Generaal Materieel, VN] het vervolgens doorgeleidt naar de Centrale Organisatie, waarna het aan de overige leden van de CO is te pogen de eenzijdige, pro-JSF teksten aan te passen, wat een tijdrovende en ergerniswekkende bezigheid is.

U had destijds grote bedenkingen tegen de haast, de noodzaak, de kosten, de risico's, de argumenten, de besluitvorming, ja eigenlijk tegen het vliegtuig zelf. Ik citeer de tien conclusies die u in uw nota van 28 januari 2000 reeds trok:

'1. Een besluit over de vervanging van de F-16 nu, in 2000-2001, is niet nodig: de F-16 kan mee tot 2015-2020.

2. Een besluit nu over de vervanging van de F-16 is niet wenselijk: over tien jaar zal Defensie veel beter in staat zijn een verantwoord besluit te nemen omdat zij dan een veel scherper inzicht zal hebben in de voor de vervanging van de F-16 hoogste relevante ontwikkelingen: de Europese veiligheids- en defensiesamenwerking, nieuwe technologische ontwikkelingen, de voortgang van het JSF-project (technisch en financieel) en Europese alternatieven.

3. De enige reden dat nu over de vervanging van de F-16 wordt gesproken is een oneigenlijke: de EMD-fase, een politieke erfenis van het vorige kabinet.

4. Meedoen aan de EMD-fase betekent de JSF kopen.

5. Meedoen aan de EMD-fase dient geen belang van Defen­sie en betekent dat de JSF wordt gekocht uit louter industriële overwegingen, een unicum bij een groot materieelproject.

6. De aanschafkosten van de F-16 zullen (...) uitkomen op 15 tot 20 miljard gulden.

7. Bedragen van een dergelijke omvang kunnen ernstige verdringingseffecten veroorzaken bij de Klu zelf en bij de andere krijgsmachtdelen.

8. Geen enkel ander land van de Europese Unie overweegt thans de luchtmachtversie van de JSF te kopen. Een Nederlands besluit dat wél te doen zou, in het licht van het streven naar nauwere Europese defensiesamenwerking, politiek het verkeerde signaal zijn en een onder­steuning van een tegen de Europese luchtvaartindustrie gerichte Amerikaanse strategie.

9. (Europese) taakspecialisatie, standaardisatie en pool­vorming (zouden) belangrijke criteria bij de vervanging van de F-16 moeten zijn.

10. De risico's van het kopen van de JSF via de EMD-fase zijn enorm: de stuksprijs is onbekend, de levensduurkosten eveneens en we weten niet wat voor vliegtuig het wordt, mede omdat Defensie geen noemenswaardige invloed zal hebben op het project.'

U besloot uw nota in 2000 met de verzuchting dat de Kamer bewust moest worden gemaakt van de complexiteit, de grote risico's en onzekerheden die aan de opvolging van de F-16 zijn verbonden. U schreef letterlijk:

Gebeurt dit niet, dan zwemt Defensie verder de JSF-fuik in, en dat is uiteraard precies wat de JSF-lobby beoogt.'