Research

Op-ed

De marges van de nieuwe president

12 Nov 2008 - 10:28
Heeft de nieuwe president van de Verenigde Staten genoeg ruimte om de wereld naar zijn beeld te scheppen? Vergeet het maar. Hij is de machtigste functionaris van de wereld, maar zelfs hij zal moeten accepteren dat er grenzen zijn. En dat zijn macht vaak niet meer is dan de macht om te reageren op onverwachte gebeurtenissen die de rest van de wereld hem presenteert. Dat is al heel wat, want de meeste landen hebben zelfs dat register niet tot hun beschikking.

John F.Kennedy was nauwelijks president of hij werd getest door de Russen. Binnen de logica van de Koude Oorlog was dat riskant, maar vrij normaal. Hoe gedroeg een nieuwe jonge president zich in een crisis? Hield hij het hoofd koel? Zou hij zo onervaren zijn dat hij zich de kaas van brood zou laten snoepen, ter wille van de lieve vrede? De Russen speculeerden op het laatste en zetten in 1962 atoomraketten op het puntje van Cuba. Ze gokten dat Kennedy, die een jaar tevoren met wilde jongensmoed een mislukte invasie op Cuba had uitgevoerd, zou terugschrikken en het voldongen feit zou slikken. Alle scenario's konden overboord want Kennedy had twee weken om te kiezen voor de toekomst van de wereld. Hij hield het hoofd koel in de snelkookpan en troefde de Russen af in moed en bluf. De sovjetschepen keerden om, de raketten werden ontmanteld, en de Russen wisten wat ze aan hem hadden. De Koude Oorlog zou nooit meer ontsporen. Les 1 voor de nieuwe president: wees klaar voor een ongevraagde karaktertest.

Richard Nixon was een door-en-door valse president die je niet meer hoefde te leren hoe het verdeel-en-heers gespeeld moest worden en hoe je achter de rug van de scheidsrechter een elleboogje kunt uitdelen. Dat kostte hem de kop toen de stank van de Watergate-affaire zelfs hem te veel werd. Als hij op éen consistent programmapunt kon worden betrapt, dan was het zijn haat tegen het communisme. Kreeg hij de kans juist op dat punt te scoren? Even gemakkelijk als boosaardig was inderdaad de ondermijning van de regering-Allende in het hulpeloze Chili, maar verder leek zijn presidentschap wel haast het tegendeel te op te leveren. De oorlog in Vietnam ging verloren en dat was het failliet van Amerikaanse domino-theorie: als Vietnam communistisch zou worden, dan zou volgens die theorie immers het ene na het andere land omvallen en in handen van de commies komen. Dat effect bleef uit, maar als rechtvaardiging voor een interventionistisch Amerikaans buitenlands beleid had de anti-communistische kruistocht zijn legitimatie wel verloren. Het machtigste land ter wereld likte zijn wonden en het zou jaren duren voor het, in de promotie van mensenrechten en democratie, een nieuw vaandel voor leiderschap en interventionisme had gevonden. Nixon zou zelfs de geschiedenis ingaan als de president die een toenadering tot het communistische China forceerde, en die de stoppelwangen van sovjetleider Brezjnev zoende na het sluiten van wapenbeheersingsaccoorden. Les 2 voor de nieuwe president: de prijs voor een ideologisch buitenlands beleid is hoog, het realisme dwingt u tot verrassende compromissen, en de geschiedenis vergeeft het u niet als u een inbreker bent.

