Research
Op-ed
De unk-unk
Ik heb nu ongeveer vijftien nieuwjaarsboodschappen en mission statements 2008 doorstaan en moet constateren dat het geheimzinnige ding de managementspeak heeft veroverd. Een beetje directeur/ hoofdredacteur/ secretaris-generaal/ hrm-manager heeft nu op zijn leiderschapscursus geleerd dat het personeel moet worden gewaarschuwd voor de unknown unknowns. Niemand weet precies wat het is, maar het bekt lekker en zit ongeveer zo:
Fijn als je weet dat er een probleem is en je weet hoe je het moet oplossen. Er lag glas op straat, je hebt een lekke band en je repareert hem. Dat is de known known.
Minder fijn is het om elke dag weer met de lege band geconfronteerd te worden maar je hebt geen flauw idee wat daarvan de oorzaak kan zijn. Of je bent bankier en je begint te merken dat er elke week een miljard euro verdwijnt. The known unknowns. Je leert er misschien mee leven, maar het zou fijn als je er grip op krijgt en de oorzaak vindt. Nog akeliger is het als je niet eens weet dàt er elke week een miljard euro verdwijnt. Zalige onschuld, maar op een dag besta je niet meer. The unknown unknowns, zie daar maar eens achter te komen. Dan ben je pas echt een waardevolle jongen.
De unk-unk is al in 1969 ontdekt, zegt de eindredacteur van de Oxford English Dictionary. Daarna heeft hij een betrekkelijk stil bestaan geleid , in the intelligence wereld, en in de diepere lagen van de wetenschap. Tot de gewone wereld wist hij nauwelijks door te dringen, hij was zelf voor veel mensen eigenlijk een unknown unknown.
Toen kwam Donald Rumsfeld. Hij haalde de unk-unk uit de vergetelheid en heeft hem, hoewel hij zelf een verguisd (en inmiddeld ex-)minister is, onsterfelijk gemaakt. Eerst aarzelend. Eind jaren negentig was Rumsfeld onder president Bill Clinton de baas van een commissie die moest uitzoeken of Amerika in de 21ste eeuw last zou krijgen van vijandelijke raketten. Je weet het nooit, concludeerde hij, dus we moeten ze zelf ook blijven bouwen en daarom kan een nieuw raketschild ook geen kwaad. Argument: niemand kan aantonen dat Saddam Hoessein, of de keizer van Tonga, géén raketten op New York kan afvuren, dus het moet.
Maar de beroemdste unk-unk lanceerde hij op 12 februari 2002. Op het Pentagon gaf Rumsfeld een briefing waar hij uitlegde hoe lastig het was om de nieuwe vijand, het terrorisme, te bestrijden. Hij deed het in frasen die naderhand vaak in dichtvorm zijn gepresenteerd, het verbouwereerde journaille begreep dat het woorden waren waar wel even over nagedacht moest worden:
As we know
There are known knowns
There are things we know we know
We also know
There are known unknowns
That is to say
We know there are some things
we do not know
But there are also unknown unknowns,
The ones we don't know
We don't know
Rumsfeld was niet van gisteren. In de wereld van de inlichtingendiensten gaat het niet alleen om het voorkómen van een 9/11. Nee, het dilemma is om erachter te (kunnen) komen dat zo'n aanslag überhaupt ergens wordt bedacht. Zoals elke veiligheidsexpert had Rumsfeld de boeken van fameuze oude stratego-denkers als Thomas Schelling en het echtpaar Wohlstetter goed gelezen. Dat wij Amerikanen erin slagen om steeds weer verrast te worden, schreven zij al in de jaren zestig, komt niet omdat onze inlichtingendiensten zo slecht spioneren en afluisteren, maar door onze poverty of expectations, ons gebrek aan fantasie. We verwarren het 'onbekende' met het onwaarschijnlijke.
Dat was, met Pearl Harbour als referentiekader, geen onzinnige gedachte.
Maar de regering Bush ging een stap verder. Rumsfeld gebruikte het onbekende als het mogelijke, en het mogelijke werd het waarschijnlijke.
Vorige week publiceerde het Center for Public Integrity een database van 935 onwaarheden over de oorlog tegen Saddam Hoessein. In de twee jaar die aan de inval vooraf gingen zei Bush 260 keer in het openbaar dat Irak massavernietigingswapens had of dat het banden met Al Qaida onderhield. Colin Powell (buitenlandse zaken) sprak 254 keer niet de waarheid, Rumsfeld werd met 109 keer derde op het leugenlijstje. Het CPI heeft monnikenwerk verricht, 380.000 woorden overheidstekst zijn doorgeploegd. Maar ook het CPI worstelt in zijn conclusie: aan de ene kant spreekt het over een georkestreerde campagne die het land 'under decidedly false pretenses' tot oorlog leidde, aan de andere kant vraagt het zich af: what did they know, and when did they know? Hoe onwaarschijnlijk het ook is dat hier niet gemanipuleerd werd, de conclusie dat Rumsfeld c.s. 'slechts' teveel geloof hechtten aan het unknown kan niet 100% worden uitgesloten. Ook een onvergeeflijke fout trouwens.
De unk-unk is ontsnapt uit de doos van Pandora, hij is van een prudent nieuwsgierigheidsbeestje gemuteerd tot een valse rechtvaardiging om in actie te komen. Denk daar aan, als de modieuze personeelschef u straks voorhoudt om niet zelfgenoegzaam te zijn, maar dat het hoog tijd is om de unknown unknowns te veroveren.
Bronnen
- DoD News Briefing Secretary Donald H.Rumsfeld and General Richard Myers, Department of Defense, February 12 , 2002.
- The CIA and the Pentagon take another look at Al Qaeda and Iraq, Jeffrey Goldberg, Ferbruary 10, 2003. The New Yorker.
- Charles Lewis and Mark Reading-Smith, False Pretenses - The War Card, Orchestrated Deception on the Path to War. Centre for Public Integrity.