Research

Op-ed

De skyline van onvrijheid

13 May 2008 - 13:13
Het doorgaan van de Olympische Spelen in China zal niet in gevaar komen, ook niet nu Erica Terpstra en Jacques Rogge zich hebben bekeerd. De sportbobo's hebben het steeds onzin gevonden om de Chinese bezetting van Tibet over de rug van roeiers en vrolijke hockeybabes uit te vechten. Misschien hadden ze een punt, het feit dat ze nu ineens vinden dat sport en politiek eigenlijk wel iets met elkaar hebben te maken maakt hun geloofwaardigheid er niet groter op. Het sportprotest blijft hoe dan ook iets van een gelegenheidsroep houden.

Het vooraanstaande blad Foreign Policy vraagt zich in het lentenummer verbaasd af waarom we met twee maten meten. Richard Lacayo, vaste kunst- en architectuurmedewerker van Time Magazine, neemt in het artikel The Architecture of Autocracy in FP architecten als Rem Koolhaas onder vuur. Waar bouwen wereldberoemde mensen als hij -68 op de lijst van 's werelds invloedrijkste personen van Time - megalomane fantasiepaleizen in de wereld? Die krankzinnige monumenten van ijdelheid verrijzen alleen nog maar in Dubai, Rusland, Kazakstan en China, waar de geldgekte geen grenzen kent. Machtige dictators hebben altijd een voorliefde gehad voor moderne bouwkunst, die hun duizendjarige nagedachtenis moest verzekeren. Voor de fraaiste en meest gedurfde bouwwerken kun je beter bij hen terecht dan bij de welstandcommissies van vrije landen, zegt Lacayo. De emir van Qatar doet niet moeilijk over hinderwetvergunningen, de Chinese Communistische Partij kent geen Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit, de directie van Gazprom kan het geen lor schelen dat de Unesco zijn Ochta-wolkenkrabber (450 meter) ongepast vindt in de oude laagbouw van werelderfgoedstad Sint Petersburg. De nieuwe autocraten zijn juist de ideale gesprekspartners voor de moderne superarchitecten, aan wie zij carte blanche verschaffen en die ongehinderd hun stoutste dromen kunnen verwezenlijken. Van een 'barbaarse schoonheid', laat Lacayo Rem Koolhaas enigszins tweeslachtig zeggen over diens ontwerp van het hoofdkwartier van de Chinese Staatstelevisie. Daar wordt dus het nieuws gecensureerd, merkt hij op. 'If there are protests in the Chinese countryside or more upheavals in Tibet, decisions about how to cover those events on Chinese television will be made in the Koolhaas building', schrijft Lacayo. Maar China is ontwikkeling, is het tegenbod van Koolhaas, en hij hoopt dat in zijn gebouw uiteindelijk 'zoiets als de BBC' gaat ontstaan.

Hm, zegt Lacayo, dat zal wel even duren, voorlopig knippen de Chinezen zwaar in het BBC-nieuws. De Britse omroep meldde onlangs zelf nog dat journalisten van de Chinese Staatstelevisie, die 's ochtends hun computer aanzetten eerst een lijst op hun scherm krijgen voorgeschoteld van nieuwsitems waarover niet mag worden bericht. Natuurlijk is het Chinese tv-hoofdkwartier van de ontwerper Koolhaas 'most fascinating', maar Lacayo zegt ook dat de Koolhazen zich geen gewone tekenaars voelen, maar een polemische missie hebben en zich met evangelische veranderingsdrang op de wereld storten. De geschiedenis zal hun samenwerking met de walgelijke regimes wel vergeven.

Misschien overdrijft Lacayo een beetje, en had hij Albert Speer en Josef Stalin maar buiten de vergelijking moeten houden. Dan liever Daniel Libeskind ten tonele gevoerd, geboren in Polen en maar al te bekend met de rol die architecten onder het communistische bewind daar tot 1989 speelden, en wereldbekend als ontwerper van het Joods Museum in Berlijn. 'Architecten moeten een ethischer standpunt innemen', zei hij onlangs, 'het stoort me als een architect carte blanche krijgt op een plek...we weten niet of er een openbare besluitvorming aan vooraf is gegaan, wie is er de eigenaar, wie maakt hier in dit land de dienst uit?'

Als je de olympische sporters kunt verwijten dat ze dubieuze glorie verschaffen aan onsmakelijke regimes, dan geldt dat zeker ook voor de bedenkers van viagra-architectuur in Qatar en Beijing. Onze architecten zijn veelgeprezen, de hoogspringers die zich ineens bij Pauw & Witteman moeten verantwoorden veel minder. Misschien moeten architecten daar ook eens aanschuiven. Er is een functioneel verband tussen de hoogte en voortreffelijkheid die hun torens moeten uitstralen en de onfeilbaarheid van de nietgekozen leiders die ze bewonen. Er is minder verband tussen de politieke hoogte van Hu Jin Tao en de 2 meter 38 van de hoogspringer, die zijn medaille trouwens mee naar huis neemt. In de high politics van veiligheid en diplomatie bestaat de usance dat er wel zo'n verband moet bestaan tussen sancties en doelwit. Sinds 1989 heeft de Europese Unie een wapenembargo tegen China: het land dat studenten doodde op het Plein van de Hemelse Vrede ontvangt in elk geval geen wapens waarmee je zulke misdaden kunt plegen. Het embargo staat na twintig jaar ter discussie, want China verandert en sancties slijten. Maar het beginsel is zuiver en zou ook nu als uitgangspunt kunnen dienen. Hockeyploegen en windsurfers hebben minder met Tibet en mensenrechten te maken dan het gebouw van de Chinese staatstelevisie. Maar wapenleveranties aan China het meest, dus laten we dat embargo in ieder geval nog even handhaven.