Als iemand ons kan leren wat change zou kunnen inhouden zou het Jimmy Carter moeten zijn. Maar de wereld was niet lief voor hem. Carter werd de belichaming van twijfel en faalde voor de examens crisisbestendigheid, waar de wereld hem aan onderwierp. De gijzeling van Amerikaans ambassadepersoneel (in de ambassade in Teheran door ajatollahgezinde studenten) was een nachtmerrie voor hem. Europa geloofde niet in zijn leiderschap. De Duitse kanselier Schmidt stak dat niet onder stoelen of banken en wakkerde de twijfels dus alleen maar aan. De wereld daagde Amerika uit: de OPEC-landen eisten een ander Midden-Oostenbeleid, de Sovjetunie bezette Afghanistan, en dacht met de plaatsing van nieuwe atoomraketten een manier te hebben gevonden om de VS en het verdeelde Europa tegen elkaar uit te spelen. Het gokte erop dat Europa geen zin had in een Koude Oorlog 2.0 en dat het oude continent voor een zachte neutraliteit zou kiezen. Het harde realisme was Carter vreemd, hij dacht dat de wereld zou zwichten voor een mix van goede bedoelingen, mensenrechten en halve maatregelen. Les 3 voor de nieuwe president: buitenlandse politiek is de rotzooi van je voorgangers opruimen, buitenlandse politiek is hard, zachte heelmeesters worden na vier jaar weggestemd. Troost: direct na je presidentschap krijg je toch een Nobelprijs voor de Vrede, na een kwart eeuw word je zelfs overal ter wereld vriendelijk ontvangen als bemiddelaar en makelaar in goede diensten.

Ronald Reagan was misschien de grootste anti-communist van alle Amerikaanse presidenten. Hij had nergens verstand van, behalve van televisie en Hollywood. Hij begon onderhandelingen met de Russen over de nieuwe koude oorlog in de jaren tachtig door hen een 'Evil Empire'te noemen, grapte een keer voor een openstaande microfoon 'let the B-52s get off and nuke them'. Vervolgens had hij lak aan (op zijn minst de geest van) de wapenbeheersingsverdragen, met name het ABM-Verdrag, door aan Star Wars te beginnen. Een welbewuste move die de balance of terror in gevaar zou brengen, totdat.......het allemaal wonderwel goed afliep en Reagan de geschiedenis in ging als de charmante president die de Koude Oorlog won, en die met zijn 'Mr.Gorbachev, Tear Down that Wall!' de Val van de Muur leek te hebben afgedwongen. De B-acteur scheen waarachtig wel geniaal. Les 4 voor de nieuwe president: wees pragmatisch, pas ondanks alles goed op uw woorden, val desnoods af en toe in slaap, maar omring u dan wel met goede adviseurs die dag en nacht uw huiswerk doen.

George Bush sr. droomde over De Nieuwe Wereldorde maar ook hij werd snel op de proef gesteld. Het einde van de Koude Oorlog bracht één grote vrede, maar onverwacht veel kleine, ontdooide conflicten. Saddam Hoessein viel Koeweit binnen en Joegoslavië en de Kaukasus vielen uit elkaar. Bush sr. heeft het voordeel dat iedere vergelijking met het presidentschap van zijn zoon gunstig uit valt, maar vader en zoon hebben toch gemeen dat ze beide ongelukkige keuzes maakten. Waar hij mocht intervenieren namens de wereld (tegen Saddam) ging hij misschien niet ver genoeg en had hij maar beter meteen een eind kunnen maken aan diens onzalige regime. En waar hij niet wilde interveniëren (de Balkan) schatte hij het Europese vermogen om bloedvergieten en etnische schoonmaak te voorkomen fout in. Waar hij moest interveniëren, de Saoedische miljoenensteun aan het opbloeiende netwerk van Bin Laden, liet hij verstek gaan en meed hij pijnlijke discussies met het verkalkte vorstenoligarchaat liever. Het oordeel moet vrij hard zijn: ondanks de mooie woorden over nieuwe wereldorde, gaf het eigenbelang van Amerika de grenzen van het interventionisme aan. Bush' presidentschap liet de wereld achter met minstens drie gloeiende conflicthaarden: Irak, de Balkan en het grensgebied tussen Afghanistan en Pakistan. Les 5 voor de nieuwe president: pas op voor zogenaamd regionale oorlogjes, ze breken tegenwoordig gemakkelijk uit en ze vreten aan uw presidentschap, vroeg of laat wordt u er trouwens toch bij betrokken, ook al kijkt u de andere kant uit.

