Research

Articles

De NAVO is jarig

06 Apr 2009 - 11:02
Het is een sleetse anecdote maar de oudere Atlantici kunnen er om grinniken. Bij de openingsceremonie van de Noordatlantische Verdragsorganisatie in 1949 stemde het huisorkestje van het State Department het koper en de violen, de ministers van buitenlandse zaken hieven het glas, de alliantie was geboren. Was het toeval of was hier sprake van een ragfijne Amerikaanse regie? Hoe dan ook, de blazers en strijkers begonnen met Gershwins I've got plenty of nothing en vervolgden met It ain't necessarily so.

De Navo bestaat volgende week 60 jaar en een beetje cynicus zou de hele geschiedenis van het bondgenootschap in die twee titels kunnen samenvatten. Het eerste: een verzameling staten die in vredestijd hun eigen gang gaan, elkaar niet verstaan, rollebollend over contributie en gebrek aan solidariteit, lijdend aan een chronische mid life crisis. Het tweede: een bondgenootschap (van nu 26 leden) die gezworen hebben elkaar in tijd van nood te hulp te snellen, maar àls het dan een keer menens is wegduiken of vriendelijk bedanken en het liever op eigen houtje doen.

It ain't necessarily so, je zou er ook minder somber tegenaan kunnen kijken. Als 4 april, waar op de brug tussen Straatsburg en Kehl oude Franse en Duitse vijanden elkaar als vrienden feliciteren en halverwege nogmaals het glas zullen heffen, weer met muziek wordt opgeluisterd zal de kapel misschien I will survive inzetten. Het glas halfvol dus, en misschien zelfs meer dan dat, want de supporters van de Navo vinden de eerste diagnose veel te negatief en leggen je stellingen voor waar niet makkelijk nee op te zeggen is.

De Navo won de Koude oorlog.

De Navo is niet alleen een bondgenootschap dat de oorlog buiten haar deur heeft weten te houden, maar is ook zelf een zone of peace geworden.

De Navo werd na de koude oorlog niet begraven maar bestaat nog altijd.

De Navo is populair, veel landen willen er lid van worden.

De Navo haalt kastanjes uit het vuur, ze is de enige club in de wereld die in no time uitvoering kan (en wil) geven aan vredesresoluties van de Verenigde Naties.

Kortom, de Navo bestaat. Maar als een ongelukkig misverstand of als een misverstaan geluk?

Ach, om nog maar eens een oude wise crack te hulp te roepen: Churchill zuchtte aan het eind van de tweede wereldoorlog dat 'the only thing worse than fighting with Allies is fighting without them'. Wie zo'n uitgangspunt kiest kan nauwelijks teleurgesteld zijn en wil de Navo niet kwijt. Erg logisch is zijn uitspraak natuurlijk niet, want wat blijft er van een 'bondgenoot'over als je er niet samen mee zou willen vechten? Dat is nu precies het geheim van de Navo. De club is door een geheimzinnige lijm met elkaar verbonden, maar van echte liefde is nooit sprake geweest.

De dreiging van de Sovjets was natuurlijk het gemeenschappelijk bindmiddel, niemand behalve de VS was in staat het rode leger te stuiten als het naar de Katwijk of Duinkerken zou willen opmarcheren. In Jalta had president Roosevelt collega Stalin toevertrouwd dat hij Amerikaanse soldaten hoogstens nog twee jaar in Europa zou kunnen houden, een bijna onvoorzichtige suggestie dat de weg naar de Noordzee daarna open lag. Maar zo simpel lag het niet. Twee keer hadden de Amerikanen Europa van een oorlog verlost. Moest het zich net als in 1918 in eigen schulp terugtrekken en alles weer in de soep laten lopen? Of moest het, verreweg sterkste natie van de wereld en mét atoombom, het isolationisme van zich afschudden en zich blijvend met het wereldveiligheidsmanagement belasten? De animo voor een heuse alliantie was niet zo groot. Het zou een scheve deal zijn: Amerika zou betalen, vechten en dus risico dragen, de rest kon prettig meeliften. Zou het voor Washington niet veel voordeliger zijn om zijn eigen bondgenoten, en vooral zijn eigen momenten te kiezen? Toch won de bredere calculatie het. De Transatlantic Bargain, zelden zo fraai beschreven als veertig jaar geleden door Harlan Cleveland, was dat de Navo een manier voor de VS was om eigen veiligheid goedkoop, efficiënt en legitiem te organiseren. Het was een manier

  • om nieuwe oorlogen onder de bondgenoten zelf in Europa te voorkomen.
  • om te voorkomen dat zwakke en kleine landjes als Nederland in angstige neutraliteit zouden vluchten en geen cent zouden spenderen aan de verdediging van West-Europa.
  • om Amerikaanse operaties niet onder één maar onder veel vlaggen te kunnen uitvoeren.

  • om het inschakelen van de Duitsers, omstreden en gehaat maar met hun ontegenzeggelijk militaire kracht nodig in de afweer tegen de Russen, op verteerbare wijze in te zwachtelen.
  • om een praatclub te hebben waarin iedereen het gevoel had serieus te worden genomen en mee te beslissen over destiny decisions
  • de zaken die de verslagen Europeanen anders misschien als het noodlot over zich heen zouden laten komen.

Daarom lieten ze zich die molensteen toch maar om de nek hangen, de Amerikanen, en aanvaardden ze de praatmachine die Cleveland 'that bastard child of mutual suspicion and mutual trust' noemde.

