Onder de kiezers is euroscepsis beduidend couranter dan onder de volksvertegenwoordigers, constateert Adriaan Schout.
De verkiezingsstrijd lijkt over, of beter 'tegen' Europa te gaan. Ruttes terughoudendheid om over vergezichten en verdiepte integratie te praten is breed uitgemeten als het wegduiken voor gevoelige Europese thema's. In binnen- en buitenland heerst het beeld dat de regering en de meeste politieke partijen anti-EU of althans intern sterk verdeeld over Europa zijn. Met de onvermijdelijke verdieping van Europese integratie lijkt Europees vuurwerk in de verkiezingsstrijd gegarandeerd.
In de praktijk zijn de politieke partijen echter juist sterk voor Europese integratie. In plaats van de dode regels van recente verkiezingsprogramma's te bestuderen, is het relevanter te bekijken hoe partijen zich in Kamerdebatten opstellen. Vorige week sprak de Kamer over de euro en over duistere vergezichten voor Europese integratie met een bankenunie, fiscale unie, economische unie en politieke unie. Het debat ging tussen de premier en de lijsttrekkers. Deze constellatie maakte goed inzichtelijk waar onze volksvertegenwoordigers staan.
Media noemen de SP anti-Europees, maar hoewel Roemer moeite heeft om een samenhangend verhaal te presenteren, toont hij meer en meer een pro-Europees karakter. Hij wil een Europese groeiagenda, een 'enorme' sociale agenda (maar geen bemoeizucht met ons sociaal model) en toezicht op de banken. Hij is sterk voor een politieke rol van de ECB die de fouten van het neoliberalisme betaalt. Zijn Europa is niet dat van 'kapotbezuinigen', een bankenunie, Europese symbolen en bemoeienissen met 'onze pensioenen'. Vooruitlopend op regeringsdeelname, wil de SP wel in Europa integreren, maar niet op neoliberale wijze.
Ook PvdA-leider Samsom is, ondanks een verdeelde achterban, sterk pro-EU. En het mag wat kosten ook: Samsom is voor de bankenunie, inclusief spaargeldgaranties. Hij onderstreept de Europese verwevenheid en de noodzaak om de risico's te regelen die daaruit volgen. Als banken elders niet gestabiliseerd worden en spaarders hun geld wegsluizen, worden ook banken en pensioenen hier bedreigd. Evenals D66 benadrukt hij de financiële uithollingen als er geen stabiliteit in het Europese bankensysteem wordt gebracht. D66 is nog explicieter en wil het liefst meteen euro-obligaties en verder met de politieke unie inclusief gekozen eurocommissarissen.
Het CDA voldoet volledig aan de verwachtingen door het gezin centraal te stellen: Nederlandse gezinnen zijn afhankelijk van de banen en inkomens die de EU genereert.
GroenLinks zit grotendeels op dezelfde lijn als D66, PvdA, CDA, D66 en SP: er moet beter economisch toezicht komen en financiële tegenvallers moeten gezamenlijk worden opgevangen. Rutte zit hier niet ver vanaf en duikt ook niet weg. Hij benadrukt alleen, net als de PvdA, het belang van de juiste volgorde. Dit past goed in de Nederlandse traditie: eerst regels afspreken, dan kijken wat verder nodig is. Van de premier mogen landen zelf hun beleid bepalen zolang ze maar binnen de afgesproken begrotingsnormen blijven.
Het gehamer op regels die moeten worden nageleefd, leidt steevast tot Haagse kaasstolpdiscussies over de vraag of respect voor regels overdracht van soevereiniteit impliceert. Erg relevant is die discussie niet omdat de noodzaak van regels niet ter discussie staat.
De PVV is als enige uitgesproken tegen de euro en verdere integratie. Dit moet met een korreltje zout genomen worden. Wilders heeft tijdens de meest rumoerige anderhalf jaar in de Europese geschiedenis de ene na de andere stap richting versterkte integratie en noodfondsen gedoogd. De vraag blijft of de PVV echt de stekker uit de euro wil trekken of toch liever geen economische chaos wil veroorzaken. Vooralsnog is de PVV salon-anti-Europees.
De visies van de partijen hebben elk hun eigen tekortkomingen. De bevlogenheid van D66, PvdA, CDA en GroenLinks kan stuklopen op de onvermijdelijke referenda die hun wensen oproepen. Ernstiger is de naïviteit over de lessen uit de EMU-geschiedenis. Al in 1965 waarschuwde de toenmalige minister van Financiën Witteveen voor het gevaar dat sommige lidstaten blanco cheques moeten blijven uitschrijven als andere zich niet aan de afspraken houden. Geen land, ook Duitsland niet, is vrij van zonden. De recente beleidswendingen in Griekenland en Frankrijk - loonsverhogingen, terugdraaien van pensioenhervormingen en onduidelijke werkgelegenheidsplannen - onderstrepen de onverminderde relevantie van Witteveens waarschuwing.
De VVD rekent op afspraken over toezicht voordat euro-obligaties en depositogaranties een feit worden. Hiermee miskent de partij de realiteit dat banken ondertussen kunnen omvallen en landen ondraaglijke rentelasten hebben. De SP ziet begrotingszondaars als slachtoffer van het neoliberalisme en negeert de schade van de monetaire financiering voor Nederlands spaargeld.
Geen van deze tekentafelvisies zal werkelijkheid worden omdat integratie voortrolt uit noodmaatregelen en hard onderhandelen. De partijvisies mogen dan beperkt bruikbaar zijn, anti-Europees zijn ze allerminst. Op wat lippendienst na richting Wilders' achterban gaan de verkiezingen met deze eensgezindheid niet echt over Europese integratie. Politici mogen zich niet achter het EU-debat verschuilen om de pijnlijke nationale keuzes te vermijden.