Research
Op-ed
De nooit-meer-missenkogel
In de Tweede Wereldoorlog was de bedrijfstak vies en grof. Vijf miljoen doden per jaar. Tien jaar later, in de Korea-oorlog, vielen er vijfhonderdduizend doden per jaar op het slagveld. Tien keer zo schoon, noteerden de krijgskundigen. In de Vietnam-oorlog ging het weer tien keer zo 'goed', nog maar vijftigduizend doden per jaar. En in onze tijden kun je er weer een nul afhalen. En zo gaan we optimistisch op weg naar zero death war. In Irak zit het even tegen, maar de boekhouders zien een ongebroken trend.
Minder slachtoffers met steeds slimmere wapens - dat is de droom van elke veldheer. In de race naar het ultieme wapen worden weer nieuwe grenzen verkend. Een halve eeuw geleden richtten Amerika en Rusland raketten op elkaar, die op goed geluk Moskou of New York konden raken. Omdat ze net zo goed drie kilometer verderop konden neerkomen werden er superzware atoomladingen in de neus gestopt, dan zou het niet zoveel uitmaken of de raket naast het aangekruiste doel terechtkwam. De enorme plof zorgde toch wel voor de beoogde verwoesting.
Rond 1980 kregen we de kruisraket. Eigenlijk een onbemand vliegtuigje, uitgerust met een hoogtemeter, dat, vliegend over heuvels en dalen, precies 'wist' waar hij was omdat de wapeningenieurs een profielkaart in zijn geheugen hadden gestopt. Zo kon hij nauwkeurig naar zijn doel worden geleid. Misschien zat hij er honderd meter naast, maar dat was op een vliegafstand van duizenden kilometers een verbazingwekkende prestatie. Desert Storm (1991) liet ons kennismaken met de lasergeleide bom en de tv-raket. Slimme wapens die bovenop hun doel vielen omdat een aangestraald doel 'gezien' werd door het projectiel zelf. Alleen mist en wolken gooiden nog roet in het eten, verder begon oorlogvoeren op een spelletje Pacman te lijken.
Weer tien jaar later rustten de Amerikanen hun bommen met TomTom-apparaatjes uit. Zelfs domme bommen werden daar weer slim van. Elk doel op de wereld is door het Pentagon van een postcode voorzien, gps-satellieten zorgen ervoor dat de bommen feilloos door het sleutelgat van een vijandelijk doel vliegen. Zelfs oude vliegtuigen werden weer 'nieuw' want het deed er bijna niet meer toe hóé je een bom naar het slagveld bracht, het gaat er alleen maar om dat hij in de buurt werd losgelaten en zichzelf met gps een weg naar zijn doel baant.
En het eindpunt is nog niet bereikt.
Op dit moment doet, na de slimme raket, de slimme kruisraket en de slimme bom ook de slimme granaat zijn opwachting, en zelfs de slimme kogel komt eraan. Waarom tien of twee keer schieten als het ook met één kogel kan? Nee, we praten niet over de scherpschutter met het haviksoog, maar over de modale soldaat die zijn contactlenzen mag vergeten omdat de gps-kogel het werk overneemt. In Irak wordt al geschoten met de Excalibur. Een kanonskogel die wel dertigduizend dollar kost, maar die je door zijn gps-techniek bij wijze van spreken vanuit Rotterdam op de centimeter nauwkeurig bovenop het torentje van Balkenende kunt laten ploffen. Bij proeven in Arizona schoot het ding nooit meer dan tien meter mis van die afstand. In het blad Defense News kan divisiecommandant Bob Cunningham zijn verbazing niet op: 'Vroeger moest ik honderd kogels afvuren om een gebouw te raken, nu is het in één keer weg.' Het Amerikaanse leger werkt aan doe-het-zelfkits die voor het bedragje van vijfduizend dollar van domme granaten hele slimme maken.
Goed voor het zelfvertrouwen van het leger, wordt al gezegd. Want het leger betreedt nu het tijdperk dat de luchtmacht en de marine al een jaar of tien geleden binnengingen: de pinpoint war die je van veilige afstand kunt voeren. One shot-one kill. Hulp inroepen van vliegtuigen die landstrijdkrachten in nood even uit de brand helpen: dat hoeft misschien straks niet meer, zeggen fans van de Army. Misschien dat minister Van Middelkoop dat ook wel dacht toen hij de Tomahawk-kruisraket vorige week schrapte: te duur, niet meer nodig. De geheime hoop van generaal Petraeus in Bagdad is niet de surge van twintigduizend soldaten, maar dat zijn de voorraden Excaliburs die op de kade in Koeweit klaar liggen.