En ja, je kunt twee geschiedenissen van de Navo schrijven: als een bloemlezing van ruzie en als een van harmonie. Laten we dat nu niet doen, het bastaardkind is een bastaardoudje aan het worden en op je zestigste verander je niet meer en maak je er het beste van. Op die leeftijd heb je geen succes of je raakt er niet meer opgewonden van, en van een ruzie lig je niet wakker. Of dat laatste misschien toch? Het laatste succes van de Navo dateert uit de jaren negentig, toen de organisatie ondanks sombere voorspellingen niet het loodje legde, bij gebrek aan vijanden. Oost-west conflict voorbij, dan ook geen Navo meer. Zo bezien was de Navo-interventie in Kosovo (1999) ook niet meer dan een laatste rimpel van dat conflict - een luchtbombardement waarmee een communistische autocraat uit Belgrado op zijn nummer werd gezet. Maar was dat eerste serieuze gevecht dat de Navo voerde ook een succes? Generaal Wesley Clark dacht er anders over, nooit meer zou hij een oorlog 'in commissie' willen voeren waarbij hij voor elk bombardementsvlucht alle Navo-hoofdsteden even moest bellen of hij dit of dat doel mocht bestoken. Dat klonk alsof het niet alleen de eerste, maar ook de laatste keer geweest was. In 2001 stortte Al Qaida zich op de Twin Towers en het Pentagon. Een duidelijk artikel 5 geval: een aanval op een van de bondgenoten zal worden beantwoord door allen.

De Amerikanen weigerden beleefd. Beleefdheidshalve mocht de Navo wat backfilling doen, maar de grote klus in Afghanistan zelf deden de Amerikanen liever zelf met wat uitverkoren vrienden. De Navo likte zijn wonden. Eerst leren vechten, was de boodschap van de regering-Bush in 2002 aan het bondgenootschap. 'De wereld van de 21ste eeuw is groot en gevaarlijk en Amerikaanse soldaten moeten overal voor veiligheid zorgen. Als de Navo zijn nut wil bewijzen moet het een snelle interventiemacht opzetten, een Nato Response Force'. Een hypermoderne macht van 25000 man die binnen een maand op zijn Amerikaans, en onder leiding van Amerika, kan ingrijpen op de verste hot spots in de wereld. Hoe vaak gebruikt en wanneer in 2009? Nul keer, maar om het niet te sneu te maken toch even ingezet bij orkaan-Katrina en een grote aardbeving in Pakistan. Fijn, maar het had dus niets met militaire crisisbeheersing te maken. Had Donald Rumsfeld ooit aan een rol voor de Navo gedacht toen hij Operatie Iraqi Freedom liet plannen? 'It didn't even cross my mind', was letterlijk zijn antwoord.

Een nieuwe lakmoesproef werd de Navo opgelegd toen het de ISAF-missie in Afghanistan op het bordje kreeg gelegd. Sommige Amerikaanse generaals hadden er van tevoren al spijt van: die lui kunnen of willen niet vechten, zei Barry McCaffrey in 2005. Na bijna vier jaar is de situatie weinig anders. Smeekbeden en ultimata om extra troepen bij de Navo-partners hebben weinig opgeleverd, behalve irritatie bij de VS over luie en incompetente bondgenoten. Secretaris-generaal De Hoop Scheffer heeft de Nato Response Force twee jaar geleden zelfs moeten uitkleden om wat extra's voor de ISAF-missie te kunnen doen: typisch geval van het ene gat met het andere vullen.

Met forse tegenzin heeft de huidige minister van defensie Robert Gates zijn woede ingeslikt en, nu samen met zijn nieuwe meester Obama, besloten om de Afghanistan-missie verder te Amerikaniseren. Weer dreigt de Navo te worden 'gesidelined', koppen de Amerikaanse kranten. De tweede man van het zuidelijk commando in Afghanistan, de Amerikaanse generaal John Nicholson, wond er vorige week in de Washington Post geen doekjes om. 'Als we deze oorlog nog willen winnen, dan moet het vanaf nu wel anders'. De Amerikanen zullen de oorlog overnemen, want zolang de Navo het doet betekent het dat elk land het in zijn eigen provincie op zijn eigen manier doet. De Canadezen, Britten en Nederlanders zullen het merken als de Amerikaanse soldaten komen instromen: met Canadahar, Helmandshire and Uruzdam zal het dan gauw afgelopen zijn.

En daar hebben we de levensvraag van de zestigjarige dan wel te pakken. De grootste tegenstander van de Navo is de Navo zelf. Bang gemaakt dat de Amerikanen de stekker er toch eens uit zullen trekken, heeft de Navo duizend keer de mantra 'we can't afford to fail' herhaald. 'Als de Navo deze missie niet aan kan, welke dan wel?', vroeg de vorige Amerikaanse ambassadeur bij de Navo, Victoria Nuland, zich openlijk af.

Aan Obama zal het niet liggen, hij zal het bondgenootschap zeker nog een kans geven. Het failliet van het unilateralisme is als een reddingsboei voor de jarige. Onder leiding van de nieuwe Amerikaanse ambassadeur, Ivo Daalder, zou de Navo misschien verder kunnen transformeren tot een Liga van Democratische Naties. Een politiek forum dat fraai in de oren klinkt, maar in de praktijk nog grote weerstand kan oproepen als het de pretentie zou krijgen om de rol van de besluiteloze VN over te nemen inzake controversiële vredesoperaties.

De zestigjarige weet dat het nog niet afgelopen is, maar zal op 4 april niet vreemd moeten opkijken als het huisorkestje kiest voor een oude hit uit de jaren zestig: I just don't know what to do with myself.