Research
Op-ed
Defensie als Franse trots
En ook uit zelfbehoud is het beter om enige aansluiting met de buitenwereld te laten voortbestaan, anders is de klap te groot en heraansluiting niet meer mogelijk. De eerste week vakantie is om langzaam af te kicken van de internationale politiek, maar mijn zintuigen protesteren daartegen nog met alle kracht. De tweede week beginnen ze vertraagd te werken, maar de moderne media blijken succesvoller dan ik hoopte. De derde, en laatste week staat alweer in het teken van de terugkeer, de gedachten gaan terug naar het slagveld. Volledige demobilisatie is, kortom, onmogelijk. Noem het maar dienstplicht.Vroeger wilde ik de schaar nog wel eens meenemen om na de vakantie terug te keren met een stapel knipsels uit Le Monde of, vooruit, Le Figaro, maar die kranten zijn niet van gisteren en weten dat de moderne toerist met smartphone en iPad is uitgerust. Ze zijn steeds minder goed verkrijgbaar in de plattelandsdorpen, waar de Bar-Tabac-Presse ook de luiken vaker sluit.
De knipselloze vakantie wordt gevuld door digitaal bereik. De nieuwsjunk moet mee met zijn tijd. Op wifiloze plaatsen moet hij ondanks hoge kosten toch een beetje roaming op zijn smartphone toestaan om te voorkomen dat hij na de vakantie meteen door 'nieuw' nieuws wordt verzwolgen. Dagelijks moet hij een keer of drie zijn mail openen om bij terugkeer niet meteen door de inbox verpletterd te worden. Het nieuws is een bedreiging geworden, die alleen door een soort open stormvloedkering nog gemanaged kan worden. Bij thuiskomst lees je er de stapel kranten overigens niet minder om, maar de conclusie is dat het nauwelijks afwijkt van wat je in Frankrijk al te pakken kreeg. Syrië, de Spaanse rente boven 7 procent, de schietpartij in Denver, droogte in Amerika, de euro aan een zijden draad.
Op één grote uitzondering na, waar ik me elk jaar weer over verbaas. Ik doel op de beleving van Quatorze Juillet en het ontzag voor de Franse strijdkrachten. On-Nederlandser kan het nauwelijks. Ook als de nationale feestdag niet wordt gevierd, 364 dagen per jaar, scheren er elke dag wel een paar Rafale-straaljagers over de Bourgondische vignobles en oorverdovend en ruitenspringend als ze zijn is er aucune personne die erover klaagt. Het lokale sufferdje zal in Nederland nooit melding maken van een verongelukte soldaat aan de andere kant van het land. Maar in Le Journal de Saône-et-Loire wordt, met patriottische ontzetting, de dood van een jonge cuirassier uit het Douzième régiment d'Olivier gemeld die met zijn pantservoertuig door onbekende oorzaak over de kop is geslagen. Quatorze Juillet betekent dagenlang voorbeschouwingen van het defilé over de Champs Elysées. De S-et-L wijdt trotse artikelen aan luchtmacht-luitenante Bénédicte Brochot, die de eer van de streek zal vertegenwoordigen. En voor de eerste keer zal een eenheid van 110 militairen uit Chalon-sur-Saône, belast met de olievoorziening van de Franse strijdkrachten mogen meemarcheren, Vive la France maar vooral Vive la région! Yannick Touraine, 22 jaar, kan er niet van slapen en hoopt vurig dat Parijs zijn opstap zal zijn voor uitzending in een 'OPEX', opération extérieure, voor de glorie van zijn vaderland.
En dan het defilé zelf. Rechtstreeks uitgezonden natuurlijk op de Franse televisie. Het halve Franse leger trok aan de president voorbij, 4950 man voetvolk, 82 gemotoriseerd, 241 te paard(!) en 368 in grommend voortrollende tanks. Daarboven 32 bewapende helikopters, en nog eens 70 gevechtsvliegtuigen scheurend door het Parijse luchtruim, zonder enige gêne het Franse rood-wit-blauw in trotse strepen wegspuitend. Dit geheel wordt toegejuicht en iedere president, links of rechts, kijkt er streng en tevreden op toe. Het gaat mij niet om de thrill van het machtsvertoon (dat trouwens alleen op deze ene dag op de Champs Elysées qua pantserstaal en vliegend vermogen groter is dan de hele Nederlandse krijgsmacht bij elkaar), ik stel alleen maar vast dat trots en grandeur in Frankrijk ook nog met defensie te maken hebben. Dit alles lijkt me in Nederland ondenkbaar.