Research
Reports and papers
De Militaire Ambities van de Europese Unie: retoriek of werkelijkheid ?
De politieke crisis tussen Europa en de Verenigde Staten over de oorlog in Irak heeft een nieuwe impuls gegeven aan het veiligheids- en defensiebeleid van de Europese Unie. De wens om zo nodig onafhankelijk van de NAVO te kunnen optreden, is hierdoor versterkt. In de nieuwe grondwet van de Unie wordt die mogelijkheid dan ook geboden. Tegelijkertijd zijn er tal van militaire tekortkomingen, waardoor de politieke ambities van Unie als ?global actor? worden beperkt.
De auteur, Theo van den Doel, inventariseert de nieuwe defensiesamenwerkingsvormen zoals die in het concept van de nieuwe grondwet zijn opgenomen en ontwikkelt in zijn essay politieke en militaire criteria die als toelatingscriteria voor deze militaire samenwerkingsverbanden zouden kunnen worden gehanteerd. Op basis van deze bevindingen wordt bezien of het Nederlandse defensiebeleid en de Nederlandse krijgsmacht voldoen aan deze toelatingscriteria. Ook analyseert hij uitvoerig het zogenaamde ?battlegroup? concept (snelle inzet van een eenheid van circa 1500 man) dat autonoom militair optreden van de Unie mogelijk moet maken en beziet of een taakverdeling tussen deze Rapid Response Capability en de NATO Response Force (NRF) mogelijk is.
Van den Doel komt tot een aantal duidelijke conclusies. Zo constateert hij dat er een grote discrepantie bestaat tussen de politieke ambities van de Unie en de militaire invulling van het ?battlegroup? concept. De militaire relevantie van de ?battlegroups? is beperkt. Wel kan het concept als politiek instrument worden gebruikt om het defensiebeleid van de Unie een stap verder te brengen. Wat de Nederlandse situatie betreft, is er bij handhaving van het huidige politieke ambitieniveau onvoldoende capaciteit bij de landmacht om gelijktijdig aan de NRF èn aan de ?battlegroups? deel te nemen. Nederland moet niet alleen een zelfstandige ?battlegroup? leveren, maar de politieke en militaire risico?s delen met een groot land. De Nederlandse inlichtingenpositie is zwak. Deze moet worden verbeterd om de afhankelijkheid van derden te verkleinen. Voor de inzet van ?snelle reactiemachten? is aanpassing van het Nederlandse politieke besluitvormingsproces en daarmee ook aanpassing van het Toetsingskader noodzakelijk.
Het essay wordt afgesloten met een aantal aandachtspunten op het gebied van veiligheid en defensie voor het Nederlands Voorzitterschap van de Europese Unie (juli-december 2004)