Research

Trade and Globalisation

Op-ed

De tweeslachtigheid van het Nederlandse buitenlandse beleid

16 Mar 2015 - 15:15
Bron: Flickr / Sky Noir

Ik erken dat buitenlandse politiek diepe en geheime lagen en paradoxen kent en dat een beetje tweeslachtigheid soms zelfs functioneel kan zijn, maar...

Drie keer knipperde ik vorige week met mijn ogen. Ik weet dat Nederland een halve eeuw geleden in de heren Luns en Beyen twee ministers van Buitenlandse Zaken had ‘omdat we als klein landje nu eenmaal zoveel buitenland hebben’. Die redenering was opmerkelijk, maar nog te volgen. Maar twee verschillende buitenlandse beleiden naast elkaar, dan zouden we snel niet serieus meer worden genomen. Je kunt niet voor én tegen sancties tegen Rusland zijn, je kunt niet voor én tegen een gemeenschappelijk Europees energiebeleid zijn, en je kunt niet voor én tegen onze grondwet zijn die ons opdraagt de internationale rechtsorde te bevorderen.

Nu erken ik dat buitenlandse politiek diepe en geheime lagen en paradoxen kent en dat een beetje tweeslachtigheid soms zelfs functioneel kan zijn, maar….

Eerst is daar de kwestie van een Russische miljardair, Michael Fridman, die een bedrijf heeft dat LetterOne heet. LetterOne zit in de offshore en olie en telt vijf miljard euro neer voor een ander bedrijf, RWS Dae. Maar RWE verkoopt daarmee ook twaalf Britse gasvelden in de Noordzee en dat vindt de Britse regering ontoelaatbaar omdat de gasvoorziening aan het VK gevaar zou lopen als LetterOne op enig moment getroffen zou worden door strafsancties vanwege het Russische gedrag in Oekraïne. Niks mee te maken, handel is handel, zegt Fridman, en dreigt met een juridische procedure tegen de Britse regering. LetterOne, dat al een beetje schimmig opereert vanuit het niet om zijn gasindustrie bekendstaande Luxemburg, verweert zich met een eigenaardig argument. Als er sancties komen, lees ik in de Financial Times, kunnen we daar via Nederland omheen. ‘It argues it has set up a mechanism to cope with that eventuality, using a Netherlands-based entity.’ Blijkbaar denken Russische tycoons dat er via een Nederlandse sluiproute wel aan sancties te ontkomen valt. Sinister, ik dacht dat het Nederlandse buitenlandse beleid iets anders wil. Wat moet ik geloven?

In de tweede plaats was er minister Henk Kamp van Economische Zaken. Hij zei vorige week dat hij tegen een gezamenlijk inkoopbeleid van de Europese Unie was als het gaat om gasimport uit Rusland. Gazprom is grootleverancier van aardgas, speelt met verve Europese landen tegen elkaar uit door aan Oost-Europese landen veel hogere prijzen per kuub te rekenen dan bijvoorbeeld aan Groot-Brittannië of Nederland, en is een politiek instrument van Poetin omdat het de kraan dichtdraait als de grote man in het Kremlin dat uitkomt. Logische reactie van Brussel is dat het een Gemeenschappelijk Energiebeleid wil, in het kader waarvan EU-president Tusk de Europese onderhandelingspositie wil versterken door als één partij met Gazprom over gasimport te onderhandelen. Nee, zegt Kamp, dat is niet in het belang van Nederland met zijn bijzondere gasrelatie met de Russen, de wens om de gasrotonde van Europa te zijn, wij willen apart blijven inkopen. Nu ga ik hier niet in op de wijsheid van een Nederlandse status aparte, maar ik vraag me wel af of dit standpunt is te rijmen met de roerende woorden van solidariteit die het ‘echte’ Haagse buitenlands beleid reserveert voor Polen en de Baltische landen, die van harte voor een gemeenschappelijke inkooppolitiek ten opzichte van de Russen pleiten.

Ten derde zijn daar de historische en ongehoorde woorden van premier Rutte, die jihadi’s liever in de woestijn ziet sneuvelen dan ze hier bij terugkeer voor de rechter te leiden. Daar is intussen genoeg over geschreven. Maar het verraad aan de essentie van Nederlands buitenlands beleid, verdediging en wereldwijde bevordering van de rechtsstaat, was zo grondig en cynisch voorbereid dat hier niet meer in verwarring met de ogen moet worden geknipperd.