Research

Op-ed

De opeenstapeling van slecht nieuws eist grote aanpassingen van het Westerse beleid

01 Nov 2006 - 08:25
Slecht nieuws is er dezer dagen in overvloed. Het gaat niet goed met de pogingen potentiële atoommachten onder de duim te houden. Mohammed El-Baradei, de directeur van het Internationale Atoomagentschap, meldde deze week dat Iraanse technici een cascade van 164 centrifuges hebben geconstrueerd waarmee uranium kan worden verrijkt. Noord-Korea heeft afgezien van een tweede kernproef, maar blijft de internationale gemeenschap tarten.

En dan de militaire operaties. Generaal Jones, de opperbevelhebber van de Navo, uitte zich woensdag ongekend pessimistisch over de situatie in Afghanistan. Het land wordt verscheurd door drugscriminelen en krijgsheren. De wederopbouw komt niet van de grond. Zelfmoordaanslagen nemen toe. Kaboel wordt steeds onveiliger. Het bewind van president Karzai wordt ondermijnd. Al even zorgwekkend is de situatie in Soedan. Zowel de rebellen als de regeringstroepen hebben geen belang bij een staakt-het-vuren of vredesakkoord. Een VN-vredesmacht mag daarom het land niet in. En Jan Pronk, de hoge vertegenwoordiger van Kofi Annan, moet na kritiek op het leger het land uit. Even verderop, in Somalië, gaat het ook niet goed. Het legitieme bewind van president Abdullahi Yusef stort ineen en jihadisten krijgen het steeds meer voor het zeggen. Ethiopië steunt de regering. Eritrea steunt de islamitische strijders. Daardoor dreigt een veel groter conflict. In Congo wordt het wapenembargo van de Verenigde Naties omzeild door illegale transacties, waardoor rebellen de strijd in het oostelijke district Ituri kunnen opvoeren.

Irak maakt een van de meest gewelddadige perioden uit de geschiedenis van het conflict door. Operatie Samen Voorwaarts heeft niet geleid tot minder geweld in Bagdad. Een burgeroorlog komt steeds dichterbij. Het aantal slachtoffers onder de bevolking en de coalitietroepen neemt toe en president Bush trekt parallellen met de Vietnamoorlog.

Het beeld is ontluisterend: regimes doen waar ze zin in hebben, militair ingrijpen levert weinig op, aanhangers van de internationale jihad zijn in opmars en de VN kan weinig klaarmaken. Een verklaring is de relatieve afname van de Amerikaanse machtspositie. Irak en Afghanistan houden het grootste deel van het Amerikaanse leger in hun greep. Ondanks dat Amerika de helft van alle defensie-uitgaven in de wereld voor zijn rekening neemt, zijn er nauwelijks troepen voor nieuwe avonturen. Ook Europa kan weinig militairen leveren. Dat geeft speelruimte aan Iran en Noord-Korea en aan opstandelingen in Irak, Afghanistan, Somalië en Congo.

Een andere verklaring is dat de opkomst van nieuwe spelers in de internationale betrekkingen de VN ondermijnt. China's economie groeit hard en Rusland is nu een van de belangrijkste energieleveranciers. Beide landen verwerpen inmenging in binnenlandse aangelegenheden, zien mensenrechten en rechtsorde niet als universele waarden en blokkeren de VN als dat in hun belang is. Soedan is goed voor zeven procent van de Chinese oliebehoefte, en met Iran zijn grote energiecontracten gesloten. China doet zaken met regimes die het niet nauw nemen met rechtsorde en mensenrechten, omdat de economie voor gaat. Ook Rusland heeft grote economische belangen in Iran en is niet bereid dat land onder druk te zetten. Onder president Poetin is Rusland bovendien bezig zijn eigenwaarde te hervinden, wat leidt tot een assertief buitenlands beleid. Gasprom, de Russische energiemaatschappij, heeft de rol van het Rode Leger als machtsinstrument voor de buitenlandse politiek overgenomen.

Voor de opeenstapeling van slecht nieuws zijn structurele oorzaken, die grote aanpassingen van het Westerse buitenlandse beleid eisen. Dat moet meer op haalbaarheden en minder op wenselijkheden worden gebaseerd. Dat is wennen voor een deel van de wereld dat eeuwenlang gewend is de regels van de internationale betrekkingen te bepalen.