Research

Articles

Duitse democratie roept om politieke vernieuwing

15 Mar 2006 - 00:00
De financiële schandalen in Duitsland hebben alles te maken met de machtsverhoudingen. Om daar een einde aan te maken, zijn dringend politieke hervormingen nodig. Zelfs al betekenen die, dat ook extreme partijen weer toegang krijgen tot het Duitse politieke landschap.De gelegenheid maakt de dief.

Met dit spreekwoord worden de Duitse affaires die op dit moment spelen wellicht het best getypeerd. Zijn Duitse politici erg vatbaar voor affaires of is er meer aan de hand? Of vormt het politieke stelsel wellicht een gelegenheid die de 'dief' maakt?

Duitsland wordt al vele jaren geteisterd door politieke financiële schandalen. Franz Josef Strauss, de in 1988 overleden minister-president van Beieren, wordt in dit verband nog altijd niet enige regelmaat genoemd. Er zijn te veel zaken om op te noemen, naast de recente, bekende affaire binnen de CDU. Men spreekt al van 'Italiaanse toestanden' in Duitsland.

De belangrijkste zorg van de scheppers van de Bondsrepubliek Duitsland was een politiek stabiele en democratische staat te maken. Daarom werd gekozen voor een politiek systeem dat zich onder andere baseerde op drie elementen: een gemengd kiesstelsel, een kiesdrempel van vijf procent en federalisme.

Zo bestaat de Bondsdag voor de helft uit parlemntariërs die de meeste stemmen in hun eigen kiesdistrict hebben verkregen, de zogenoemde eerste stem. De tweede stem brengt de kiezer uit op de partij van zijn of haar keuze. Deze stemmen bepalen uiteindelijk het aantal en de samenstelling van de Bondsdag. Parlementariërs hebben een sterke binding met hun kiesdistrict, wat de afstand tot de kiezer verkleint. Daarnaast kunnen partijen door de tweede stem ook onafhankelijk opereren binnen de grenzen van hun politieke mandaat.

De kiesdrempel van vijf procent wordt gehanteerd om het aantal partijen in de Bondsdag te beperken. Het evenredig kiesstelsel van de Weimar Republiek had geen stabiele democratie opgeleverd. De herinnering aan die periode zit in Duitsland veel politici nog vers in het geheugen. Splinter- en kleinere partijen maken binnen dit kiesstelsel geen kans. Kiezers zullen daardoor niet snel bereid zijn hun stem daarop uit te brengen. De kiesdrempel bevordert dus politieke overzichtelijkheid en politieke stabiliteit.

De vijf-procentsclausule heeft echter ook grote nadelen. Zo worden partijvorming en -vernieuwing nagenoeg onmogelijk. In vijftig jaar hebben slechts twee nieuwe partijen getoond meer dan ééndagsvliegen te zijn: Bundnis '90/Die Grünen en de Oostduitse PDS. De laatste partij alleen door een sterke aanwezigheid in Oost-Duitsland. Daar verwierf zij het recht van de Bondsdag deel uit te maken zonder de vijf procent te halen, door het behalen van de absolute meerderheid in een aantal kiesdistricten.

Twee partijen zijn uitgegroeid tot politieke mastodonten die nauwelijks uit de bestuurderszadels te verdrijven zijn. In Beieren en Baden-Württemberg regeren de CSU en CDU sinds jaar en dag; in Nordrhein-Westfalen lijkt de SPD niet weg te krijgen. De politieke macht balt zich samen in deze twee partijen. De kleine partijen boksen in de oppositie op tegen de grote oppositiepartij, binnen een regering tegen de grote regeringspartij.

Hoe de kaarten in de regeling geschud worden gaf Antje Rädcke, één van de voorzitters van Bundnis '90/Die Grünen, tijdens een bijeenkomst op het Instituut Clingendael in oktober 1999. Als er onenigheid binnen het kabinet bestaat, maakt de bondskanselier zijn intenties zó kenbaar: 'Wees nou maar rustig mensen, nu kom ik om het het machtswoord uit te spreken'. Kleine partijen hebben moeite binnen het stelsel te overleven: de liberale FDP dreigt na vijftig jaar uit het landschap verdreven te worden. Bundnis '90/Die Grünen moeten oppassen niet onder de vijf procent te zakken.

Een Duitse vorm van 'cohabitatie', een meerderheid van de ene partij in de Bondsdag en een meerderheid van de andere partij in de Bondsraad, veroorzaakt slechts politieke verstarring, doordat beide partijen niet of met grote moeite bereid zijn toe te geven of compromissen te sluiten. Na jaren van politieke blokkades tijdens de regeringsperiode van Helmut Kohl, wordt nu de rood-groene regering geconfronteerd met een onbuigzame oppositie van de CDU/CSU in de Bondsraad.

In zo'n politiek klimaat kan het niet anders of de beide grote partijen CDU en SPD, en in Beieren de CSU, trekken alle macht aan zich. Zij zijn tot veel bereid om deze te behouden. Waarom vroegen Kohl en Schäuble aan de gulle gevers niet om hun koffertje met baar-geld mee terug te nemen en gaven zij hun niet het rekeningnummer van de partij?

Het Duitse politieke stelsel is weliswaar zeer stabiel, maar daardoor ook gevoeliger voor corruptie en machtsmisbruik. De politieke stabiliteit kan zo een bedreiging gaan vormen voor de democratische stabiliteit. De democratie is in Duitsland echter zó diep geworteld en zó stabiel, dat een hervorming van het politieke stelsel naar meer partijen mogelijk is. Het politiek palet kan kleuriger worden en blokkades via de Bondsraad worden minder eenvoudig. De democratie wint.

Gerhard Schröder suggereerde al een beperking van het bondskanselierschap tot twee perioden om langdurig machtsbehoud van personen tegen te gaan. Dat is echter te weinig. De kiesdrempel zou per verkiezing steeds met een procent omlaag kunnen tot drie of twee procent, met behoud van het gemengde kiesstelsel en de federatie. Politieke stromingen krijgen dan beter toegang tot het parlement en belangrijke politieke stromingen, zoals het liberalisme, kunnen zich handhaven en eventueel versterken. De kans op een extreme partij in de Bondsdag wordt wel groter. Maar het is het gevolg van een stabiele democratie, dat zo'n partij zichzelf ook weer uit de politieke markt prijst.

Vermeden moet worden dat de politiek door de huidige affaires haar legitimiteit verspeelt en de democratie wordt verzwakt. In Duitsland is men zich daarvan terdege bewust. Dat blijkt uit de vele discussies over de affaires. De angst voor het extreme en de herinnering aan het verleden verlammen politici en partijen echter, waardoor zij het kwaad niet bij de bron aan willen pakken, en geen politieke vernieuwing nastreven.