Research
Op-ed
De 'statecraft' van Den Uyl
Met die vraag van gezant Van Aerssen aan de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Armitage begon het kabinet-Den Uyl op 22 mei 1975 het onderzoek naar de Northrop-affaire, het broertje van het Lockheed-schandaal, dat vorige week met het proefschrift van Anet Bleich over Joop den Uyl nieuw leven kreeg ingeblazen.
We kunnen het nalezen in het telegram dat de volgende dag uit het State Department naar de ambassadeur in Den Haag werd gestuurd. De Nederlandse gezant drong sterk aan, want 'de lopende kwestie zou de beslissing van de Nederlandse regering over de vervanging van de F-104 kunnen uitstellen en het was de wens van zijn regering om de zaak zo spoedig mogelijk tot klaarheid te brengen'. Inderdaad, er was een klacht tegen de vliegtuigfabrikant ingediend, aldus het telegram, en het State Department had 'er geen bezwaar tegen dat de ambassade zich rechtstreeks tot de Beurscommissie zou wenden "to get the facts of the case", wat gezien de aard van het verzoek de beste weg lijkt'.
We weten nu dat het onderzoek nooit werd afgemaakt. Den Uyl liet Northrop liggen, de opvolger van de Starfighter werd gewoon een ander Amerikaans toestel. Waarom schrok de premier terug voor 'the facts of the case'?
Anet Bleich antwoordt: om de monarchie te redden. Den Uyl stopte de Northrop-bijlage in een la. Ze schrijft dat de bijlage 'de goed onderbouwde conclusie van de commissie-Donner (bevat) dat niet Weisbrod maar een ander, vrijwel zeker prins Bernhard, Northrop waardevolle diensten had verleend en daarvoor financieel was gecompenseerd'.
Dat gaat misschien net een millimeter te ver, want de naam van prins Bernhard komt in de bijlage (die ze van VN-journalisten Gerard Mulder en Hugo Arlman kreeg) niet letterlijk voor. Voor de goede orde: Bleich legt de commissie die naam ook niet in de mond, het is haar overtuiging. Het gaat mij nu net om die ene millimeter. Er kan geen twijfel over bestaan dat de commissie Den Uyl de mogelijkheid voorlegde om de betrokkenheid van prins Bernhard te expliciteren.
Helemaal 'goed onderbouwd' is de Northrop-bijlage overigens niet. Voor mij ligt een vuistdik smeergelddossier van de Amerikaanse Senaat van de wapenfabrikant, uit 1974. Veel van de analyse uit de bijlage-Donner staat er woordelijk in, op andere punten gaan Donner c.s. kort door de bocht. Dat Northrop in de betalingsperiode alleen met Nederland een transactie zou hebben gesloten, strookt niet met het rapport van Jones dat ook Noorwegen en 'bijna' België tot verkoopsuccessen van 'Weisbrod' gerekend mochten worden. En de suggestie dat een demarche van Bernhard naar Helmut Schmidt (toen Duits minister van Defensie) ervoor gezorgd heeft dat de Bondsrepubliek geld in de Cobra van Northrop wilde steken? Het dossier schetst een veel ingewikkelder lobby. Zo moest bijvoorbeeld de sjah van Iran (die volgens een pas in 2006 vrijgegeven codetelegram d.d. 3 juli 1974 aan Henry Kissinger overigens ook door prins Bernhard was bewerkt!) de Duitse bondskanselier over die streep zien te trekken. Ook de benadering dat er iets concreets voor het smeergeld was gedaan, is te eenzijdig. Het dossier onthulde dat Northrop de betalingen ook simpelweg gebruikte voor overzeese witwaspraktijken. Wat zwart naar Zwitserland ging, kon wit terug naar de Verenigde Staten. Conclusie: de commissie-Donner had donkerbruine vermoedens, geen hard bewijs.
Hypothese 1: Den Uyl was bang dat een tweede affaire een koningscrisis zou veroorzaken. Geen twijfel mogelijk, en met verve door Anet Bleich verdedigd.
Aanvullende hypothese 2: Den Uyl gebruikte het wegleggen van de bijlage als investering in de toekomst van zijn linkse kabinet. 'Ik vind het prettig iets in de la te hebben liggen,' zei hij in 1976 tegen Newsweek. Tegen een verongelijkt Oranjehuis, een vijandig rechts, een nukkige krijgsmacht en een wantrouwig Amerika gaf dat wat speelruimte. Den Uyl - de man van de smalle marges - mocht dan wel geen pure machtspoliticus zijn, aldus Bleich, maar dit laten-liggen zou dan ook vallen onder het onvertaalbare, geniale woord statecraft. Onbewijsbaar, want een jaar later was het gedaan met zijn kabinet.