Research

Op-ed

De toestand in de wereld

19 Nov 2010 - 15:23
Er zijn elke week te veel onderwerpen waarover ik in deze column zou willen schrijven. Spijtig schrap ik er negenennegentig, hopend dat het ene dat overblijft de keuze waarmaakt. Veertig jaar lang perste mr. G.B.J. Hiltermann, zondagmiddag om tien over één 's middags, honderd onderwerpen in zeven minuten stamppot in de rubriek De toestand in de wereld. Daar viel alles onder, van Adenauer tot Tsjoe En-lai, van de Cuba-crisis tot de oorlog in Algerije, en met een scheutje Luns leek het er meestal ook nog op of Nederland in al die roerigheid een rolletje speelde. De verbindende moraal was meestal dat het een gevaarlijke wereld was, waarin we wel op onze tellen moesten passen.

Dit is wat hij deze week bij het zondagmiddagse kommetje aspergesoep zou hebben gezegd:

'Dames en heren luisteraars, het zijn zonder enige twijfel niet de gelukkigste momenten van de jeugdige president Barack Obama geweest, de afgelopen week. In eigen huis verloor zijn partij de tussentijdse Congresverkiezingen. Voor het ratificeren van het START-kernwapenverdrag een hachelijke ontwikkeling, want de president zal nu in de Senaat een huzarenstukje moeten uithalen. De Russen kijken met argusogen toe, wat wij natuurlijk van Moskou gewend zijn, maar nu toch wel in het bijzonder.

Op zijn tiendaagse reis door Azië, het opkomende continent dat nog zoveel van het Westen heeft te leren, heeft hij nauwelijks potten kunnen breken. Ja sterker nog, luisteraars, verscheidene van zijn gesprekspartners hebben de Amerikaanse president zo openlijk gebruuskeerd, dat thans met reden getwijfeld dient te worden aan het vermogen van onze grote bondgenoot om de leiding van onze toch al zo woelige wereld op zich te blijven nemen. Ik noem u slechts enkele voorbeelden. De Israëlische premier Netanyahu was voor overleg in New York en herhaalde wat hij eerder dit jaar al deed toen Joe Biden, de tweede man uit het Witte Huis, in Israël op bezoek was. In het hol van de leeuw dames en heren! Uitgerekend terwijl de VS nog iets van het Israëlisch-Palestijnse vredesoverleg probeerde te redden, werd de bouw van nog eens honderden woningen in Oost-Jeruzalem afgekondigd. Mij dunkt, luisteraars, dat hier niet van toeval kan worden gesproken. De Amerikaanse regering moet wederom slechts tandenknarsend constateren dat zelfs het kleine dappere Israël doet wat het wil en de onervaren Amerikaanse leider een lesje realpolitik leert.

In India pakte de jonge president het anders aan. Daar ging hij meteen maar op de knieën voor wat ik toch niet anders dan als een straatarme maar eerzuchtige reus op lemen voeten kan zien, en bood New Delhi zomaar een permanente zetel in de VN-Veiligheidsraad aan. De vraag is natuurlijk hoe hier te Bonn, Parijs en Den Haag op gereageerd zal worden, nu de macht van het oude Europa dreigt te verwateren. Om maar te zwijgen, dames en heren, van de reactie van aartsvijand China - dat in de geste van de eerste zwarte president van de Verenigde Staten niets anders dan een onvriendelijke daad kan zien! Ik vraag mij overigens in gemoede af of de Amerikaanse regering zich realiseert wat de gevolgen voor de Chinees-Amerikaanse valutaoorlog van dit cadeau aan de miljard Indiërs kunnen zijn. En dan zwijg ik maar over de reacties in Islamabad, waar de altijd emotierijke Pakistaanse moslimregering wel gevraagd wordt om de Amerikanen te helpen bij hun oorlog tegen de taliban, maar ook wordt geconfronteerd met een Amerikaans-Indiase as. Mij dunkt dat de jonge president daar nog heel wat uit te leggen heeft.

Op de G-20 in Seoel, dames en heren, ving Obama vervolgens bot bij de rood-Chinezen en, jawel, de Bondsrepubliek. Niet alleen weigeren deze simpelweg hun overschotten aan te wenden voor economisch wereldherstel; de communisten en verliezers van de Tweede Wereldoorlog, de laatsten nota bene geleid door de Oost-Duitse Angela Merkel - een vrouw dus - weigeren het leiderschap van de Verenigde Staten nog langer te aanvaarden. Bood men daarbij nu nog een alternatief? Nou, ho maar, als ik mij zo mag uitdrukken, want in de wereld van vandaag kiest ieder voor zichzelf en ligt ook de G-20 nu alweer aan scherven.

Bij dit alles, dames en heren, rijst natuurlijk de vraag wat de koers van minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken is. Durft ons land de Amerikanen voor de tweede keer binnen een jaar "nee" te verkopen op het dringende verzoek om een bijdrage aan de operatie tegen de rebellen in Afghanistan? Mij dunkt, geachte luisteraars, dat het kabinet-Rutte hier nog voor een alleszins lastige afweging staat in de toch al zo woelige toestand in onze wereld.'