Research

Articles

Democratie helpt economie Oost-Europa

15 Mar 2006 - 00:00
Economen beklagen zich vaak dat zij, in tegenstelling tot natuurwetenschappers, niet beschikken over laboratoriumexperimenten om hun theorieën te toetsen. Maar de transformatie van de centrale planeconomie naar de markteconomie die nu in Centraal en Oost-Europa plaatsvindt, komt daar toch dichtbij. Deze verschaft bovendien nieuwe inzichten over de samenhang tussen democratie en markteconomie.

Het is vooral de Europese tank voor Herstel en Ontwikkeling (EBRD te Londen) die in haar 'Transition Reports' op voorbeeldige wijze verslag uitbrengt over de economische veranderingen die daar plaatsvinden. Hoewel deze Bank in de eerste plaats is opgericht om de betrokken landen leningen te verschaffen, is zij inmiddels, welhaast sluipenderwijs, onder leiding van 'Chief Economist', Nicolas Stern, uitgegroeid tot een van de belangrijkste onderzoeksinstellingen ter wereld op het gebied van economische transformatie.

Volgens de gangbare westerse opvatting vormen democratie en markteconomie een soort Siamese tweeling. Frits Bolkestein heeft echter eens de vrees geuit dat democratie en markteconomie toch niet zo goed zouden samengaan als velen wel zouden wensen, waarbij hij wees op het economische succes van Singapore. De grondlegger daarvan, Lee Kuan Yew, was - en is nog steeds van oordeel dat een land voor zijn ontwikkeling eerder behoefte heeft aan discipline dan aan democratie. Een overdaad aan democratie leidt tot gebrek aan discipline en bandeloos gedrag, die in strijd zijn met ontwikkeling, aldus Lee. Als dát de norm zou worden, zou het er somber uitzien voor een verdere verspreiding en verdieping van de democratie in de wereld.

In haar 'Transition Report 1999' komt de EBRD evenwel met een schat aan recente praktijkervaringen uit Centraal- en Oost-Europa, die op het tegendeel wijst: er blijkt een duidelijke positieve correlatie te bestaan tussen democratie en een geslaagde overgang naar de markteconomie. Democratie en markteconomie versterken elkaar over en weer. Politieke concurrentie en veranderingen in de samenstelling van de politieke machtselites blijken in vele landen een positief effect te hebben gehad op de economische hervormingen. Zij hebben de macht van gevestigde belangen (de 'nomenklatoera') weten te beteugelen, waardoor deze niet in staat waren om het overheidsbeleid naar hun hand te zetten en de hervormingen te manipuleren in hun eigen voordeel, zoals dat in de zwakke democratieën van Centraal- en Oost-Europa het geval was.

Dit komt vooral tot uitdrukking bij de privatiseringen, waar bedrijven werden overgenomen door directie en personeel, terwijl buitenstaanders, inclusief potentiële buitenlandse investeerders op een afstand werden gehouden. Dit leidde tot een continuering van monopolistische en oligopolistische marktposities. Bovendien slaagden de betrokken bedrijven er vaak in op grond van werkgelegenheidsargumenten subsidies en andere voorrechten van de overheid te behouden of te krijgen. Door dit alles viel de druk weg om tot productiviteitsverhogende structurele hervorming te komen. Het gevolg was voortdurende stagnatie.

Daarnaast heeft de democratie ook een positieve invloed gehad op de eigendomsrechten. Zonder duidelijk omschreven en verzekerde eigendomsrechten kan een markteconomie niet functioneren. Democratie garandeert de bescherming daarvan op lange termijn.. Bovendien vereist democratie transparantie van publieke beslissingen. Hierdoor wordt het vertrouwen in publieke instituties bevorderd. Transparantie en vertrouwen zijn ook essentiële voorwaarden voor een goede functionering van de marktinstituties.

Maar de markt versterkt op haar beurt ook de democratie. Markten zijn van cruciaal belang voor het ontstaan van een actief maatschappelijk middenveld, dat weer een voorwaarde vormt voor een vitale democratie. Dat is extra belangrijk in landen waar de 'civil society' onderontwikkeld is door de erfenis van het communisme met zijn cultuur van afhankelijkheid, wantrouwen en missleiding. Door marktervaring leert men voorts de voordelen kennen van samenwerking op basis van eigenbelang. Dezelfde houding is ook vereist voor een goed gewortelde democratie. Tenslotte is een levenskrachtige democratie niet goed denkbaar zonder een brede zelfbewuste middenklasse die vertrouwen heeft in haar rechten. Een zodanige middenklasse kan slechts tot stand komen door effectief functionerende markten.

Wat de politieke vrijheden betreft blijken Hongarije, Polen, Tsjechië, Slovenië en de Baltische landen tot de kopgroep te behoren. Op het gebied van institutionele hervormingen heeft de EBRD een systeem van indicatoren ontwikkeld. Er blijkt een grote correlatie te bestaan tussen vorderingen op het gebied van de democratie enerzijds en de transformatieindicatoren anderzijds. Het is dan ook niet toevallig dat van bijna alle eerdergenoemde landen wordt verwacht dat zij behoren tot de eerste golf EU-toetreders. De voorbereidingen daartoe hebben een zeer positieve invloed gehad op het transformatieproces in de betrokken landen.

De overige landen hebben dus een behoorlijke achterstand, waarbij het toekomstperspectief varieert van redelijk optimistisch, zoals voor Slowakije en Kroatië, tot betrekkelijk uitzichtloos, zoals voor Wit-Rusland en Turkmenistan.

Economische transformatie is geen pijnloos proces. Maar degenen die eerder en overtuigder door de zure appel hebben heen gebeten, staan er nu beduidend beter voor dan de achterblijvers. Het is te hopen dat hun succes een aansporing zal vormen voor de anderen om hun transformatieinspanningen op te voeren.