Research
Op-ed
De slag om de burgerdode
Voor de zekerheid: ik weet het ook niet, en ik ben tegen terreur, en ik ben ervoor dat Nederland nog een derde jaar in Uruzgan blijft en de Navo dus tot 2009 de tijd geeft om voor opvolging te zorgen. Daarna kan dit kabinet, als het de rit uitzit, nog twee jaar naar Afrika gaan of, wie weet, naar Gaza.
De aanslagpleger in Tarin Kowt heeft ook de gruwelijke fout gemaakt om zeven Afghaanse kinderen met zijn bom de dood in te jagen en een willekeurig aantal gewonden. Als het zijn bedoeling was om alleen buitenlandse militairen -en zichzelf- te slachtofferen, dan heeft hij zijn opdrachtgevers een slechte dienst bewezen. In de strijd om de 'hearts and the minds' van het Afghaanse volk zal niemand rechtvaardigen dat zoveel burgerslachtoffers sneuvelden ter wille van die ene Nederlandse Limburgse Jager.
Wat onhandigheid betreft zou de zelfmoordaanslag overigens wel in het patroon van de Taliban kunnen passen. Zelfmoordaanslagen beginnen onderhand een tak van wetenschap te worden en daarbinnen zien we alweer landenspecialisaties en statistieken ontstaan. In Afghanistan waren zelfmoordaanslagen een onbekend verschijnsel, maar in de laatste jaren is het aantal snel opgelopen. In 2005 nog maar 25, een jaar later bijna 140, en dit jaar alweer bijna 50. De Amerikaanse onderzoeker Brian Gwyn Williams houdt het bij en concludeert dat het overgrote deel van de aanslagen op hard targets (militairen, politie) niet op burgers was gericht. Maar de praktijk was ongelukkiger. Vorig jaar vielen er namelijk bijna twintig keer zoveel burgerdoden bij die aanslagen als buitenlandse soldaten. Niet echt geslaagd, als het doel is om de buitenlanders het land uit te jagen en de sympathie van de bevolking te winnen.
Toen een Talibanvrijwilliger zich in januari 2006 bij een sportwedstrijd in Spin Boldak opblies kwamen twintig burgers om het leven. Honderden Afghaanse Pashtun - de stam waar vele Talibaanstrijders uit voortkomen- gingen de straat op en schreeuwden "Dood aan Pakistan, dood aan Al Qaida, dood aan de Taliban!". Het is een fenomeen dat nadien vaker is gesignaleerd. Bij andere aanslagen kwam het voor dat de Taliban zich achteraf verontschuldigde voor de dood van burgers.
Dat bewijst niet dat de Taliban een onderschatte gezelligheidsvereniging is. Spionnen en collaborateurs, tolken en hulpverleners die opdrachten voor de buitenlandse 'bezetter' uitvoeren zijn vogelvrij. Onthoofdingen en ophanging behoren dan tot het repertoire. De gewone burger die er tussenin staat moet volgens de Taliban gespaard blijven, concludeert Williams. Dit lokt een cynische race uit. Amerikanen beschuldigen de Taliban ervan zich tussen burgers te verschuilen, zodat luchtaanvallen altijd onbedoelde burgerdoden eisen. Let op, de Taliban beweren straks hetzelfde: door te patrouilleren in drukke straten lokt de Navo verzetsdaden uit waarbij 'helaas' kinderen om het leven komen.
In de slag om de burgerdode lanceerde de voortvluchtige Talibanleider Mullah Omar onlangs zelfs op zijn website het voorstel om de Burgerdode door een onafhankelijke commissie te laten onderzoeken, en dat de Navo en de Taliban er een niet-aanvalsverdrag over zouden sluiten! Zowel de Navo als de Taliban zijn het roerend eens over een ding: in Afghanistan wint niet degene die de meeste soldaten van de ander doodt, maar degene die de meeste burgerdoden vermijdt.