Bill Clinton wilde het verschil weer maken. De VS wilde leiding geven aan de wereld, democratie en mensenrechten verspreiden, maar first things first. The Economy (Stupid!) ging voor, en Amerika kon en wilde niet overal tegelijk zijn. Het leverde hem verwijten van hypocrisie, selectiviteit en falen op. Te laat ingrijpen in de Balkan (niet voor maar na Srebrenica), jammerlijk ingrijpen in Afrika (Blackhawk Down in Somalie), niet-ingrijpen in Afrika (Rwanda en het Grote Merengebied), ineffectief ingrijpen in Irak (het jarenlange kat-en-muisspel met Saddam Hoessein) en vergeten in te grijpen (tegen de doorbraak van Al Qaida). Thuis zaagden de neocons aan zijn poten en konden zij via een republikeinse meerderheid in de Senaat steeds gemakkelijker aan hun Project for the New American Century werken. De affaire-Monika Lewinsky mobiliseerde een ander deel van de oppositie, niet handig voor een president die zich 24/7 om zijn land -niet zijn gerief- moet bekommeren. Les 6 voor de nieuwe president: houd rekening met de binnenlandse oppositie, let dubbel op als je de leider van de wereld wilt zijn, een Lewinsky kan even dodelijk zijn als een Saddam of Bin Laden.

En dan George Bush jr. Wat moeten we nog zeggen over diens presidentschap? Onsterfelijk zijn de woorden bij zijn aantreden in 2001: "Our nation stands alone right now in the world in terms of power, and that is why we've got to be humble and yet project strength in a way that promotes freedom." Nederigheid dus, en alleen je macht aanwenden om er de vrijheid in de wereld mee te bevorderen. Het ligt niet allemààl aan Bush dat het een beetje anders is gelopen, ook hij werd opgezadeld met erfenissen van zijn voorgangers en ook hij werd op 9/11 met een test of will geconfronteerd die zijn agenda volkomen zou omgooien. Het grote verschil met zijn voorgangers lijkt me dat hij vervolgens oplossingen kòos, wars of choice voerde, en ze niet kreeg opgedrongen. Hij hàd the War on Terror niet tot 'oorlog' hoeven bestempelen, maar de jacht op Al Qaida subtieler in de vorm van een campagne kunnen gieten. Een 'dangerously wrong' keuze, in de woorden van de grote Britse historicus Michael Howard. Bush hàd de oorlog tegen Saddam Hoessein niet als onderdeel van die war on terror hoeven rubriceren, hàd de VN niet hoeven passeren door haar ostentatief 'irrelevant' te noemen, en dan nog had hij zich in een later stadium best van dat abjecte regime kunnen ontdoen zonder alle ellende van nu. Hij hàd Noord-Korea waarschijnlijk wel op de knieën gekregen als hij Clinton's accoord met dat land niet in de prullenbak had gegooid: nu is hij ongeveer even ver als zijn voorganger maar heeft Noord-Korea toch die atoombom. Hij hàd wellicht beter niet tot eind 2007 kunnen wachten voordat hij eindelijk weer eens geïnteresseerd raakte in een vredesregeling in het Israelisch-Palestijnse conflict. En misschien wàs de spanning met Iran -dat zonder twijfel een dubieus nucleair programma heeft- minder hoog opgelopen als hij meteen diplomaten naar Teheran had gestuurd maar toegegeven, dat valt allemaal moeilijk te bewijzen. Na acht jaar Bush heeft 'our nation stands alone' een schrille betekenis gekregen. Ook de belofte van 'nederigheid ' is uitgekomen, maar dan als de uitkomst van schaamte en mislukking in plaats van wijsheid en voorzichtig leiderschap. Les 7 voor de nieuwe president: wees bedachtzaam en nederig, zelfs de machtigste man van de aarde heeft het niet voor het kiezen.